WSNP. Volgens HR 25 mei 2012, ECLI:NL:HR:2012:BV4010, kan de beschermingsbewindvoerder geen verzoek doen tot toepassing van de schuldsaneringsregeling op de rechthebbende. Is dit anders geworden door de wijziging van art. 1:441 lid 1 BW in 2014?
Burgerlijk Wetboek
Art. 1:431 BW
Genoemd in 638 uitspraken · Officiële wettekst
638 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 7 · live
Art. 284 en volgende Faillissementswet; verzoek schuldsanering (en verzoek dwangregeling); uitzichtloze schulden; goede trouw (niet werken of solliciteren en verzwijgen van verandering in verzekering); niet (voldoende) beheersen van de Nederlandse taal.
Art. 287a Faillissementswet; dwangregeling; uitzichtloze schulden; te realiseren opbrengst; maximale aanbod; goede trouw
Bekrachtiging tussentijdse beëindiging schuldsaneringsregeling op grond van artikel 350 lid 3 sub c Fw.
Hof vernietigt uitgesproken bewind over de goederen van betrokkene. De stelling dat betrokkene de financiële verantwoordelijkheid op dit moment niet aankan, is onvoldoende onderbouwd tegenover de gemotiveerde betwisting daarvan.
vernietiging. Afwijzing verzoek bewindvoerder wijziging grond van het bewind. De bewindvoerder heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat de rechthebbende vanwege een lichamelijk of geestelijke toestand tijdelijk of duurzaam niet in staat is ten volle zijn vermogensrechtelijke bel
art. 288 Fw / b-grond / c-grond / sprake van een schuld die niet te goeder trouw is ontstaan / onvoldoende aannemelijk dat appellant ten aanzien van het onbetaald laten van zijn schulden te goeder trouw is geweest en zich voorts zal inspannen zoveel mogelijk baten voor de boedel
Alsnog instellen bewind. Anders dan de kantonrechter overweegt, stelt het hof vast dat de rechthebbende een inkomen heeft. Hierdoor heeft zij een zelfstandig belang bij het instellen van bewind.
KG, aanzegging einde tijdelijke huurovereenkomst, geen aanzegging naar bewindvoerder, geen rechtsgeldige aanzegging en dus huurovereenkomst voor onbepaalde tijd.
Rechthebbende is tijdens het bewind een behandelovereenkomst aangegaan zonder medewerking van de bewindvoerder. De behandelaar had het bewind kunnen kennen, omdat het was gepubliceerd. De door rechthebbende aangegane schuld kan niet op de onder bewind staande goederen worden verh
Huurzaak. Ontbinding en ontruiming. Oproepen bewindvoerder als formele procespartij. Mondelinge behandeling.
Zoon verzoekt ondercuratelestelling van vader. Net als rechtbank wijst het hof dat af, maar hof ziet wel voldoende zorgen en aanleiding om een bewind uit te spreken over de goederen van de rechthebbende.
Eiser en betrokkene zijn de zoons van gedaagde. Gedaagde is gehuwd geweest met hun vader. Dit huwelijk is geëindigd door het overlijden van de vader. In de loop van deze procedure is bij beschikking van de kantonrechter een meerderjarigenbewind ingesteld over de goederen van moed
Bekrachtiging instelling bewind en mentorschap. Gegronde redenen die zich verzetten tegen de benoeming van de stiefdochter als bewindvoerder en/of mentor.
Wilsbekwaamheid erflater. Erflater heeft zijn gehele vermogen bij testament nagelaten aan zijn mantelzorgster, die ook zijn bewindvoerder was. Erflater was dement. Hij had geen eerder testament gemaakt, had geen kinderen of eerdere echtgenote en alleen verre familie die hij al ti
Vernietiging afwijzing verzoek toelating wettelijke schuldsaneringsregeling op grond van artikel 288 lid 1 aanhef en sub c Fw.
Vernietiging afwijzing verzoek toelating wettelijke schuldsaneringsregeling op grond van artikel 288 lid 1 aanhef en sub c Fw.
Gedaagden in deze procedures zijn zussen van elkaar. Zij zijn in 2014 door de kantonrechter benoemd als bewindvoerders in het kader van een beschermingsbewind ten behoeve van hun oma. Die taak is geëindigd op het moment van overlijden van oma. De vader van de zussen (en de zoon v
Verzoekende partij staat onder bewind op de dag van indiening van het verzoekschrift. Tussenbeschikking.
Ontbinding en ontruiming wegens aantreffen handelshoeveelheid drugs in het gehuurde. Boete toegewezen.
art. 285 Fw / art. 288 Fw / geen sprake van een deugdelijk minnelijk traject / sprake van schulden die niet te goeder trouw zijn ontstaan / onvoldoende aannemelijk dat appellant de uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen naar behoren zal (kunnen) gaan nakomen
Conclusie AG. Middel m.b.t. klachttermijn a.b.i. art. 316, derde lid, Sr en bewijsklacht valselijk opmaken a.b.i. art. 225 Sr. Beide middelen falen en kunnen worden afgedaan met de aan art. 81 RO ontleende motivering. Ambtshalve constatering overschrijding redelijke termijn, het
Art. 1:431 lid 1 BW. Afwijzing verzoek bewind wegens gebrek aan onderbouwing. Niet gebleken dat de door rechthebbende getroffen voorziening niet voldoet.
Bekrachtiging tussentijdse beëindiging schuldsaneringsregeling op grond van artikel 350, lid 3 sub c, d en e Fw.
De rechtbank veroordeelt BCN om de woning te ontruimen en een maandelijks bedrag te betalen tot de ontruiming heeft plaatsgevonden. Eiser had een begeleidingsovereenkomst met een cliënt die een huurwoning huurde. In verband daarmee was een huurovereenkomst gesloten tussen eiser e