De curator vordert een verklaring voor recht dat gedaagden hoofdelijk aansprakelijk zijn voor het bedrag van de schulden in het faillissement van EPG, voor zover deze schulden niet door vereffening van de overige baten kunnen worden voldaan.
Burgerlijk Wetboek
Art. 2:10 BW
Genoemd in 847 uitspraken · Officiële wettekst
847 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 29 · live
Artikel 2:248 BW. Bestuurders niet aansprakelijk.
"Bestuurdersaansprakelijkheid. Ook als onbehoorlijk bestuur door bestuurder(s) vast staat, is aansprakelijkheid van commissarissen niet vanzelfsprekend.".
Faillissement. Bestuurdersaansprakelijkheid. Artikel 2:248 lid 2 BW. Schending van de deponeringsplicht en de adminstratieplicht. Tegenbewijsopdracht aan bestuurder.
Tussenvonnis. Bestuurdersaansprakelijkheid. Beroep van curator op bewijsvermoeden van artikel 2:248 lid 2 BW in verband met de schending van de administratie- en boekhoudplicht (artikel 2:10 BW) en de publicatieplicht (artikel 2:394 BW). De artikelen 2:248 en 2:9 BW hebben slecht
De curator vordert primair door de failliet onverschuldigd aan haar (voormalig) bestuurders betaalde bedragen terug en subsidiair dat zij het tekort in het faillissement zullen betalen. De curator heeft verklaard af te zien van bewijslevering ten aanzien van de primaire vordering
Bestuurdersaansprakelijkheid ex art. 2:248 BW. Kennelijk onbehoorlijke taakvervulling; schending publicatievoorschriften ex art. 2:394 BW geen onbelangrijk verzuim nu niet is komen vast te staan dat gepubliceerde gegevens correct zijn.
Bij vonnis van de rechtbank Breda van 23 maart 2030 is Lija Chartering & Trading B.V. in staat van faillissement verklaard. Gedaagde in conventie is bestuurder van Lija.De curator vordert dat de rechtbank - kort weergegeven - voor recht zal verklaren dat gedaagde in conventie hoo
Bestuurdersaansprakelijkheid na faillissement.
Ondernemingsrecht. Diverse geschillen tussen de vennootschap en haar voormalige (formele/materiële) bestuurder. Betekent einde van de managementovereenkomst met de bestuurder ook het ontslag van de bestuurder?
BV-bestuurder aansprakelijk voor faillissementstekort wegens schending boekhoudplicht art. 2:10 BW; matiging o.g.v. art. 2:248 lid 4 BW i.v.m. korte duur bestuurderschap.
Vervolgarrest na arresten 24 maart 2009(LJN BZ4114) en 2 februari 2010 (LJN BZ4121); bewijs niet geleverd. Alsnog afwijzing vordering geïntimeerde. HR dd. 08-02-2013 LJN BY2640
Hebben de bestuurders van de failliete naamloze vennootschap hun taak onbehoorlijk vervuld en wordt vermoed dat deze onbehoorlijke taakvervulling een belangrijke oorzaak is van het faillissement?
Bestuurdersaansprakelijkheid. Art. 2:248 BW. Referteperiode art. 2:248 lid 6. Administratieplicht. Art. 2:10 BW.
Vordering van vennootschap tot afgifte stukken door haar voormalig bestuurder (een trustkantoor), op grond van primair artikel 5:2 BW (eigendom, revindicatie) en subsidiair artikel 843a Rv. Primaire vordering deels toegewezen, bij wege van ordemaatregel. Een trustkantoor moet wor
Aansprakelijkheid bestuurder voor tekort in faillissement. De bestuurder heeft de jaarrekening niet tijdig gedeponeerd, dus er is sprake van onbehoorlijk bestuur, dat vermoed wordt een belangrijke oorzaak van het faillissement te zijn. De bestuurder heeft dat vermoeden ontzenuwd,
Administrateur van vereniging veroordeeld tot terugbetaling van verduistering kasgeld.
Verzetzaak. De kernvraag is of er sprake is van kennelijk onbehoorlijk bestuur door eiser in verzet van STH. De curator heeft zijn vordering gestoeld op artikel 2:248 lid 2 en 2:248 lid 1 BW.
aansprakelijkheid bestuurder; kennelijk onbehoorlijk bestuur; art. 2:9 BW; art. 2:10 BW; art. 2:11 BW:art. 2:248 BW
Bewijsvermoeden dat kennelijk onbehoorlijk bestuur belangrijke oorzaak van faillissement was, in hoger beroep ontzenuwd. Jaarstukken te laat gedeponeerd. Na deskundigenbericht wijst het hof de vorderingen van de curator alsnog af.
Stichting. Aansprakelijkheid bestuurders. Boekhoudplicht. Door de rechtbank benoemd nieuw stichtingsbestuur beschikt niet over de administratie van de stichting. Oude bestuurders worden ter verantwoording geroepen en geven onvoldoende uitleg. Tekortschieten waarvan bestuurders ee
Faillissement. Hebben gedaagden de geïncasseerde bedragen ten onrechte niet aan de boedel afgedragen. subsidiair zijn zij ongerechtvaardigd verrijkt ten koste van de boedel, meer subsidiair moeten zij de geïncasseerde vorderingen op grond van de redelijkheid en billijkheid aan de
I. Terechte vernietiging van cessie door curator, nu cessie paulianeus is. Cessie heeft binnen een jaar voor het faillissement plaatsgevonden zonder dat daartoe een verplichting bestond en is nadelig voor de overige schuldeisers, omdat de gecedeerde vordering niet meer voor hen b
-
Bstuurdersaansprakelijkheid jegens failliete boedel.