Ondernemingsrecht. Bestuurdersaansprakelijkheid. Art. 2:248 BW (en art. 2:11 BW). Matiging o.v.v. art. 2:248 lid 4 BW.
Burgerlijk Wetboek
Art. 248 BW
Genoemd in 49 uitspraken · Officiële wettekst
49 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Art. 81 lid 1 RO. Faillissement, bestuurdersaansprakelijkheid. Te laat deponeren jaarrekening, art. 2:394 lid 3 BW. Onbelangrijk verzuim, art. 2:248 lid 2 BW. Vermoeden dat onbehoorlijke taakvervulling belangrijke oorzaak is van faillissement, art. 2:248 lid 2 BW. Matiging, art.
Aansprakelijkheid van de bestuurder voor het faillissementstekort. De rechtbank komt op grond van art. 2:248 lid 4 BW tot een aanzienlijke matiging van het bedrag waarvoor de bestuurder aansprakelijk is.
Bestuurdersaansprakelijkheid ex 2:248 BW. Wettelijk vermoeden ivm schending van 2: 394 lid 3 en 2:10 BW dat onbehoorlijk bestuur een belangrijke oorzaak van het faillissement is. Onvoldoende aannemelijk gemaakt om dit vermoeden te weerleggen. Aansprakelijkheid van de (afgevaardi