OK; enquêterecht; ontheffing bestuurder; nog geen nieuwe bestuurder benoemd; situatie met partijen besproken tijdens reeds geplande mondelinge behandeling.
Burgerlijk Wetboek
Art. 2:10 BW
Genoemd in 847 uitspraken · Officiële wettekst
847 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 24 · live
Faillissement. Bestuurdersaansprakelijkheid.
hoger beroep van tussenvonnis; bewijsvermoeden van art. 2:138 lid 2 BW, publicatieplicht, administratieplicht; onrechtmatige daad rechtspersoon jegens bestuurder t.t.v. surseance een boedelvordering?
HR: art. 81.1 RO.
HR: art. 81.1 RO.
OK; enquêterecht; deponering onderzoeksverslag; uitlaten belang bij door laten gaan geplande mondelinge behandeling.
Bestuurdersaansprakelijkheid; Beklamel-norm
Onrechtmatige daad. Bestuurdersaansprakelijkheid. Art. 2:248 BW. Schending deponeringsverplichting. Onbelangrijk verzuim. Andere oorzaken voor faillissement dan onbehoorlijke taakvervulling.
Ondernemingsrecht, bestuurdersaansprakelijkheid, schending administratieplicht, weerlegbaar vermoeden dat kennelijk onbehoorlijke taakvervulling een belangrijke oorzaak van faillissement is, bewijsopdracht.
Onrechtmatige daad. Bestuurdersaansprakelijkheid. Art. 2:248 BW. Schending deponeringsverplichting. Onbelangrijk verzuim. Andere oorzaken voor faillissement dan onbehoorlijke taakvervulling.
BV maakt haar ex-bestuurder een groot aantal verwijten. Hof acht geen van die verwijten voldoende ernstig om tot aansprakelijkheid te concluderen.
Bestuurdersaansprakelijkheid. Jaarrekeningen niet tijdig gedeponeerd. Bestuurder maakt aannemelijk dat faillissement een andere oorzaak had. Een hotel-bouwproject is failliet gegaan. Dit project was ondergebracht in een besloten vennootschap. Een ander goedlopend hotel, ook onder
artikel 343 Sr: Hof veroordeelt verdachte na verwijzing van de Hoge Raad voor bedrieglijke bankbreuk. Verdachte heeft als bestuurder/penningmeester van de Stichting niet voldaan aan de op hem op grond van de artikelen 2:10 en 3:15a (oud; thans artikel 3:15i) BW rustende verplicht
Bestuurdersaansprakelijkheid, curator stelt bestuurder aansprakelijk niet voldoen aan deponeringsplicht boekhoudplicht namelijk geen deugdelijke administratie ten behoeve van de curator. Geen inzicht in kosten van projecten. De vennootschappen zijn hier failliet gegaan als gevolg
Bestuurdersaansprakelijkheid ex art. 2:248 lid 2 juncto 2:10 (Boekhoudplicht) en art. 2:394 BW. Verweer dat wat betreft de publicatieplicht sprake is van een onbelangrijk verzuim, slaagt, gelet op HR 12 juli 2013, ECLI:NL:HR:2013:BZ7189 rov. 3.6.2. en HR 1 november 2013 ECLI:NL:H
Stelplicht; eisen die kunnen worden gesteld aan de stelplicht van verweerder, gelet op de omstandigheden van het geval. Het gaat in deze zaak om een veelheid van vennootschappen die door de eigenaar en feitelijk bestuurder als een eenmanszaak worden beschouwd. De gekozen construc
Hoger beroep van ECLI:NL:RBARN:2011:BR0169; bestuurdersaansprakelijkheid ex artikel 2:248 BW; belangenconflict van medeaandeelhouder tevens schuldeiser; beginselen van proportionaliteit en subsidiariteit; onbehoorlijke taakvervulling; vermindering van aansprakelijkheid van afzond
Bestuurdersaansprakelijkheid in faillissement ex art. 2:248 BW, schending publicatieplicht, wettelijk vermoeden niet weerlegd. Ook: Peeters/Gatzen-vordering, onrechtmatige selectieve betalingen.
bevoegdheids- en vrijwaringsincident; bevoegdheid van curator bij bestuurdersaansprakelijkheid; artikelen 106 Rv en 2:248 BW.
Artt. 476a, 476b Rv; 6:127 lid 1 BW. Executoriaal derdenbeslag; verklaringsprocedure. Verrekeningsverklaring.
De vordering van de curator op een vennootschap op grond van paulianeus handelen door die vennootschap wordt afgewezen. De vordering jegens de bestuurder van (zowel die vennootschap als) de gefailleerde vennootschap wordt eveneens afgewezen. Weliswaar staat krachtens het bepaalde
Geen bestuurdersaansprakelijkheid vanwege enkele feit dat jaarrekening na de faillietverklaring niet is gepubliceerd. Uitleg cessieakte.
Bestuurdersaansprakelijkheid. Onbehoorlijke taakvervulling bestuur. Disculpatie bestuurder? Art. 2:248 lid 3 BW?
artikel 2:248 BW; na ontzenuwing vermoeden van lid 2 door aangesproken bestuurder moet curator aannemelijk maken dat onbehoorlijk bestuur nochtans mede een belangrijke oorzaak van het faillissement is geweest; HR 30-11-07, NJ 2008-91 (Blue Tomato).
aansprakelijkheid voor tekort in faillissement? Voormalig bestuurder vennootschap ook voormalig bestuurder/penningmeester stichting die aandelen vennootschap houdt. Stichting beleidsbepaler als bedoeld in art. 2:248 lid 7 BW.