Bestuursbevoegdheid ten aanzien van in gemeenschap vallende onroerende zaak (1:90 en 1:97 BW); beschikkingsbevoegdheid?; vernietigbaarheid? (1:88 BW)
Burgerlijk Wetboek
Art. 1:97 BW
Genoemd in 54 uitspraken · Officiële wettekst
54 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 2 · live
Hoger beroep; vordering van vader tegen zoon uit onverschuldigde betaling; terugbetaald aan en/of verrekend met moeder die uit de echtelijke woning was vertrokken? waardering bewijslevering.
Personen- en familierecht. Huwelijksvermogensrecht. Vordering tot terugneming (reprise) uit de gemeenschap; verhaal op privévermogen van de (ex-)echtgenoot. HR 13 januari 2006, ECLI:NL:HR:2006:AU2399, NJ 2006/60. Bepaling hoogte van deze vordering.
Afwijzen vordering toedeling aandeel van de vrouw in de echtelijke woning aan de man.
Gemeenschappelijk Hof verklaart belanghebbende niet-ontvankelijk in hoger beroep Aan belanghebbende is een aanslag grondbelasting voor het jaar 2012 opgelegd. Het Gerecht in eerste aanleg heeft de aanslag verminderd. Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van het Gerecht hoger b
Onrechtmatige daad, onverschuldigde betaling
Afwikkeling huwelijksgemeenschap. Prevaleert artikel 1:84 BW (kosten van de huishouding) na de ontbinding van de gemeenschap, maar vóór de ontbinding van het huwelijk boven de toepasselijkheid van artikel 1:100 en/of artikel 3:172 BW?
Hoofdverblijf, kinderalimentatie en verdeling huwelijksgemeenschap.
Grondbelasting. Waarde verminderd omdat de gewaardeerde oppervlakte te groot was. Het Gerecht verhoogt ambtshalve de toegepaste vrijstelling van Afl. 60.000 tot Afl. 120.000 omdat vaststaat dat belanghebbende en zijn echtgenote gezamenlijk eigenaar, en dus zakelijk genothebbende,
Grondbelasting. De onroerende zaak (OZ) in kwestie dient als woning voor belanghebbende en haar echtgenoot. De OZ staat op naam van belanghebbende. Aangezien belanghebbende de OZ heeft verworven, heeft zij het bestuur over de OZ. Door de haar toekomende bestuursbevoegdheden dient
Grondbelasting. Voor een onroerende zaak die eigendom is van één echtgenoot maar behoort tot een huwelijksgoederengemeenschap, geldt slechts eenmaal de vrijstelling van Afl. 60.000 voor de grondbelasting. De echtgenoot op wiens naam de onroerende zaak staat, heeft het bestuur daa
Ingevolge art. 1:100 BW hebben de echtgenoten een gelijk aandeel in de ontbonden gemeenschap, zodat die gemeenschap bij helfte dient te worden verdeeld. In casu geen afwijking van deze regel. De poging van de man tot doodslag van zijn vrouw kon hem niet worden toegerekend wegens
Art. 843a Rv. Vordering vrouw om inzage in bankgegevens van ex-echtgenoot en diens eenmanszaak afgewezen. Geen partij bij de rechtsbetrekking tussen de man en zijn eenmanszaak en de bank, ondanks gemeenschap van goederen. Geen rechtmatig belang bij haar vordering tot afgifte.
Verdeling huwelijksgemeenschap. Peildatum. Woningen: toedeling en waarde. Saldo bankrekeningen in NAF of euro's. Huuropbrengsten na de peildatum. Meewerken aan pensioenverevening. Belastingaanslagen en teruggaven. Schulden aan derden. Gebruiksvergoeding. Wettelijke rente.
Man koopt zonder toestemming van de vrouw kapitaalrekening af, gemeenschap niet benadeeld. Tot de huwelijksgoederengemeenschap behoorde de goederen, waartoe de vrouw uit hoofde van de nalatenschap van haar grootmoeder recht had. Vrouw heeft gemeenschap benadeeld door aandeel in n
Vordering uit geldlening op ontbonden huwelijksgemeenschap en beneficiair aanvaarde nalatenschap.
De man voert aan dat verdeling van de gemeenschap van goederen bij helfte in strijd met de redelijkheid en billijkheid is, omdat de vrouw hem heeft bedrogen door te verzwijgen dat zij een andere seksuele geaardheid had. Zelfs indien, zoals de man stelt, de vrouw op enig moment ee
Verdeling huwelijksgemeenschap
Nietige verdeling nalatenschap (art. 3:195 BW). Gewezen echtgenoot had op grond van art.3:170 BW bij de verdeling van de nalatenschap betrokken moeten worden, omdat de nalatenschap is opengevallen op het moment dat hij nog met de betreffende erfgename in gemeenschap van goederen
Artikel 3.92, lid 1, Wet IB 2001; inkomstenbelasting, resultaat uit terbeschikkingstelling van tot huwelijksgemeenschap behorende goederen wordt slechts genoten door bestuursbevoegde echtgenoot.
Artikel 3.92, lid 1, Wet IB 2001; inkomstenbelasting, resultaat uit terbeschikkingstelling van tot huwelijksgemeenschap behorende goederen wordt slechts genoten door bestuursbevoegde echtgenoot.
Kort geding. Vraag of medewerking van de voormalig echtgenoot van een erfgename vereist is voor verdeling van de nalatenschap. Verknochtheid van erfdeel aan ene ex-echtgenoot verzet zich tegen collectief bestuur over dit erfdeel.
Eiseres is in 1960 in algehele gemeenschap van goederen gehuwd met erflater. Eiseres en erflater hebben gedurende hun samenleving een omvangrijke collectie kunst verzameld, voornamelijk bestaande uit schilderijen. In 1993 hebben zij hun samenwoning beëindigd, maar ze zijn niet va
Schuldeisers in gemeenschap van goederen gehuwd. Volgens koopovereenkomst kunnen schuldeisers alleen gezamenlijk rechten uitoefenen, terwijl de eis slechts door één schuldeiser is ingesteld. Dit volgt ook uit artikel 1:97 BW. Tussenvonnis opdat medeschuldeiser zich zal voegen.
Peildatum omvang boedel is datum ontbinding tenzij anders voortvloeit uit de daarvoor gevoerde gescheiden financiële huishouding. Geldopneming op dag van uitgaan van partijen levert in casu geen verspilling op in de zin van art. 1:164 BW. Man weigert afgifte kinderkamer. Vrouw ko