Bestuurdersaansprakelijkheid o.g.v. onrechtmatige daad jegens schuldeiser. Maatstaf van persoonlijk ernstig verwijt. Reikwijdte van art. 2:11 BW; mogelijkheid tot disculpatie. Motiveringsklacht over hoogte schadevergoeding.
Burgerlijk Wetboek
Art. 2:138 BW
Genoemd in 112 uitspraken · Officiële wettekst
112 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Bestuurdersaansprakelijkheid. Aanvragen faillissement vennootschap door bestuurder op de voet van art. 2:246 BW. Kennelijk onbehoorlijke taakvervulling in zin van art. 2:248 BW? Maatstaf HR 8 juni 2001, ECLI:NL:HR:2001:AB2053 (Panmo). Weten of behoren te weten. Strekking art. 2:2
-
Ondernemingsrecht. Bestuurdersaansprakelijkheid. Art. 2:248 BW (en art. 2:11 BW). Matiging o.v.v. art. 2:248 lid 4 BW.
ASMI. Enquêteprocedure; Verantwoordelijkheid van bestuur van de vennootschap voor de te volgen strategie en voor de corporate governance; geen voorafgaand overleg vereist met aandeelhouders over handelingen waartoe het bestuur bevoegd is (Vgl. HR 13 juli 2007, NJ 2007, 434, ABN A
Art. 81 lid 1 RO. Bestuurdersaansprakelijkheid. Toepasselijkheid Nederlands of Arubaans recht? Had hof de aansprakelijkheid ambtshalve moeten beoordelen naar Arubaans recht?
Ondernemingsrecht. Toewijsbaarheid van enquêteverzoek betreffende een failliete rechtspersoon (QWEST); doeleinden enquêterecht, HR komt niet terug van zijn rechtspraak sinds HR 10 januari 1990, nr. 21, NJ 1990, 466 (Ogem); aard en strekking van enquêteregeling, uitwerking van HR
Onrechtmatige daad. Bestuurdersaansprakelijkheid. Faillissementsrecht. Selectieve betaling in zicht van faillissement. Maatstaf voor aansprakelijkheid bestuurder.
Bestuurders- en commissarissenaansprakelijkheid. Bestuurders en commissarissen van Landis zijn aansprakelijk voor het faillissementstekort op grond van artikel 2:138 lid 2 BW (in samenhang met artikel 2:149 BW ten aanzien van de commissarissen). Het bestuur heeft niet voldaan aan
Aansprakelijkheid bestuurders van een zorgstichting. Kennelijk onbehoorlijke taakvervulling door niet-wegnemen van vele tekortkomingen in randvoorwaarden voor veilige en goede zorg en door zorgfraude. Belangrijke oorzaak van faillissement. Aansprakelijkheid voor boedeltekort. Gee
Bestuurdersaansprakelijkheid. De rechtbank oordeelt dat twee van de drie gedaagden hun taak als bestuurder van een zorgstichting onbehoorlijk hebben vervuld en dat dit een belangrijke oorzaak is geweest van het faillissement. Derde gedaagde geen feitelijk beleidsbepaler en dus ni
Verzekeraar Ennia. Aansprakelijkheid (feitelijk) bestuurders en commissarissen. Veronachtzaming belangen vennootschappen en polishouders ook na waarschuwingen. Ernstig verwijt.
Faillissement van het Vilenzo concern. Aansprakelijkheid bestuurders en commissarissen. Onderzoek naar de oorzaken van het faillissement heeft meer dan 6 jaar geduurd. Vanwege het lange tijdsverloop tussen het uitspreken van de faillissementen van Vilenzo International en de doch
Bestuurdersaansprakelijkheid wegens kennelijk onbehoorlijk bestuur (art. 2:248 BW). Onbelangrijk verzuim dat niet in aanmerking wordt genomen (lid 2) ziet op onbehoorlijke taakvervulling door het bestuur, niet op aandeel van individuele bestuurder. Termijnoverschrijding openbaarm
Bestuurdersaansprakelijkheid; art. 2:248, 2:11 BW. Overschrijding van de termijn van art. 2:394 lid 3 BW voor openbaarmaking van de jaarrekening. Onbelangrijk verzuim als bedoeld in art. 2:248 lid 2 BW? Beoordelingsmaatstaf; omstandigheden van het geval; aanvaardbare verklaring v
Procesrecht. Aan grief te stellen eisen. Verwijzing door appellant naar stellingen in eerste aanleg; grief voldoende gepreciseerd en gemotiveerd?
Het geschil in cassatie betreft de vraag of belanghebbende een ingevolge een relatiebeding betaald bedrag van € 35.170, welk bedrag hij reeds in zijn aangifte IB/PVV voor het jaar 2008 heeft verantwoord als winst uit onderneming, mag aftrekken in zijn aangifte IB/PVV voor het jaa
Ar. 81 lid 1 RO. Faillissement, bestuurdersaansprakelijkheid (art. 2:248 BW). Vennootschap die verzekeringen verkoopt en onderbrengt bij verzekeraar die reeds geruime tijd geen schades meer uitkeert aan de vennootschap. Kennelijk onbehoorlijke taakvervulling?
Belanghebbende leent in 2004 € 35.000 van een bank om dat bedrag tegen onzakelijke voorwaarden door te lenen aan zijn werkgever. Bij het faillissement van de werkgever in 2007 heeft belanghebbende een vordering op de werkgever van € 32.200 (€ 31.000 hoofdsom en € 1.200 achterstal
Bij naheffingsaanslag loonheffing in rekening gebrachte heffingsrente door werknemer vergoed aan werkgever: geen negatief loon.
Faillissement. Bestuurdersaansprakelijkheid, art. 2:248 BW. Doorbraak op de voet van art. 2:11 BW ook in geval (indirect) bestuurder in buitenland (België) is gevestigd? Ingevolge art. 3, aanhef en onder e, Wet conflictenrecht corporaties beheerst het op de corporatie toepasselij
Faillissementsrecht. Bestuurdersaansprakelijkheid op voet van art. 2:248 BW voor boedeltekort; begroting tekort in schadestaatprocedure na een veroordeling als bedoeld in art. 2:248 lid 5.
Bestuurdersaansprakelijkheid / Aansprakelijkheid aandeelhouder / Aansprakelijkheid accountant.
-
Ondernemingsrecht. Bestuurdersaansprakelijkheid o.v.v. art. 2:248 BW. (Mede)beleidsbepaler in zin van art. 2:248 lid 7, eerste zin BW.