Bewind en mentorschap, niet alle belanghebbenden vermeld in inleidend verzoekschrift bij kantonrechter. Schending van art. 21 Rv, waarheids- en volledigheidsplicht, geraden gevolgtrekking, gedeeltelijke proceskostenveroordeling. Verzoekers, broer A en zus B, hebben in hun inleide
Burgerlijk Wetboek
Art. 1:452 BW
Genoemd in 202 uitspraken · Officiële wettekst
202 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 2 · live
Betrokkene dient samen met één van de kinderen een verzoek tot bewind en mentorschap in. Met hulp van één van de andere kinderen wordt een verzoek curatele ingediend. Familietwist. Onenigheid tussen de kinderen. Belang betrokkene. Familiaire bewindvoerder en mentor, financieel ad
Verzoek van dochters tot instelling van een meerderjarigenbewind en een mentorschap over hun vader. Grond: zijn geestelijke toestand. Rechthebbende is van mening dat hij alles nog zelf kan regelen en dat hij geen hulp nodig heeft. beoordeling grond door kantonrechter. Verder beo
Bekrachtiging mentorschap. Aan de wettelijke vereisten is, ondanks dat de betrokkene in een instelling verblijft, voldaan. Afwijking wettelijke voorkeur benoeming persoon van de mentor.
Mentorschap 1:450 lid 1 BW en 1:452 lid 3 en lid 4 BW. Hof ziet aanleiding af te wijken van de wettelijke voorkeursregeling. Het hof is van oordeel dat het in het belang van betrokkene noodzakelijk is dat haar bewindvoerder en mentor constructief kunnen samenwerken met elkaar en
Verzoek tot instelling mentorschap afkomstig van betrokkene/rechthebbende zelf. Aanvankelijk wordt voorgesteld een professionele mentor te benoemen. Later (na de eerste mondelinge behandeling) verklaren de meerderjarige dochter en zoon (bij brief) zich alsnog bereid om het mentor
Grond onder meer de verstoorde familierelatie. Betrokkene/rechthebbende is -gelet op haar lichamelijke en geestelijke toestand- zelf niet in staat om haar uitdrukkelijke voorkeur betreffende de te benoemen personen uit te spreken. Kantonrechter legt totale belangenbehartiging van
Verzoek van verzorgende instelling tot instelling beschermingsbewind en tot instelling mentorschap. Verzoekster heeft voorgesteld om ten behoeve van rechthebbende een (onafhankelijke) professionele bewindvoerder en een (onafhankelijke) professionele mentor te benoemen. Tegen de v
: Verzoek tot instelling mentorschap en verzoek tot ontslag bewindvoerder en benoeming van opvolgend bewindvoerder. Verzoeker is vader van betrokkene. Bij eerdere beschikking (in 2006) was al een beschermingsbewind ingesteld over alle goederen van betrokkene met benoemin
Ontslag curator; vervanging curatele door bewind en mentorschap; benoeming professionele bewindvoerder en mentor; ingangsdatum.
Bewind en mentorschap.
Mentorschap. In geschil is de persoon van de mentor. Het hof is van oordeel dat appellante ( de dochter van rechthebbende) niet geschikt is om als mentor benoemd te worden. Afwijking wettelijke voorkeursregeling.
Bewindvoering en mentorschap.
Bewindvoering en mentorschap. Afwijking wettelijke voorkeur.
Onderbewindstelling en mentorschap. Hof wijst af van de wettelijke voorkeur bij benoeming bewindvoerder/mentor.
Tussenbeschikking; gronden voor ondercuratelestelling, voor het instellen van een bewind en voor het instellen van een mentorschap; wie moeten tot bewindvoerder en mentor worden benoemd.
In geschil is de persoon van de te benoemen mentor. Het hof is, evenals de rechtbank, van oordeel dat het belang van mevrouw [n] het meest gediend is bij benoeming van een onafhankelijke derde tot mentor. In hetgeen [x] naar voren heeft gebracht over de wijze waarop [l] zijn taak
Mentor is betrokken bij zorginstelling waar betrokkene verblijft. Het hof benoemt nieuwe mentor
Familierecht. Benoeming halfbroer tot bewindvoerder en mentor. Met broers en zusters zijn in de art. 1:435 lid 4 en art. 1:452 lid 4 BW bedoeld zij die in de zijlijn in de tweede graad bloedverwanten van de rechthebbende dan wel betrokkene zijn. Daartoe behoren ook halfboers- of
Familierecht. Benoeming halfbroer tot bewindvoerder en mentor. Met broers en zusters zijn in de art. 1:435 lid 4 en art. 1:452 lid 4 BW bedoeld zij die in de zijlijn in de tweede graad bloedverwanten van de rechthebbende dan wel betrokkene zijn. Daartoe behoren ook halfboers- of
"Het is de uitdrukkelijke wens van betrokkene dat haar moeder tot mentor wordt benoemd. Moeder is echter ook werkneemster van de instelling waar betrokkene verblijft. Nu de moeder in een andere locatie werkzaam in dan waar betrokkene verblijf, acht de kantonrechter het niettemin
Bij de in hoger beroep bestreden beschikking is terzake van het mentorschap over een dementerende vrouw een derde van een bewindvoerderskantoor tot mentor benoemd. Appellant, echtgenoot van de vrouw, komt hiervan in hoger beroep en voert aan dat hij als echtgenoot tot mentor van