Faillissement. Bestuurdersaansprakelijkheid. Pauliana. Uit de door de curator in het geding gebrachte correspondentie blijkt zonneklaar dat het de bedoeling was om het bedrijf van failliet leeg te trekken alvorens het faillissement aan te vragen. Met de curator is de rechtbank va
Burgerlijk Wetboek
Art. 2:10 BW
Genoemd in 847 uitspraken · Officiële wettekst
847 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 5 · live
bestuurdersaansprakelijkheid, administratieplicht moedervennootschap, kennelijk onbehoorlijke taakvervulling
bestuurdersaansprakelijkheid. Boekhoudplicht. Publicatieplicht. Onbehoorlijk bestuur
Curator spreekt (indirect) bestuurder van vier failliete vennootschappen aan. Grondslagen: (1) vordering uit rekening-courantverhouding, (2) aan vennootschap toekomende gelden ten onrechte op privérekening laten storten; (3) artikel 2:248 lid 2 BW (boekhoudplicht niet nagekomen).
De curator van een gefailleerde onderneming stelt zowel de bestuurders – op diverse grondslagen art. 2:248 lid 2 BW jo art. 2:10 BW en art. 2:394 BW, artikel 2:248 lid 1, art. 2:252 BW en artikel 2:9 BW – als de commissarissen (artikel 2:259 BW) aansprakelijk. Omvang en reikwijdt
Hoofdzaak en vrijwaring. Hoofdzaak: bestuurdersaansprakelijkheid? Geen schending publicatieplicht: er is sprake van een gering verzuim. Voor schending van de boekhoudplicht of onbehoorlijk bestuur op overige gronden is door de curator onvoldoende gesteld.
BV maakt haar ex-bestuurder een groot aantal verwijten. Hof acht geen van die verwijten voldoende ernstig om tot aansprakelijkheid te concluderen.
Stelplicht; eisen die kunnen worden gesteld aan de stelplicht van verweerder, gelet op de omstandigheden van het geval. Het gaat in deze zaak om een veelheid van vennootschappen die door de eigenaar en feitelijk bestuurder als een eenmanszaak worden beschouwd. De gekozen construc
Bestuurdersaansprakelijkheid ex art. 2:248 lid 2 juncto 2:10 (Boekhoudplicht) en art. 2:394 BW. Verweer dat wat betreft de publicatieplicht sprake is van een onbelangrijk verzuim, slaagt, gelet op HR 12 juli 2013, ECLI:NL:HR:2013:BZ7189 rov. 3.6.2. en HR 1 november 2013 ECLI:NL:H
Hoger beroep van ECLI:NL:RBARN:2011:BR0169; bestuurdersaansprakelijkheid ex artikel 2:248 BW; belangenconflict van medeaandeelhouder tevens schuldeiser; beginselen van proportionaliteit en subsidiariteit; onbehoorlijke taakvervulling; vermindering van aansprakelijkheid van afzond
Artt. 476a, 476b Rv; 6:127 lid 1 BW. Executoriaal derdenbeslag; verklaringsprocedure. Verrekeningsverklaring.
De rechtbank Overijssel heeft beslist dat de bestuurder/aandeelhouder van een failliete herenmodezaak in Enschede persoonlijk aansprakelijk is voor de schulden van dat bedrijf, omdat hij de onderneming onbehoorlijk heeft bestuurd. De schade bedraagt waarschijnlijk meer dan € 2.00
Faillissement onderneming in uitvaartverzekeringen. Curator spreekt bestuurders van de failliete vennootschap aan voor tekort in het faillissement op grond van kennelijk onbehoorlijk bestuur. Volgens de rechtbank is geen sprake van kennelijk onbehoorlijk bestuur. Wel dienen de ge
92/93a faillissementswet. Recht van de curator op inzage in de boekhouding die zich bij een derde bevindt (cloud computing).
Eiser (curator) vordert dat gedaagden hoofdelijk worden veroordeeld tot betaling van een bedrag gelijk aan het tekort in het faillissement van B.V. waar gedaagden bestuurder van zijn/waren. Jaarstukken niet tijdig gedeponeerd (artikel 2:394 BW). Geen onbelangrijk verzuim. Niet vo
Faillissement. Bestuurdersaansprakelijkheid. Rechtbank is van oordeel dat sprake is van wanbestuur van de gefailleerde vennootschappen in de zin van artikel 2:248 BW.
Rechtbank veroordeelt verdachte wegens faillissementsfraude tot 12 maanden gevangenisstraf en ontzetting van de uitoefening van het beroep van statutair directeur van een rechtspersoon en gelast tevens, nadat het vonnis onherroepeljk is geworden, de openbaarmaking van het vonnis
Curator vordert betaling van schulden in faillissement o.g.v. onbehoorlijk bestuur. Gedaagde heeft niet voldaan aan haar verplichtingen uit art. 2 : 10 BW. Wettelijk vermoeden dat dit belangrijke oorzaak van het faillissement is. Gedaagde heeft wettelijk vermoeden niet weerlegd.
De rechtbank Oost-Nederland veroordeelde een toen 58-jarige man uit Enschede tot een gevangenisstraf van 21 maanden voor het meermalen plegen van een bedrieglijke bankbreuk, medeplegen van oplichting en verduistering.
Vordering van curator op voormalige (middellijke) bestuurders nadat vennootschap 2 maanden na overname is gefailleerd en de curator geen beschikking heeft gekregen over een deugdelijke administratie. Primaire grondslag is artikel 2:248 BW en subsidiair onrechtmatig handelen jegen
HR: 81 RO. Ambtshalve: de bestreden uitspraak bevat geen beslissing op de vordering van de b.p. X. HR herhaalt relevante overweging uit HR LJN AT1812 met betrekking tot het gehouden zijn omtrent de vordering van een b.p. een met redenen omklede beslissing te nemen. De bestreden u
Artikel 2:248 BW. Bestuurders niet aansprakelijk.
Faillissement. Bestuurdersaansprakelijkheid. Artikel 2:248 lid 2 BW. Schending van de deponeringsplicht en de adminstratieplicht. Tegenbewijsopdracht aan bestuurder.
De curator vordert primair door de failliet onverschuldigd aan haar (voormalig) bestuurders betaalde bedragen terug en subsidiair dat zij het tekort in het faillissement zullen betalen. De curator heeft verklaard af te zien van bewijslevering ten aanzien van de primaire vordering
aansprakelijkheid bestuurder; kennelijk onbehoorlijk bestuur; art. 2:9 BW; art. 2:10 BW; art. 2:11 BW:art. 2:248 BW