Aansprakelijkheid van een bestuurder van een stichting actief op het gebied van welzijnswerk (leren en opleiding voor personen met een afstand tot de arbeidsmarkt). Er was van meet af aan sprake van een verliesgevende exploitatie zonder deugdelijke begroting en zonder dat sprake
Burgerlijk Wetboek
Art. 2:138 BW
Genoemd in 112 uitspraken · Officiële wettekst
112 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 4 · live
faillissement, bestuurdersaansprakelijkheid, matiging
Hoe als eisende partij om te gaan met de gemotiveerde stelplicht in een procedure over civielrechtelijke bestuurdersaansprakelijkheid en over de verplichtingen van een vereffenaar (dezelfde persoon als de aangesproken bestuurder) ? In ieder geval niet door weliswaar veel zaken aa
Art. 81 lid 1 RO. Voldoening van belastingschuld B.V. door (hoofdelijk) aansprakelijke bestuurder, art. 36 en 55 lid 1 Invorderingswet 1990 (oud). Gelijkheidsbeginsel.
Bijzondere pauliana van art. 2: 138 lid 9 BW
Eiser (curator) vordert dat gedaagden hoofdelijk worden veroordeeld tot betaling van een bedrag gelijk aan het tekort in het faillissement van B.V. waar gedaagden bestuurder van zijn/waren. Jaarstukken niet tijdig gedeponeerd (artikel 2:394 BW). Geen onbelangrijk verzuim. Niet vo
Vordering uit hoofde van bestuurdersaansprakelijkheid verjaard.
Faillissement circus. IPR. Vraag of sprake is van bestuurdersaansprakelijkheid van bestuurder circus en/of de ‘lokale manager’ van het circus. En of ‘achterliggend bestuurder’ mogelijk onrechtmatig heeft gehandeld jegens de schuldeisers van het circus.
Bestuurdersaansprakelijkheid, schenden publicatieplicht, bestuur niet geslaagd in weerleggen wettelijk vermoeden, verwijt curator dat bestuur heeft nagelaten andere belangrijke oorzaken van het faillissement te voorkomen gehonoreerd
Hebben de bestuurders van de failliete naamloze vennootschap hun taak onbehoorlijk vervuld en wordt vermoed dat deze onbehoorlijke taakvervulling een belangrijke oorzaak is van het faillissement?
Hoofdinsolventieprocedure (artikel 3, eerste lid, Insolventieverordening). Faillietverklaring.
Aansprakelijkheid curator pro se voor procederen? Procederen onrechtmatig? Vorderingen afgewezen.
Enquêterecht. Verzoek als bedoeld in art. 2:345 lid 1 BW kan niet meer worden ingetrokken indien hierop met een uitdrukkelijk dictum is beslist; meest gerede partij kan zich met een verzoek tot beëindiging tot de ondernemingskamer richten. Oordeel dat curatoren van de failliete r
Artikel 22, lid 1, letter b, en artikel 35 Wet IB 1964. Artikel 10, lid 1, Wet LB 1964. Werkzaamheden als onbezoldigd bestuurder van een stichting geen bron van inkomen. Betalingen door belanghebbende na faillissement van die stichting geen negatieve inkomsten of aftrekbare koste
Artikel 10, lid 1, Wet LB 1964. Aan ex-werkgever betaalde schadevergoeding wegens schending van een concurrentiebeding vormt negatief loon.
Art. 4 en 5 CSV. Art. 46a, lid 1, Wet op de ondernemingsraden. Solidariteitsheffing vormt negatief loon.
In de hoofdzaak is een voormalig bestuurder van een vennootschap door de curator aangesproken voor het faillissementstekort van die failliete vennootschap. Er zijn twee incidentele vorderingen ingediend: een vordering ex artikel 843a/843b Rv en een provisionele vordering. De vord
Vordering ex art 2:138, 2:10 / 3:151 en 2:394 BW jegens bestuurder failliete Belgische vennootschap. Bevoegdheid Nederlandse rechter en toepasselijkheid Nederlands recht op grond van 3 lid 1 IVO en 2:138 jo 5 WCC (wet Conflictenrecht Corporaties) Administratieverplichting ex art
De bestuurders hebben niet voldaan aan de boekhoud- en publicatieplicht. Zij zijn toegelaten tot het leveren van tegenbewijs tegen het wettelijk vermoeden dat hun onbehoorlijke taakvervulling een belangrijke oorzaak is van het faillissement van de vennootschap.
Ondernemingsrecht. Faillissementsrecht. Vermindering aansprakelijkheid ex art. 2:248 lid 4 BW; hoofdelijke aansprakelijkheid bestuurder in geval van faillissement wegens onbehoorlijk bestuur ex art. 2:248 BW is geen aansprakelijkheid jegens de gefailleerde vennootschap maar een a
Bestuurdersaansprakelijkheid op grond van schending van de publicatieplicht. Voor wat betreft het verweer verwijzen naar een als productie in het geding gebrachte brief gaat niet op.
Zelfs als gedaagden desbewust het fiscaal ontoelaatbare handelen hebben verzwegen voor eisers, zijn er onvoldoende feiten aangevoerd om de conclusie te kunnen dragen dat gedaagden daarbij voorzagen of redelijkerwijs behoorden te voorzien dat de latente belastingschuld tot een fa
Faillissementsrecht. Faillissementspauliana ex art. 42 F.; overdraagbaarheid op voet van art. 3:83 lid 1 BW van (handels)vordering die tot het vermogen van de gefailleerde behoort als gevolg van de terugwerkende kracht van buitengerechtelijke vernietiging van de paulianeuze recht
Antillenzaak. Bestuurdersaansprakelijkheid in faillissement op voet van art. 106 en 116 WvKNA, maatstaf (81 RO).
Nederlandse rechter niet bevoegd ten aanzien van vorderingen tegen in andere EU-lidstaat woonachtige persoon, die betwist bestuurder van nv te zijn (geweest). Rechtsmacht wordt beheerst door EEX-Verordening en Insolventieverordening, en niet door het Nederlandse recht.