Verbod en ontbinding vereniging door rechter (art. 2:20 BW). Vrijheid van vereniging (art. 8 Gw en art. 11 EVRM). Vrijheid van meningsuiting (art. 7 Gw en art. 10 EVRM). Ontvankelijkheid in hoger beroep van door rechter ontbonden vereniging. Door wie wordt hoger beroep ingesteld?
Burgerlijk Wetboek
Art. 2:19 BW
Genoemd in 504 uitspraken · Officiële wettekst
504 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Vermogensrecht. Ondernemingsrecht. Borgtocht en verjaring; art. 7:853 BW. Einde verjaringstermijn van vordering op niet meer bestaande rechtspersoon. Geldt verlengde termijn van art. 2:23c lid 2 BW jo. art. 3:320 BW slechts indien vereffening wordt heropend, of loopt verjaringste
Verbodenverklaring en ontbinding van de informele verenging Satudarah, haar chapter en twee support clubs. 2:20 BW, 8 Grondwet, 11 EVRM. Geen toetsing van artikel 2:20 BW aan de Grondwet. Uitvoerbaar bij voorraad. Hoger beroep en cassatie mogelijk. Batig saldo komt niet toe aan d
Strafrechtelijke vervolging van ontbonden rechtspersoon. HR herhaalt de relevante overwegingen van HR LJN AE0553 tav het moment waarop het recht tot strafvordering vervalt als een einde is gekomen aan het bestaan van een rechtspersoon of met een rechtspersoon gelijkgestelde entit
Procesbelang nadat het recht op dwanginvordering is verjaard. Overschrijding redelijke termijn. Spanning en frustratie in periode waarin rechtspersoon niet bestaat
Insolventierecht. Verzet curator tegen faillietverklaring; art. 10 Fw. Is curator belanghebbende q.q. of pro se? Maatstaf; misbruik van bevoegdheid. HR 18 december 2015, ECLI:NL:HR:2015:3636, NJ 2016/172.
Verzet tegen faillietverklaring ex art 10 Fw door curator. Verzet gegrond verklaard en faillissement vernietigd. Toetsen of er (enige) baten aanwezig zijn ter verdeling onder de aanwezige crediteuren. Art 2:19 lid 4 BW besluit tot ontbinding (turboliquidatie) van toepassing. Aan
Verbintenissenrecht; verjaring. Vordering op rechtspersoon die na faillietverklaring door insolventie is ontbonden en vervolgens is opgehouden te bestaan (art. 2:19 lid 1, onder c, en lid 6 BW), terwijl de mogelijkheid bestaat dat de vereffening in faillissement wordt heropend (a
Anders dan de rechtbank oordeelt het Hof dat de (navorderings)aanslagen Vpb 2013 en 2015 tijdig en op de voorgeschreven wijze zijn bekengemaakt. Het hoger beroep van de inspecteur slaagt. Het Hof zal daarom alle jaren (2012 tot en met 2015) inhoudelijk beoordelen. Inhoudelijk is
No Surrender Motorcycle Club (No Surrender) is in strijd met de openbare orde en wordt verboden en ontbonden. No Surrender is een informele vereniging doordat zij als eenheid naar buiten treedt, een bestuur (national board) heeft en andere organen, leden, vergaderingen, een admin
kort geding. verklaring van waardeloosheid hypotheek ex art 3:29 BW verleend. Geen verstek tegen niet meer bestaande gedaagde vennootschap, maar niet-ontvankelijkheid. Uitleg art 54 lid 3 Rv.
kort geding, waardeloos verklaring hypothecaire inschrijving, hypotheekverstrekker is ontbonden vennootschap, eisers niet-ontvankelijk maar wel zelfstandig belanghebbende
Ook na turboliquidatie kan vennootschap failliet verklaard worden.
Verbod en ontbinding vereniging door rechter (art. 2:20 BW). Vrijheid van vereniging (art. 8 Gw en art. 11 EVRM). Vrijheid van meningsuiting (art. 7 Gw en art. 10 EVRM). Ontvankelijkheid in hoger beroep van door rechter ontbonden vereniging. Door wie wordt hoger beroep ingesteld?
Bij besluit van 23 september 2015 heeft het college van burgemeester en wethouders van Hendrik-Ido-Ambacht het verzoek van T.S. Agro e.a. om schadevergoeding afgewezen. In geschil is of T.S. Agro e.a. aanspraak kunnen maken op vergoeding van schade die volgens hen het gevolg is v
Art. 81 lid 1 RO. Faillissementsrecht. Rechtspersonenrecht. Verzoek tot faillietverklaring van ontbonden rechtspersoon. Geen redelijk belang? Geen bekende baten.
Borgtocht. Geschil over de omvang van de vordering en over de vraag of de vordering tegen de failliete vennootschap en de vordering tegen de borg zijn verjaard. Stuiting door erkenning?
Beslag- en executierecht. Executoriaal beslag op aandelen. Verzoek op de voet van art. 474g Rv. Verweer dat vennootschap is ontbonden en wegens gebrek aan baten per die datum is opgehouden te bestaan. Onderzoek door rechter of ontbonden rechtspersoon over baten beschikt ook mogel
Maatschapsrecht en procesrecht. Bij uittreding van een maat uit de maatschap ontstaat aanspraak op een uittredingsvergoeding op de overblijvende maten. Deze aanspraken zijn in rechte toegewezen (voor zover de overblijvende maten nog bestaan). Is de maatschap (met andere maten dan
kort geding. verklaring van waardeloosheid hypotheek ex art 3:29 BW verleend. Geen verstek tegen niet meer bestaande gedaagde vennootschap. Eisers niet-ontvankelijk. Uitleg art 54 lid 3 Rv. Direct kracht v gewijsde.
Verbintenissenrecht; verjaring. Vordering op rechtspersoon die na faillietverklaring door insolventie is ontbonden en vervolgens is opgehouden te bestaan (art. 2:19 lid 1, onder c, en lid 6 BW), terwijl de mogelijkheid bestaat dat de vereffening in faillissement wordt heropend (a
Verjaart vordering bank op hoofdschuldenaar in geval van vereenvoudigde afwikkeling faillissement? Maw: is de regel uit het arrest van de Hoge Raad van 30 juni 2017 ook van toepassing in geval van een vereenvoudigde afwikkeling van het faillissement? Dit arrest is het vervolg op
Borgtocht aangegaan in de normale uitoefening van het bedrijf. Is de vordering op de hoofdschuldenaar verjaard en de borgtocht ingevolge artikel 7:853 BW teniet gegaan. Aanhouding van de zaak in verband arrest Hof Den Haag van 29 september 2015 (ECLI: NL:GHDHA:2015:2525, JOR 2016
Verzet tegen faillietverklaring ex art 10 Fw door curator op grond van misbruik van recht omdat er niets te vereffenen valt en er geen behoefte bestaat aan de inzet van de bijzondere bevoegdheden van een curator. Verzet ongegrond verklaard omdat gefailleerde enig aandeelhouder is
Besloten vennootschap wordt ontbonden, waarna toepassing wordt gegeven aan artikel 2:19 lid 4 BW. Nadien cedeert deze vennootschap vordering op geïntimeerde aan appellant, de gewezen bestuurder van de vennootschap. Ten tijde van de cessie had vennootschap opgehouden te bestaan. C