Faillissement. Bestuurdersaansprakelijkheid. Onrechtmatige daad. Onbehoorlijke taakvervulling heeft mede geleid tot faillissement van vennootschap. Bestuurders hoofdelijk aansprakelijk voor de schulden van de gefailleerde vennootschap. Gezien de ernst van de feiten geen reden tot
Burgerlijk Wetboek
Art. 2:11 BW
Genoemd in 866 uitspraken · Officiële wettekst
866 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 18 · live
Geschil tussen aandeelhouders / (voormalig) bestuurders van twee vennootschappen. Vorderingen tot (terug)betaling van diverse bedragen aan de beide vennootschappen.
Bestuurder van joint venture niet aansprakelijk ten opzichte van aandeelhouder.
Diverse vorderingen naar aanleiding van opzegging managementovereenkomst met opzegtermijn van twee maanden en met concurrentiebeding, en naar aanleiding van daarop volgende uitkoop aandelen op grond van aandeelhoudersovereenkomst.
Bestuurdersaansprakelijkheid van indirect bestuurder. Is sprake van een tekortkoming van de vennootschap in de nakoming van de activa overeenkomst? Schending van garantie. Onjuiste, onvolledige, misleidende informatie. Artikel 2:11 BW. Artikel 6:162 BW.
Onderwerp van geschil is of gedaagden, als bestuurder en indirect bestuurder van een inmiddels failliete besloten vennootschap, onbehoorlijk bestuur in de zin van artikel 2:248 BW of artikel 2:9 BW verweten kan worden. De rechtbank wijst de vorderingen af
Bestuurdersaansprakelijkheid op grond van 6:162 BW. Groepsaansprakelijkheid (art. 6:166 BW). Opzettelijke benadeling van een aandeelhouder door het bewerkstelligen van het faillissement van de vennootschap door een bestuurder/aandeelhouders met het oog op een doorstart na faillis
Bestuurdersaansprakelijkheid. Faillissement kort na start onderneming. Geen deugdelijk due diligence onderzoek
tv - Betalingen aan gelieerde vennootschappen en aan derden-schuldeisers door een nadien gefailleerde vennootschap. Beroep op art. 47 Fw slaagt voor een aantal betalingen. Persoonlijk ernstig verwijt bestuurder, Aktewisseling m.b.t. omvang schade.
Incident, vrijwaring, artikel 210 lid 1 Rv, afwijzing.
Vorderingen over en weer tussen een vennootschap onder firma en de holdingmaatschappij van een voormalige firmant. Turboliquidatie. Bestuurdersaansprakelijkheid. Aandeelhoudersaansprakelijkheid. Tegenbewijs niet geleverd.
Regresvordering van bestuurder op andere bestuurder in het kader van door beiden afgegeven borgtocht voor schuld vennootschap. Bestuurdersaansprakelijkheid: bestuurder jegens aandeelhouder gehandeld in strijd met artikel 2:8 BW, geen ernstig verwijt.
Artikelen 2.10, 2.11 en 2:248 BW. Bestuurdersaansprakelijkheid. Schending van de administratieplicht. Disculpatie (na bedreiging en overname heeft (voormalig) feitelijk leidinggevende het pand verlaten. Nadien is de administratie zoekgemaakt).
2:9 BW, 2:11 BW. Geen interne bestuurdersaansprakelijkheid Overeenkomst mbt werving Nederlandse voetbaltrainers voor Chinese scholen om van China een voetballand te maken. Niet gebleken van onrechtmatige overname contract. Geen persoonlijk ernstig verwijt.
Borgtocht? Bestuurdersaansprakelijkheid (o.g.v. artikel 6:162 BW)?
Vordering tot uittreding op grond van artikel 2:343 BW afgewezen. Ook geen onrechtmatig handelen.’
Bestuurdersaansprakelijkheid. Onrechtmatige daad. Ontvanger/Roelofsen. Verwijt van frustreren van verhaal. Art. 2:11 BW. De rechtbank wijst de vorderingen af.
Ondernemingsrecht. Bestuurdersaansprakelijkheid. Pensioenrecht. Vervolg op HR 24 november 2017, ECLI:NL:HR:2017:3019. Aansprakelijkheid (gewezen) bestuurder voor niet afdragen pensioenpremies (art. 23 Wet Bpf 2000). Mededeling van betalingsonmacht. Mogen bestuurshandelingen ook o
Opposant is bij vonnis van 14 augustus 2019 bij verstek veroordeeld. De vorderingen tegen diens medegedaagden zijn toen op voet van artikel 29 Fw geschorst. Opposant is tegen dit vonnis in verzet gekomen en heeft daarbij een bevoegdheidsincident opgeworpen. In het geval als het o
Bestuurdersaansprakelijkheid 2:9 BW. Onverplichte afbetaling bankschuld van aandeelhouder, tegen verkrijging van slechts een oninbare vordering op die aandeelhouder: eigen/tegenstrijdig belang, ernstig verwijt.
ING beweert dat zij door appellanten c.s. onrechtmatig is benadeeld: zij stelt een lening te hebben verstrekt aan Import Vredenburg (BV), waarvoor zij een pandrecht kreeg op alle activa van de vennootschap. In het zicht van het faillissement van de vennootschap zijn de activa in
Bestuurdersaansprakelijkheid op grond van artikel 2:248 BW
Faillissement onderneming. Garantieovereenkomst moet worden nagekomen. Geen bestuurdersaansprakelijkheid.
Wie is opdrachtgever van advocaat? Toerekenbare tekortkoming van advocaat bij het voeren van verweer in een procedure? Essentieel verweer niet gevoerd? Gevolgen ontbinding overeenkomst.
Art. 81 lid 1 RO. Bestuurdersaansprakelijkheid; art. 6:162 BW. Benadeling schuldeiser. Persoonlijk ernstig verwijt.