Prejudiciële vragen (art. 392 Rv). Onderbewindstelling en mentorschap. Verzoek tot ontslag bewindvoerder/mentor. Valt zodanig verzoek onder 'zaken van curatele, onderbewindstelling of mentorschap' als bedoeld in art. 798 lid 2 Rv?
Burgerlijk Wetboek
Art. 1:452 BW
Genoemd in 202 uitspraken · Officiële wettekst
202 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Prejudiciële vragen (art. 392 Rv). Onderbewindstelling en mentorschap. Verzoek tot ontslag bewindvoerder/mentor. Valt zodanig verzoek onder 'zaken van curatele, onderbewindstelling of mentorschap' als bedoeld in art. 798 lid 2 Rv?
1 Inhoudsindicatie gemeenschappelijke bijlage 1.1 De drie zaken waar deze gemeenschappelijke bijlage bij hoort, hebben gemeen dat de belanghebbenden (primair) van mening zijn dat hun dienstverlening is vrijgesteld van omzetbelasting op de grond dat zij diensten van schuldhulpverl
Verzoek tot ontslag bewindvoerder/mentor. Belanghebbenden. Artikel 798 lid 2 Rv van toepassing? Prejudiciële vragen aan de Hoge Raad.
Personen- en familierecht. Jeugdzaak. Wijziging hoofdverblijfplaats kinderen die bij moeder verblijven door voogd. Vervangende toestemming op voet van art. 1:336a lid 2 BW? Is rechtsmiddelenverbod van art. 807 Rv van toepassing? Kan rechter toestemming verlenen op voet van art. 8
Voogdijzaak. Vervangende toestemming voor het wijzigen van de verblijfplaats van de minderjarigen (art. 1:336a lid 2 BW). Uitleg van het rechtsmiddelenverbod van art. 807, aanhef en onder c Rv.
bewind en mentorschap ondanks volmacht in levenstestament.
Familierecht. Benoeming bewindvoerder. Zijn gegronde redenen om af te wijken van voorkeur van rechthebbende (art. 1:435 lid 3 BW) alleen gelegen in persoon bewindvoerder?
Hoger beroep tegen benoeming van niet-familielid tot bewindvoerder en mentor voor de zuster van appellant. Hof handhaaft de benoeming als bewindvoerder en benoemt alsnog een broer van appellant tot mentor.
Persoon van de bewindvoerder. Kleindochter ontvankelijk in haar beroep. Betekenis van twee door rechthebbende afgegeven volmachten ten opzichte van later ingetreden bewind.
12 november 2004 Eerste Kamer Rek.nr. R04/065HR RM Hoge Raad der Nederlanden Beschikking in de zaak van: [de zoon], wonende te [woonplaats], VERZOEKER tot cassatie, advocaat: mr. G.E.M. Later, t e g e n [de moeder], wonende te [woonplaats], VERWEERSTER in cassatie, niet verschene
Personen- en familierecht. Benoeming van bewindvoerder en mentor. Oproeping van alle kinderen als belanghebbenden. Wettelijke voorkeur voor persoon van bewindvoerder en mentor. Art. 1:435 lid 4 BW en art. 1:452 lid 4 BW.
Het hof oordeelt dat appellante belanghebbende is in de in de zin van artikel 798 lid 2 Rv in de procedure over bewind en mentorschap. Het hof merkt appellante op grond van feiten en omstandigheden aan als levensgezel van de rechthebbende/betrokkene. Een verbreking van de samenwo
Verzoek ontslag mentor, subsidiair benoemen tweede mentor, artikel 1:461 lid 2 en 1:452 lid 9 BW.
Verzoek tot ontslag bewindvoerder/mentor. Belanghebbenden. Artikel 798 lid 2 Rv van toepassing? Voornemen tot het stellen van prejudiciële vragen aan de Hoge Raad.
Hof wijkt bij benoeming bewindvoerder en mentor af van de uitdrukkelijke voorkeur van de rechthebbende.
Mentorschap. Artikel 22 Rv verleent partijen geen rechtstreekse aanspraak op het overleggen van stukken. Dit is een discretionaire bevoegdheid van de recht. Uitdrukkelijk voorkeur van meerderjarige gevolgd voor benoeming mentoren.
Bewind; Mentorschap.
Benoeming bewindvoerder en mentor; gegronde redenen aanwezig die zich tegen uitdrukkelijke voorkeur betrokkene verzetten; afwijking van wettelijke voorkeursregeling.
Benoeming mentor en bewindvoerder. Afwijking van het wettelijk uitgangspunt.
Zoon wegens gewichtige redenen ontslagen als bewindvoerder en mentor.
Bewindvoering en mentorschap. De uitdrukkelijke voorkeur van de rechthebbende bij de benoeming van de bewindvoerder / mentor wordt niet gevolgd.
Art. 81 RO. Verzoek tot ondercuratelestelling; art. 1:378 lid 1, onder a, BW.
Mentorschap. Geschil tussen familieleden over het verzoek tot vervanging van de broer van verzoekster door haar zuster als mentor; art. 1:452 BW (81 RO).
-