Bestuurdersaansprakelijkheid van feitelijk leidinggevenden die een vennootschap hebben gebruikt om derden op te lichten. Geen bestuurdersaansprakelijkheid van de voomalig bestuurder die de vennootschap heeft verkocht.
Burgerlijk Wetboek
Art. 2:10 BW
Genoemd in 847 uitspraken · Officiële wettekst
847 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 2 · live
Bestuurdersaansprakelijkheid op grond van art. 2:248 BW. De curator stelt dat de boekhoudverplichting is geschonden. De bestuurder van de failliet kan de boekhouding betreffende het laatste jaar in het geheel niet overleggen en betreffende de twee daaraan vooraf gaande jaren kan
Geen uitbetaling conform CAO voorshands bewezen geacht; werkgever toegelaten tot tegenbewijs. Dwangsommen verjaard.
In conventie wordt het verzoek alsnog een deskundigenbericht te gelasten afgewezen. Het is vaste jurisprudentie dat op de beslaglegger een risicoaansprakelijkheid rust voor de gevolgen van het door hem gelegde beslag, indien de vordering waarvoor beslag is gelegd geheel ongegrond
Eiser vordert – zakelijk weergegeven – primair dat [B B.V.], [C] en [D] ieder voor zich worden veroordeeld tot openbaarmaking van de identiteit van de opdrachtgever(s) van de op 7 maart 2003 althans op enig ander moment daarvoor, aan [B B.V.] gegeven opdracht om onderzoek te doen
-
Faillissementsrecht. Vennootschapsrecht; kennelijk onbehoorlijke taakvervulling bestuurder; niet-nakoming boekhoudverplichting (81 RO).
De primaire vordering van de curator is gbaseerd op artikel 2:248 BW: de hoofdelijke aansprakelijkheid van de bestuurders jegens de boedel voor het tekort op grond van kennelijk onbehoorlijk bestuur en aannemelijkheid dat dit een belangrijke oorzaak is geweest van het faillisseme
Bewaarplicht ex artikelen 17 en 18 Gerechtsdeurwaarderswet.