Huwelijksgoederenrecht. Is een ontslagvergoeding die is ingebracht in een stamrecht-bv verknocht aan de man (art. 1:94 lid 3 BW)?
Burgerlijk Wetboek
Art. 1:94 BW
Genoemd in 571 uitspraken · Officiële wettekst
571 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Huwelijksgoederenrecht. Is een ontslagvergoeding die is ingebracht in een stamrecht-bv verknocht aan de man (art. 1:94 lid 3 BW)?
12 augustus 2005 Eerste Kamer Nr. C04/110HR RM Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [De vrouw], wonende te [woonplaats], EISERES tot cassatie, advocaat: mr. J. van Duijvendijk-Brand, t e g e n [De man], wonende te [woonplaats], VERWEERDER in cassatie, advocaat: mr. K.
De rechtbank verklaart voor recht dat partijen elk hun eigendommen behouden, bepaalt dat partij A in het kader an de verrekening van de huwelijksvoorwaarden een geldbedrag aan partij B dient te voldoen en veroordeelt partij B tot het betalen van een bedrag aan partij A. Tussen pa
verdeling; verknochtheid in de zin van artikel 1:94 lid 3 BW na wederbelegging letselschade uitkering.
Beroep op artikel 6:248 lid 2 BW met betrekking tot een pensioenbeding in een echtscheidingsconvenant wordt gehonoreerd.
Huwelijksvermogensrecht. Verdeling gemeenschap na echtscheiding. Motiveringsklachten.
Sint-Maarten. Verdeling huwelijksgemeenschap na echtscheiding. Hypotheeklening. Gebruiksvergoeding. Peildatum.
Personen- en familierecht. Tijdens huwelijk is door vrouw erfenis onder uitsluitingsclausule ontvangen. Heeft vrouw vergoedingsrecht op gemeenschap c.q. op man? Is door storting op rekening vrouw vermenging ontstaan en is de erfenis de poort van de gemeenschap gepasseerd?
Verbeuren aandeel in nalatenschap.
Afwikkeling huwelijkse voorwaarden. Verrekeningsvordering. 1:94 lid 4 BW, 154 lid 1 Rv.
Huwelijksvermogensrecht. Pensioenrecht. Tussen twee huwelijken van partijen opgebouwde pensioenaanspraak (waarop Wvps van toepassing is) is afgekocht, en afkoopsom is tijdens huwelijk geïnvesteerd in een gemeenschappelijke woning. Vergoedingsrecht jegens huwelijksgemeenschap voor
In een zaak die is ingeleid met een dagvaarding betrekking heeft op de verdeling van een wettelijke gemeenschap van goederen en de verevening van pensioenrechten, doen zich zodanig bijzondere feiten en omstandigheden voor dat de kantonrechter de zaak voor wat betreft de verdeling
gemeenschappelijke schulden, draagplicht, verdeling, onderbouwing behoefte.
Vraag of partijen omtrent de verdeling van een ontbonden huwelijksgemeenschap een vaststellingsovereenkomst hebben gesloten. De advocaat van de man heeft een voorstel aan de advocaat gezonden dat inhoudelijk vrijwel geheel overeenkomt met het tegenvoorstel dat de advocaat van de
Verdeling huwelijksgoederengemeenschap en pensioenverevening. Waardering vermogensbestanddelen. Inkomstenbelastingschuld bepaalbaar? Gedeeltelijke verdeling gemeenschap, art. 3:179 lid 1 BW. Niet-bovenmatige giften, art. 1:88 lid 1 onder b BW; passeren essentiële stellingen. Omva
verdeling huwelijksgemeenschap; beslissing aangehouden.
Wettelijk deelgenootschap. Pensioenverrekening. Verjaring vordering deling vermogensvermeerdering.
Afwikkeling huwelijkse voorwaarden Vernietiging of nietigverklaring van de huwelijkse voorwaarden
Echtscheiding, nakoming echtscheidingsconvenant door gewijzigde financiële omstandigheden, pensioenverevening.
Omdat het geregistreerd partnerschap van partijen is geëindigd door inschrijving ervan in de registers van de burgerlijke stand op 19 december 2001, is de Wet verevening pensioenrechten bij scheiding (Wvps) hier van toepassing. Blijkens het bepaalde in art. 1:94 lid 4 BW vallen p
12 augustus 2005 Eerste Kamer Nr. C04/110HR RM Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [De vrouw], wonende te [woonplaats], EISERES tot cassatie, advocaat: mr. J. van Duijvendijk-Brand, t e g e n [De man], wonende te [woonplaats], VERWEERDER in cassatie, advocaat: mr. K.
Art. 3:55 lid 1 BW. Nu de vrouw dit aanvullende convenant heeft gesloten, en heeft nagelaten haar gestelde aanspraken op haar aandeel in het vermogen verder hard te maken, kan dit nalaten onder de omstandigheden van dit geval in relatie met de strekking van HR 9 maart 1934, NJ 19