Art. 81 lid 1 RO. Familierecht. Kinderalimentatie. Draagkracht moeder; ontbreken inzicht in financiële situatie; interen op vermogen.
Burgerlijk Wetboek
Art. 1:404 BW
Genoemd in 151 uitspraken · Officiële wettekst
151 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 6 · live
Vaststelling kinderalimenatie. Bij bepaling draagkracht in aanmerking te nemen omstandigheden, onderhoudsplicht ten aanzien van stiefkinderen, art. 1:395 BW, gegevens omtrent draagkracht voormalige echtgenoot van nieuwe partner.
Art. 81 lid 1 RO. Kinderalimentatie; vaststelling draagkracht onderhoudsplichtige vader, art. 1:404 BW.
Artt. 6.13, lid 1, 6.1, lid 3, Wet IB 2001; dienen ter leen ontvangen bedragen van een studerend kind in aanmerking te worden genomen bij de bepaling van de hoogte van de bijdrage van een ouder waartoe hij zich redelijkerwijs gedrongen heeft kunnen voelen in het kader van uitgave
Familierecht. Verzoek tot vaststelling kinderalimentatie. Hof niet buiten grenzen rechtsstrijd getreden met zijn oordeel over behoefte kinderen. Oordeel voorts voldoende gemotiveerd.
Gerechtelijke vaststelling vaderschap en alimentatie De rechtbank stelt vast dat de man verwekker van verzoekster is en bepaald een bijdrage voor de kosten van levensonderhoud en studie van verzoekster.
Verzoek om nihilstelling kinderalimentatie ten behoeve van kinderen die bij de grootouders moederszijde verbleven en nadien onder toezicht zijn gesteld en uit huis zijn geplaatst. Relatie tussen kinderalimentatie en de ouderbijdrage als bedoeld in de Wet op de Jeugdzorg.
Ziekenhuis spreekt ouders aan tot betaling van ruim € 60.000,- aan ziekenhuiskosten voor hun minderjarige zoon. Moeder wordt bij verstek veroordeeld. Vader is verwekker en heeft zijn zoon erkend. Dat leidt op zichzelf echter niet tot verplichting tot betaling van de ziekenuiskost
Opdracht. Bevalling in het ziekenhuis, waarna de rekening naar de partner van de moeder wordt gezonden. Deze betwist dat hij opdracht voor de behandeling heeft gegeven. Een opdrachtbevestiging ontbreekt. Het ziekenhuis moet nu bewijzen dat de partner de opdracht heeft gegeven.
Cassatie; aan Borgersbrief te stellen eisen (art. 44 lid 3 Rv.). Familierecht. Geschil tussen voormalige echtelieden over de wijziging van kinderalimentatie (81 RO).
Onrechtmatige overheidsdaad. Justitiële kinderbeschermingsmaatregel; onderhoudsplicht Staat jegens minderjarig kind; kostenvergoeding aan pleegouder die voogdij van de voogdij-instelling heeft overgenomen; gelijkheidsbeginsel; art. 8 EVRM; Verdrag inzake de rechten van het kind.
Familierecht. Geschil tussen voormalige echtelieden over vaststelling kinderalimentatie (81 RO).
Familierecht. Geschil tussen ouders over kinderalimentatie; draagkracht vader (81 RO).
Kinderalimentatie. Geschil tussen de ouders van een minderjarig kind over de vaststelling van bijdrage door de vader in de kosten van diens verzorging en opvoeding; behoefte van het kind, draagkracht van de vader (81 RO).
Geschil over kinderalimentatie na een affectieve relatie; overschrijding van de rechtsstrijd van partijen in hoger beroep, bij gebreke van incidenteel beroep.
Uit de affectieve relatie van partijen is [in] 2001 [de minderjarige] geboren. De vrouw oefent van rechtswege het gezag over [de minderjarige] alleen uit. De man heeft [de minderjarige] niet erkend. Partijen hebben nimmer in gezinsverband samengewoond. Berekening van de door de m
10 juni 2005 Eerste Kamer Rek.nr. R04/091HR RM Hoge Raad der Nederlanden Beschikking in de zaak van: [De moeder], wonende te [woonplaats], VERZOEKSTER tot cassatie, advocaat: mr. L. van Hoppe, t e g e n [De vader], wonende te [woonplaats], VERWEERDER in cassatie, advocaat: mr. J.
11 maart 2005 Eerste Kamer Rek.nr. R04/048HR JMH Hoge Raad der Nederlanden Beschikking in de zaak van: [De man], wonende te [woonplaats], VERZOEKER tot cassatie, advocaat: mr. H.J.W. Alt, t e g e n [De vrouw], wonende te [woonplaats], VERWEERSTER in cassatie, niet verschenen. 1.
Alimentatieplichtige vader dient de door hem ontvangen kinderbijslag in beginsel geheel door te betalen aan de verzorgende ouder. In de onderhavige zaak is dit niet anders nu aangenomen moet worden dat de vader het kind slechts voor een belangrijk deel onderhoudt en niet volledig
29 oktober 2004 Eerste Kamer Rek.nr. R03/081HR RM/AT Hoge Raad der Nederlanden Beschikking in de zaak van: [De man], wonende te [woonplaats], VERZOEKER tot cassatie, advocaat: mr. P.J.A. Prinsen, t e g e n [De vrouw], wonende te [woonplaats], VERWEERSTER in cassatie, niet versche
11 juni 2004 Eerste Kamer Rek.nr. R03/117HR JMH/MD Hoge Raad der Nederlanden Beschikking in de zaak van: [De man], wonende te [woonplaats], VERZOEKER tot cassatie, VERWEERDER in het incidentele verzoek, advocaat: mr. E.H.F. van 't Hoff, t e g e n [De vrouw], wonende te [woonpla
23 januari 2004 Eerste Kamer Rek.nr. R03/043HR JMH/MD Hoge Raad der Nederlanden Beschikking in de zaak van: [De man], wonende te [woonplaats], VERZOEKER tot cassatie, advocaat: mr. J.H.M. van Swaaij, t e g e n [De vrouw], wonende te [woonplaats], VERWEERSTER in cassatie, advocaa
-
-
-