Faillissement. Bestuurdersaansprakelijkheid. Gestelde grondslag van vordering niet behandeld. Beoordeling onbehoorlijke taakvervulling. Boekhoudplicht art. 2:10 lid 1 BW; maatstaf; HR 11 juni 1993, ECLI:NL:HR:1993:ZC0994, NJ 1993/713 (Brens q.q./Sarper). Elementen die van belang
Burgerlijk Wetboek
Art. 2:10 BW
Genoemd in 847 uitspraken · Officiële wettekst
847 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Bestuurdersaansprakelijkheid ogv 2:248 BW. De omvang van de boekhoudverplichting als bedoeld in artikel 2:10 BW. Weerlegging van het in artikel 2:248 lid 2 BW gegeven vermoeden door het aanwijzen van andere feiten en omstandigheden die oorzaak van het faillissement zijn geweest.
Bewijsklacht t.a.v. ‘ter bedrieglijke verkorting van de rechter der schuldeisers’ a.b.i. 343 Sr. Vooropgesteld wordt dat die bewoordingen tot uitdrukking brengen dat verdachte het opzet moet hebben gehad op de verkorting van de rechten van de schuldeisers, dat voorwaardelijk opze
Bestuurders- en commissarissenaansprakelijkheid. Bestuurders en commissarissen van Landis zijn aansprakelijk voor het faillissementstekort op grond van artikel 2:138 lid 2 BW (in samenhang met artikel 2:149 BW ten aanzien van de commissarissen). Het bestuur heeft niet voldaan aan
Ondernemingsrecht. Bestuurdersaansprakelijkheid wegens schending boekhoudplicht (art. 2:10 BW). Kan bewijsvermoeden van art. 2:248 lid 2 BW ontzenuwd worden door aannemelijk te maken dat handelingen van een bestuurder die op zichzelf geen kennelijk onbehoorlijk bestuur opleveren,
Afgewezen vordering ex artikel 2: 248 BW in samenhang met 2:10 BW wegens niet (volledig) aangeleverde administratie. Bewijslastverdeling. Beroep op pauliana verjaard.
Hoger beroep; bestuurdersaansprakelijkheid in faillissement; na ziekte bestuurster/apothekeres nam echtgenoot waar; bij ontstentenis benoemd tot statutair bestuurder; tevens feitelijk beleidsbepaler, ook als een waarnemend/beherend apotheker statutair bestuurder zou zijn geweest;
Herziening. Vervolg op HR 2 juni 2015, ECLI:NL:HR:2015:1445. De HR verklaart de tweede aanvraag tot herziening n-o en wijst de derde af.
beletregeling, toelating om als bestuurder te fungeren, managementfee, inzage administratie, ondeugdelijke administratie?, redelijkheid en billijkheid, besluiten in strijd met statutaire eisen?
Faillissement. Bestuurdersaansprakelijkheid, art. 2:248 BW. Doorbraak op de voet van art. 2:11 BW ook in geval (indirect) bestuurder in buitenland (België) is gevestigd? Ingevolge art. 3, aanhef en onder e, Wet conflictenrecht corporaties beheerst het op de corporatie toepasselij
verzoek tot nietig verklaring dan wel vernietiging van besluiten VvE. Het gaat om besluiten ten aanzien van de financiele huishouding van de VvE, machtiging tot ontslag bestuurder,
Ondernemingsrecht. Faillissementsrecht. Curator van failliete vennootschap onder firma spreekt vennoten aan, volgens hof in de kern: (i) tot betaling van schadevergoeding op grond van onrechtmatige daad door wijze waarop vennoten 'de vof hebben bestuurd' (Peeters q.q./Gatzen-acti
Bestuurder van een vennootschap handelt ernstig verwijtbaar door de verkoop tegen een aanzienlijk te lage koopprijs van aandelen die de vennootschap hield in een andere vennootschap. De verkrijgende vennootschap, die dezelfde bestuurder had als de verkopende vennootschap, handelt
Bestuurdersaansprakelijkheid op grond van artikel 2:248 lid 1 BW. Schending boekhoudplicht en publicatieplicht. Bewijsvermoeden dat onbehoorlijke taakvervulling een belangrijke oorzaak is van faillissement niet ontzenuwd. Geen grond voor matiging. Geen sprake van onrechtmatig han
Bestuurders en betrokkene als feitelijk beleidsbepaler zijn door curator aansprakelijk gesteld voor de boedeltekorten in vennootschappen. Verstekvonnis tegen bestuurders. Onvoldoende onderbouwd dat betrokkene bestuurder is, want niet gebleken van een bestuursbesluit. Geen feiteli
Faillissement B.V. ontstaan door onbehoorlijk bestuur. Gedaagden zijn hoofdelijk aansprakelijk voor de ontstane schulden en krijgen een bestuursverbod opgelegd voor de duur van vijf jaar. Matiging m.b.t. te betalen voorschot wegens persoonlijke omstandigheden.
Conclusie AG. Als bestuurder van een rechtspersoon, welke in staat van faillissement is verklaard, aan hem te wijten zijn, dat de bewaarde boeken, bescheiden en andere gegevensdragers niet in ongeschonden staat worden tevoorschijn gebracht, art. 342 aanhef en onder 3, (oud) Sr. B
Bestuurdersaansprakelijkheid op grond van artikel 2:248 BW. Onderscheid tussen de bestuurder en de mede op grond van artikel 2:11 BW aansprakelijke personen. De aangesproken indirecte bestuurder kan, ook nu twee directe bestuurders niet in hoger beroep zijn gekomen, in het kader
Conclusie A-G over (o.a.) het bestanddeel 'ter bedrieglijke verkorting van de rechten van zijn schuldeisers' bij het niet of onvoldoende voeren en uitleveren van een administratie a.b.i. art. 341, sub a, onderdeel 4 (oud) Sr (bedrieglijke bankbreuk). De A-G stelt zich op het stan
Geen bestuurdersaansprakelijkheid: Weerlegging vermoeden art. 2:248 lid 2, maatstaf art. 2:248 lid 1 BW, geen schending art. 2:9 BW
Art. 81 lid 1 RO. Faillissementsrecht. Procedure tot faillietverklaring; toestand te hebben opgehouden te betalen; pluraliteitsvereiste (art. 6 lid 3 Fw). Summierlijk blijken van steunvordering. Bewijswaarde administratie schuldenaar.
Voormalig bestuurder/DGA ook strafrechtelijk aansprakelijk bij faillissementsfraude na aanstellen katvanger in de periode voorafgaand aan het faillissement.
Naar aanleiding van verkoop van tot de Eurocommerce Stal behorende paarden, vordert de voormalige indirect bestuurder van Gevi Gorssel commissie op grond van eerder daartoe gemaakte afspraken. De rechtbank laat in het midden of de gestelde afspraken zijn gemaakt en wijst de vorde
Aansprakelijkheid van (in)directe bestuurders van de (inmiddels gefailleerde) dochtervennootschappen ex artikel 2:9 BW jo artikel 2:11 BW voor schending van de administratieplicht (artikel 2:10 BW) en gebrekkig toezicht op de administratievoering gedurende vele jaren door één adm
persoonlijke aansprakelijkheid bestuurder ex art. 248 lid 2 BW of art. 2:248 lid 1 BW; administratieplicht art. 2:10 BW