Bestuurdersaansprakelijkheid onvoldoende onderbouwd. Beide gronden van HR 18-02-2000, NJ 2000/295.
Burgerlijk Wetboek
Art. 2:11 BW
Genoemd in 866 uitspraken · Officiële wettekst
866 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 31 · live
Interpretatie van een verklaring ex 2:403, lid 1 sub f BW; aansprakelijkheid van concernbestuurders en het belang van een pandrecht op een vordering.
Bestuurdersaansprakelijkheid. Kern van het geschil betreft de vraag of gedaagde, als bestuurder van de vennootschap, eiseres heeft misleid en of gedaagde heeft bewerkstelligd dat de samenwerkingsovereenkomst tussen de vennootschap en eiseres niet werd nagekomen.
Is rechtshandeling van B.V. i.o. door de juiste partij bekrachtigd.
Bestuurdersaansprakelijkheid. Artikel 2:11 BW, artikel 6:162 BW, artikel 3:45 BW. Tussen eiseres en X is op 19 maart 2008 een samenwerkingsovereenkomst tot stand gekomen betreffende de levering van schoonmaakartikelen door eiseres aan X voor de duur van drie jaar. X werd tot 7 ju
Vrijwaringszaak. Bestuurderssaansprakelijkheid De omstandigheid dat de rechtbank eiser in vrijwaringin de hoofdzaak als feitelijk (mede)beleidsbepaler heeft aangemerkt en voor de aansprakelijkheid ex art. 2:248 BW met gedaagden in vrijwaring heeft gelijkgesteld, heeft tot gevolg
-
Art. 223 RV lid 1 en lid 2.
aansprakelijkheid bestuurder; kennelijk onbehoorlijk bestuur; art. 2:9 BW; art. 2:10 BW; art. 2:11 BW:art. 2:248 BW
Faillissement. Hebben gedaagden de geïncasseerde bedragen ten onrechte niet aan de boedel afgedragen. subsidiair zijn zij ongerechtvaardigd verrijkt ten koste van de boedel, meer subsidiair moeten zij de geïncasseerde vorderingen op grond van de redelijkheid en billijkheid aan de
Bstuurdersaansprakelijkheid jegens failliete boedel.
I. Terechte vernietiging van cessie door curator, nu cessie paulianeus is. Cessie heeft binnen een jaar voor het faillissement plaatsgevonden zonder dat daartoe een verplichting bestond en is nadelig voor de overige schuldeisers, omdat de gecedeerde vordering niet meer voor hen b
Ondernemingsrecht. Beroep op bestuurdersaansprakelijkheid ex art. 2:180 lid 2, aanhef en onder a, BW, dat in de gegeven omstandigheden niet kan steunen op de ratio daarvan, naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar. Art. 2:180 lid 2, aanhef en onder a, BW str
In geschil is of er sprake is van wanprestatie door ruim 13 jaren na het sluiten van de koopovereenkomst nog niet tot levering over te gaan en door verkoop van bedrijfsauto tegen te lage prijs. Hof oordeelt dat voor vestiging vruchtgebuikt handelen is vereist van beide partijen e
Vordering op grond van onrechtmatige daad, op grond van bestuurdersaansprakelijkheid.
Uitspraak Ondernemingskamer d.d. 14 december 2010 FIM Flexibel Interim Management B.V./Fin(d)it Interim Management B.V.
Voorschot vordering op grond van bestuurdersaansprakelijkheid toegewezen.
Onbehoorlijke taakvervulling van bestuurder, weerlegbaar vermoeden. Faillissement van vennootschap die enkele computerwinkels exploiteerde. Aannemelijk is gemaakt dat andere feiten en omstandigheden (kort gezegd: externe oorzaken, waaronder de economische recessie) het faillissem
Vordering tot opheffing conservatoir beslag. De voorzieningenrechter begrijpt dat het Hoogheemraadschap in de bodemprocedure zijn geldvordering onder meer baseert op het verwijt aan eisers dat zij destijds als (indirect) bestuurders van (naam BV) er bewust voor hebben gekozen om
De rechtbank staat ter beoordeling of gedaagde c.s, als (indirect) bestuurder, een onrechtmatige daad jegens eiser c.s. heeft gepleegd waarvoor niet alleen de rechtspersoon aansprakelijk te houden is, maar ook gedaagde c.s. persoonlijk, omdat hetgeen hij als (indirect) bestuurder
Invordering. Art. 36, lid 1 en lid 5, IW 1990. Vervolg HR 27 juni 2008. nr. 07/10704, LJN BD5467, BNB 2008/239. Bestuurdersaansprakelijkheid. Beëindiging bestuurderschap.
Bestuurdersaansprakelijkheid. Afwijzing vordering curator. Artt. 2:9, 2:10, 2:11, 2:248, 2:394 en 6:162 BW, artt. 5 en 18 Handelsregisterwet 1996. Onderscheid feitelijk bestuurder en statutair bestuurder; curator behoort niet tot de door art. 18 Hrw 1996 beschermde derden. Einde
Aansprakelijkheid bestuurder; Decharge; Verjaring.
bestuurders van B.V. niet aansprakelijk t.o.v. een van één van de crediteuren na faillissement van de B.V.
rechtsverwerking