Kort geding over verbod van concurrerende activiteiten. Belangenafweging.
Burgerlijk Wetboek
Art. 2:11 BW
Genoemd in 866 uitspraken · Officiële wettekst
866 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 16 · live
Bestuurdersaansprakelijkheid? Vorderingen afgewezen omdat ofwel aansprakelijkheid niet is komen vast te staan -geen kennelijk onbehoorlijk bestuur als oorzaak faillissement- ofwel schade niet is komen vast te staan in geval van onrechtmatige betaling.
Geschil over de financiële gevolgen van een zwartgeldcircuit in een poeliersbedrijf dat jarenlang door twee broers werd geëxploiteerd. Een van deze broers en zijn persoonlijke holdingvennootschap worden na zijn uittreden door de vennootschappen van de andere broer (een holding en
Bestuurdersaansprakelijkheid; art. 6:162 BW; turboliquidatie; aansprakelijkheid indirect bestuurder jegens schuldeiser tevens investeerder.
Art. 2: 248 lid 2, 2:10, 2:394 BW. Niet voldaan aan wettelijke publicatie- en administratieplicht. Daardoor sprake van bestuurdersaansprakelijkheid op grond waarvan gedaagde aansprakelijk is voor het boedeltekort.
vordering terugbetaling (gecedeerde) opeisbare geldlening met contractuele rente; beroep op opschorting, verrekening en strijd met de redelijkheid en billijkheid slaagt niet
Vonnis na deskundigenbericht. Bestuurder en indirect bestuurder treft persoonlijk ernstig verwijt m.b.t. vernietiging bankafschriften. Gevolgtrekking dat onttrekkingen vast staan. Kwalificeert als onrechtmatig handelen.
Vordering aandeelhouder jegens medeaandeelhouders en bestuurder van B.V. Verwijt dat anderen vooraf misleidende voorstelling van zaken hebben gegeven en nadien onvoldoende deskundig hebben gehandeld waardoor investering in B.V. verloren is gegaan.
Bestuurdersaansprakelijkheid. Onrechtmatige daad (art. 6:162 BW). Verwijtbaar handelen bestuurdervennootschap. Aansprakelijkheid indirect bestuurder op grond van artikel 2:11 BW. Geen aansprakelijkheid van bedrijfsleiding als feitelijk beleidsbepalers.
Bestuurdersaansprakelijkheid na faillissement. De curator stelt vier (al dan niet middellijke) bestuurders aansprakelijk voor een faillissementstekort. Naast formele verweren, zoals rechtsverwerking en obscuur libel, wordt door gedaagden onder meer aangevoerd dat de vordering is
eindvonnis na ECLI:NL:RBNHO:2021:9051 - artikel 47 Fw - de rechtbank komt terug van bindende eindbeslissing - artikel 233 Rv
Bestuurdersaansprakelijkheid. Rechtspersoon-bestuurder kan persoonlijk geen ernstig verwijt worden gemaakt van het feit dat de vordering van eiser op (failliete) BV onbetaald en onverhaalbaar is. Art. 2:11 BW. Geen afgeleide aansprakelijkheid van indirecte bestuurders. Vordering
Bestuurdersaansprakelijkheid. Geld op de bankrekening van een Stichting Derdengelden van een inmiddels gefailleerd veilingbedrijf is aangewend in de bedrijfsvoering van de onderneming.
Contradictoir. Bestuurdersaansprakelijkheid. Moest het bestuur rekening houden met een vordering en daarvoor gelden reserveren? Inschatting verlieskans rechtsstrijd. Rechtvaardigingsgrond handelen bestuurders? Schade? Tussenvonnis.
Internationale bevoegdheid. Toepasselijk recht. Slowakije. Vernietiging bestuursbesluiten. Cessies. Actio pauliana. Art. 3:45 BW. Onrechtmatig handelen als bestuurder en aandeelhouder. Redelijkheid en billijkheid. Art. 2:8 BW. Schending Wijsmuller-norm. Onrechtmatig afgebroken on
Beroepsaansprakelijkheid omtrent onjuist fiscaal advies. Geen persoonlijke aansprakelijkheid ex art. 7:404 BW. Eigen schuld. Hoogte schade.
Vonnis in incident tot oproeping in vrijwaring. Afwijzing incident. Stellingen in het incident, dienen als verweer in hoofdzaak te worden aangevoerd. Slaagt het verweer in de hoofdzaak, dan zal de vordering in hoofdzaak hierop afstuiten.
Bestuurdersaansprakelijkheid. Overdracht activa voor faillissement. 2:9 BW. Geen schending geheimhoudings- en concurrentiebeding.
Zaak met internationale aspecten. Vijf partijen organiseren samen evenementen. Na afloop ontstaat discussie over de financiële afwikkeling daarvan. De bij de samenwerkingsovereenkomst betrokken eisers sub 1 tot en met 3 hebben onvoldoende onderbouwd dat zij een samenwerkingsovere
Bestuurdersaansprakelijkheid. Bestuurder en middellijk bestuurders van stichting. Art. 6:162 BW ('Beklamel'-criterium) en art. 2:11 BW. Motivering.
Gestelde fraude in specialistische GGZ. Ook als ervan wordt uitgegaan dat instelling ten onrechte niet heeft meegewerkt aan fraudeonderzoek verzekeraar, is bestuurder niet aansprakelijk. Niet gesteld dat bestuurder zorgvuldigheidsnorm heeft overtreden.
Gestelde fraude in specialistische GGZ. Ook als ervan wordt uitgegaan dat instelling ten onrechte niet heeft meegewerkt aan fraudeonderzoek verzekeraar, is bestuurder niet aansprakelijk. Niet gesteld dat bestuurder zorgvuldigheidsnorm heeft overtreden.
Gestelde fraude in specialistische GGZ. Ook als ervan wordt uitgegaan dat instelling ten onrechte niet heeft meegewerkt aan fraudeonderzoek verzekeraar, is bestuurder niet aansprakelijk. Niet gesteld dat bestuurder zorgvuldigheidsnorm heeft overtreden.
Gestelde fraude in specialistische GGZ. Instelling heeft ten onrechte niet meegewerkt aan fraudeonderzoek. Niet gesteld dat bestuurders zorgvuldigheidsnorm hebben overtreden.
Gestelde fraude in specialistische GGZ. Instelling heeft ten onrechte niet meegewerkt aan fraudeonderzoek. Niet gesteld dat bestuurders zorgvuldigheidsnorm hebben overtreden.