Bestuurdersaansprakelijkheid. Schending van publicatie- én administratieplicht, dat geen onbelangrijk verzuim is en sprake is van kennelijk onbehoorlijke taakvervulling. Andere belangrijke oorzaak voor het faillissement van de keukenzaak niet aannemelijk. Geen reden voor matiging
Burgerlijk Wetboek
Art. 2:10 BW
Genoemd in 847 uitspraken · Officiële wettekst
847 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 3 · live
Gedaagden waren (indirect) bestuurders van de vennootschap. Na het faillissement van de venootschap is een aantal schuldeisers onbetaald gelaten. De curator vordert in deze procedure onder andere veroordeling van gedaagden tot betaling van het boedeltekort. Deze vordering wordt t
Beschikking. Zijn besluiten van een vereniging van eigenaars betreffende de balans en exploitatierekening nietig of vernietigbaar omdat de administratie niet is afgescheiden van die van de (hoofd)vereniging van eigenaars? Artikel 2:10 lid 1 en artikel 5:124 BW. Verzoeken afgeweze
- bestuurdersaansprakelijkheid in het kader van niet-nakoming aannemingsovereenkomst - selectieve betaling - persoonlijk ernstig verwijt
Bestuurdersaansprakelijkheid (art. 2:248 BW). Het hof kan niet zonder meer vaststellen of ontbreken voorraadadministratie schending van wettelijke administratieplicht oplevert. Niet aannemelijk is dat kennelijk onbehoorlijk bestuur oorzaak is geweest van faillissement. Ook voor h
Bestuurdersaansprakelijkheid in faillissement. Omvang administratieplicht. Is sprake van kennelijk onbehoorlijk bestuur en/of onrechtmatige selectieve betalingen.
De vordering van de curator op grond van artikel 2:248 BW wordt afgewezen omdat zij niet aannemelijk heeft gemaakt dat de kennelijk onbehoorlijke taakvervulling mede een belangrijke oorzaak van het faillissement is geweest.
Artikelen 2: 248 BW, 2:10 BW en artikel 42 Fw. Bestuurdersaansprakelijkheidszaak. Curator verwijt vader als statutair bestuurder en zoon als feitelijk bestuurder onbehoorlijk bestuur. Er is niet voldaan aan de administartieplicht. De feitelijk bestuurder wordt aansprakelijk geho
Tussenvonnis. Aansprakelijkheid op grond van artikel 2:248 lid 2 BW. Bestuursverbod. De curator wordt opgedragen de rechtbank te informeren over de vraag of er andere rechtspersonen zijn waarvan gedaagde bestuurder of commissaris is en zo ja, een uittreksel uit het Handelsregiste
Bestuurdersaansprakelijkheid o.g.v. 2:248 BW / 2:9 BW / 6:162 BW. Schending publicatieplicht en boekhoudplicht. Aangesproken bestuurder heeft bewijsvermoeden artikel 2:248 lid 2 BW ontzenuwd. Curator wordt toelaten tot bewijslevering.
verstekarrest; vorderingen ex artikelen 2:248 BW en 106a Fw; bevoegdheid op grond van artikel 3 lid 1 van de herschikte Insolventieverordening (hierna: IVO (herzien)); geen grief tegen toepasselijk recht en artikel 7 lid 2 onder m) IVO (herzien); juridische en feitelijke bestuurd
Deel van de vordering verjaard
Een statutair bestuurder is op staande voet ontslagen vanwege onrechtmatige salarisverhogingen, slechte administratie van vakantie-uren, ondeugdelijke boekhouding, privé-uitgaven ten laste van de vennootschap en de inzet van zijn broer binnen de vennootschap. Werknemer verzoekt o
Ondernemingsrecht. (Bestuurders)aansprakelijkheid o.v.v. art. 2:248 BW, art. 2:9 BW, art. 6:162 BW?
Handelszaak. Bestuurdersaansprakelijkheid ex artikel 2:248 BW (aansprakelijkheid van het bestuur voor het boedeltekort). Schending boekhoud- en publicatieplicht. Geen onbelangrijk verzuim en geen disculpatie. Onbehoorlijke taakvervulling wordt vermoed de oorzaak van het faillisse
Deze zaak draait om de vraag of de bestuurders van een B.V., waaraan de provincie Overijssel subsidie heeft verstrekt, in privé aansprakelijk zijn voor het tekort in het faillissement en/of andere schade op grond van artikel 2:248 BW, artikel 2:9 BW of artikel 6:162 BW. De rechtb
Minimega Beerenberg 2. Zich als bestuurder van een rechtspersoon schuldig maken aan faillissementsfraude gedurende twee jaren. Vrijspraak voor het niet voldoen aan de wettelijke verplichtingen tot het voeren van een administratie ten gevolge waarvan de afhandeling van het faillis
Art. 2: 248 lid 2, 2:10, 2:394 BW. Niet voldaan aan wettelijke publicatie- en administratieplicht. Daardoor sprake van bestuurdersaansprakelijkheid op grond waarvan gedaagde aansprakelijk is voor het boedeltekort.
Bestuurdersaansprakelijkheid. Onbehoorlijk bestuur met faillissement tot gevolg. Gedaagden hoofdelijk aansprakelijk voor boedeltekort. Geen gronden voor matiging.
bestuurdersaansprakelijkheid, boekhoudplicht, publicatieplicht, bewijsvermoeden, katvanger
Art. 2:248 en 2:10 BW. Niet voldaan aan de wettelijke administratieplicht. Daardoor sprake van bestuurdersaansprakelijkheid op grond waarvan gedaagde aansprakelijk is voor het boedeltekort.
Faillissement zorgbureaus. Aansprakelijkheid voor ontstane faillissementstekorten. Kennelijk onbehoorlijk bestuur. Administratieplicht op ernstige wijze geschonden. Civielrechtelijk bestuursverbod voor de tijd van vijf jaar.
Bestuurdersaansprakelijkheid. Vraag of bestuurder op grond van art. 2:11 BW aansprakelijk kan worden gehouden en daarmee vraag van toepasselijk recht kan in midden blijven. Geen prejudiciële vragen. Bestuurder aansprakelijk op grond van art. 2:248 BW.
Artikelen 2.10, 2.11 en 2:248 BW. Bestuurdersaansprakelijkheid. Schending van de administratieplicht. Disculpatie (na bedreiging en overname heeft (voormalig) feitelijk leidinggevende het pand verlaten. Nadien is de administratie zoekgemaakt).
Bestuurdersaansprakelijkheid; faillissement; kennelijk onbehoorlijke taakvervulling; administratieplicht; selectieve betalingen.