Bestuurdersaansprakelijkheid. Verhaalsvordering van curator op voet van art. 2:248 BW tegen bestuurder van gefailleerde vennootschap; kennelijk onbehoorlijke taakvervulling, ontzenuwen van wettelijk vermoeden bij een van buiten komende oorzaak, stelplicht- en bewijslastverdeling.
Burgerlijk Wetboek
Art. 248 BW
Genoemd in 49 uitspraken · Officiële wettekst
49 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Bestuurdersaansprakelijkheid. Geschil tussen de curator van een gefailleerde vennootschap – een middelgrote rechtspersoon als bedoeld in art. 2:397 BW – en haar voormalig (feitelijk) bestuurder over zijn aansprakelijkheid op grond van art. 2:248 BW voor onbehoorlijke taakvervulli
Bestuurdersaansprakelijkheid. Art. 2:248 BW. Motivering onbehoorlijke taakvervulling. Kostenveroordeling bij incidenteel beroep.
Bestuurdersaansprakelijkheid op grond van art. 2:248 BW. Is het wettelijk vermoeden ontzenuwd? Faillissementspauliana. Verkoop actief met verrekening van de vordering tot betaling van de koopprijs.
Is sprake van een situatie waarin een ingebrekestelling achterwege kan blijven vanwege een onmogelijkheid als de opdrachtgever kort daarna andere opdrachtnemer inzet om gestelde gebreken te herstellen? Is er sprake van bedrog of dwaling?
Aanneemovereenkomst of opdracht? Algemene voorwaarden.
Bestuurders aansprakelijk op grond van art. 2:248 BW? Is het wettelijk vermoeden ontzenuwd?
Bestuurdersaansprakelijkheid. Art. 2:248 BW. Schending deponeringsverplichting. Geen onbelangrijk verzuim. Andere oorzaken voor faillissement dan onbehoorlijke taakvervulling.
bestuurdersaansprakelijkheid na faillissement, van buitenkomende oorzaak?, stelplicht en bewijslast
Onbehoorlijk bestuur? Geen wettelijk vermoeden van art. 2:248 lid 2 BW en verder is te weinig door de curator gesteld. Drie vaststaande onregelmatigheden en de gevolgen daarvan.
Nakoming kredietovereenkomst
Contractenrecht, huwelijksvermogensrecht. Bij overeenkomst ter gelegenheid van echtscheiding afgeweken van huwelijkse voorwaarden m.b.t. verevening pensioenrechten. Wederzijdse dwaling (art. 6:228 lid 1, onder c, BW). Kenbaarheidsvereiste. Stelplicht en bewijslast.
Bestuurdersaansprakelijkheid. Oprichting van een besloten vennootschap gevolgd door een bekrachtiging van alle door een van de bestuurders voor en namens de vennootschap in oprichting gedane rechtshandelingen. Binnen een jaar volgt het faillissement van de opgerichte vennootschap
Enkele huurders van een winkelcomplex vorderen vernietiging wegens dwaling (art 6:225 BW), wegens onvoorzienbare omstandigheden (art. 6:258 BW) en ontbinding op grond van toerekenbare tekortkomingen van de in 2009 gesloten huurovereenkomsten. De gestelde tekortkomingen zijn het a
Bestuurdersaansprakelijkheid, artikel 2:248 lid 1 en lid 2 BW.
Bedrijfsmatige verhuur; tegenvallende bezoekersaantallen; art. 6:230 BW; art. 6:258 BW; art. 6:248 lid 2 BW; wijziging c.q. gedeeltelijke ontbinding Nieuwbouwproject winkelcentrum Kloosterveste te Assen. Tegenvallende bezoekersaantallen doordat er minder inwoners in de woonwijk K
Zeevervoer van uien van Nieuw-Zeeland naar West-Europa. Zeeschip heeft onderweg motorproblemen en komt met flinke vertraging in Antwerpen aan, alwaar bederfschade wordt geconstateerd. Vervoersgeschiktheid uien staat nog niet vast. Gebondenheid ontvanger(-s) van de uien aan door a
Bestuurdersaansprakelijkheid
Voor een geslaagd beroep op aansprakelijkheid ex artikel 2: 248 lid 1 BW is vereist dat de curator stelt en zo nodig bewijst dat het bestuur zijn taak kennelijk onbehoorlijk heeft vervuld en aannemelijk maakt dat dit een belangrijke oorzaak van het faillissement is geweest. Het w
LogicaCMG heeft per 1 januari 2006 de regeling betreffende haar bijdrage in de premies van de ziektenkostenverzekering van haar werknemers en gezinsleden eenzijdig gewijzigd. Het belangrijkste verschil is dat in de nieuwe regeling de kosten voor de basisverzekering van partners v
--