Verwijt aan exploitanten van evenementencentrum te Enschede dat zij vele honderdduizenden euro's zonder toestemming hebben uitgegeven en terugvordering van die sommen door eigenares van het centrum. Rechtbank overweegt dat niet is gebleken dat verwijten juist zijn. Hoewel het ges
Burgerlijk Wetboek
Art. 2:180 BW
Genoemd in 41 uitspraken · Officiële wettekst
41 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 2 · live
Vennootschap is verplichtingen uit bekrachte rechtshandeling niet nagekomen en is binnen een jaar na oprichting failliet gegaan. Wettelijk vermoeden.Tegenbewijs.
statutaire bestuurder wordt op grond van artikel 2:248 BW aanprakelijk gehouden voor het gehele boedeltekort vanwege ondeugdelijke financiering van de vennootschap.
Artikel 2:180 lid 2 BW in de gegeven omstandigheden van toepassing? Neen, aldus Hof, zie nadere motivering in arrest.
De curator spreekt de holding van de failliete vennootschap en de bestuurder van de holding in prive aan op grond van het niet volstorten van de aandelen - gehonoreerd - een verrekening binnen de concernvennootschappen in strijd met het schriftelijkheidsvereiste en tegenstrijdig
.
Een onverplichte betaling van € 419.535,33 op 30 december 2002 leidt, bij de onder 4.9 genoemde cijfers, tot de conclusie dat de solvabiliteit van de onderneming – die al niet groot was – welbewust verder wordt aangetast. Op grond daarvan is onmiskenbaar sprake van onbehoorlijk
.
1.1. Of de toerekenbare tekortkomingen gedaagde persoonlijk verwijtbaar zijn, moet worden beoordeeld binnen de kaders van de jurisprudentie op dat punt. De rechtbank wijst in dat verband op LJN ZC2494, Hoge Raad, 14-11-1997; LJN ZC2812, Hoge Raad 08-01-1999 en LJN AZ0758 HR, 08-
Volstortingsplicht aandelen en bestuurdersaansprakelijkheid. Onvoldoende onderbouwing van betwisting van het wettelijke vermoeden dat onbehoorlijke taakvervulling (i.v.m. gebrek boekhouding) oorzaak faillissement is; derhalve geen levering tegenbewijs. Vorderingen curator toegewe
Kort geding, stortingsplicht bij oprichting, aansprakelijkheid oprichter / bestuurder, voorschot op schadevergoeding. Eisers hebben met een aannemer een overeenkomst gesloten voor de bouw van een appartementencomplex. De aannemer gaat tijdens de bouw failliet. Eisers vorderen een
"geen bestuurdersaansprakelijkheid, ook niet ex art. 2:180, lid 2c, BW"
Bestuurdersaansprakelijkheid.Gedaagden zijn bestuurders van een geliquideerde vennootschap. De vennootschap heeft een huurovereenkomst bedrijfsruimte gesloten met eiseres. Deze overeenkomst is door de vennootschap tussentijds beëindigd. Eiseres spreekt gedaagden, als bestuurders,
Vordering tot betaling betalingsachterstand.
17 oktober 2003 Eerste Kamer Nr. C02/158HR JMH/AT Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [eiser], handelende als opvolger van [betrokkene 1], in zijn hoedanigheid van curator in het faillissement van Milieu Management Diensten B.V., wonende te [woonplaats], EISER tot ca
Aansprakelijkheid voor verbintenissen uit door een rechtspersoon in oprichting gesloten overeenkomsten.