Bestuurdersaansprakelijkheid. Oprichting van een besloten vennootschap gevolgd door een bekrachtiging van alle door een van de bestuurders voor en namens de vennootschap in oprichting gedane rechtshandelingen. Binnen een jaar volgt het faillissement van de opgerichte vennootschap
Burgerlijk Wetboek
Art. 248 BW
Genoemd in 49 uitspraken · Officiële wettekst
49 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 2 · live
Faillissement. Bestuurdersaansprakelijkheid. Geen matiging.
Enkele huurders van een winkelcomplex vorderen vernietiging wegens dwaling (art 6:225 BW), wegens onvoorzienbare omstandigheden (art. 6:258 BW) en ontbinding op grond van toerekenbare tekortkomingen van de in 2009 gesloten huurovereenkomsten. De gestelde tekortkomingen zijn het a
Bestuurdersaansprakelijkheid, artikel 2:248 lid 1 en lid 2 BW.
Toepassing van aanvullende werking van redelijkheid en billijkheid (art. 6:248 lid 1 BW) in de verhouding van enkele bewoners van een bungalowpark tot de coöperatieve vereniging van bewoners die eigenaar is van de gemeenschappelijke voorzieningen. Onder de omstandigheden van het
Bedrijfsmatige verhuur; tegenvallende bezoekersaantallen; art. 6:230 BW; art. 6:258 BW; art. 6:248 lid 2 BW; wijziging c.q. gedeeltelijke ontbinding Nieuwbouwproject winkelcentrum Kloosterveste te Assen. Tegenvallende bezoekersaantallen doordat er minder inwoners in de woonwijk K
Bestuurdersaansprakelijkheid in faillissement ex art. 2:248 BW, schending publicatieplicht, wettelijk vermoeden niet weerlegd. Ook: Peeters/Gatzen-vordering, onrechtmatige selectieve betalingen.
Bestuurdersaansprakelijkheid. Faillissement.
Bestuurdersaansprakelijkheid Feitelijk bestuurder (art. 2:248 lid 7 BW) Peeters q.q./Gatzen-vordering Selectieve betalingen Betrokkenheid als derde Schade ten gevolge van een jegens de gezamenlijke schuldeisers gepleegde onrechtmatige daad Art. 6:162 BW
Zeevervoer van uien van Nieuw-Zeeland naar West-Europa. Zeeschip heeft onderweg motorproblemen en komt met flinke vertraging in Antwerpen aan, alwaar bederfschade wordt geconstateerd. Vervoersgeschiktheid uien staat nog niet vast. Gebondenheid ontvanger(-s) van de uien aan door a
Geschil over uitleg overeenkomst
Bestuurdersersaansprakelijkheid art. 2:248 BW na twee faillissementen Haags Juristen College.
Bestuurdersaansprakelijkheid ex 2:248 BW. Wettelijk vermoeden ivm schending van 2: 394 lid 3 en 2:10 BW dat onbehoorlijk bestuur een belangrijke oorzaak van het faillissement is. Onvoldoende aannemelijk gemaakt om dit vermoeden te weerleggen. Aansprakelijkheid van de (afgevaardi
Omdat de bestuurder heeft verzuimd twee jaarrekeningen van de Holding tijdig te publiceren staat vast dat hij zijn taak als bestuurder onbehoorlijk heeft vervuld. De bestuurder wordt in de gelegenheid gesteld het vermoeden dat dit een belangrijke oorzaak is van het faillissement
Huurrecht; vergoeding meeruren, afrekening (81 RO).
Bestuurdersaansprakelijkheid
Eis tot verificatie van vordering van Australische moedervennootschap in het faillissement van een ondergekapitaliseerde Nederlandse dochtervennootschap. Stelling van de curator dat de geldlening van de moeder aan de dochter behandeld dient te worden als ware het kapitaalverschaf
Bestuurdersaansprakellijkheid faillissement. Opvolgende bestuurders. Management Buy Out.
Voor een geslaagd beroep op aansprakelijkheid ex artikel 2: 248 lid 1 BW is vereist dat de curator stelt en zo nodig bewijst dat het bestuur zijn taak kennelijk onbehoorlijk heeft vervuld en aannemelijk maakt dat dit een belangrijke oorzaak van het faillissement is geweest. Het w
LogicaCMG heeft per 1 januari 2006 de regeling betreffende haar bijdrage in de premies van de ziektenkostenverzekering van haar werknemers en gezinsleden eenzijdig gewijzigd. Het belangrijkste verschil is dat in de nieuwe regeling de kosten voor de basisverzekering van partners v
De primaire vordering van de curator is gbaseerd op artikel 2:248 BW: de hoofdelijke aansprakelijkheid van de bestuurders jegens de boedel voor het tekort op grond van kennelijk onbehoorlijk bestuur en aannemelijkheid dat dit een belangrijke oorzaak is geweest van het faillisseme
Bestuurdersaansprakelijkheid faillissement, leegtrekken BV.
Voorop wordt gesteld dat ingevolge het bepaalde in artikel 705 lid 2 Rv. het beslag onder meer dient te worden opgeheven indien summierlijk van de ondeugdelijkheid van het door de beslaglegger ingeroepen recht of van het onnodige van het beslag blijkt, of, zo het beslag is gelegd
--