Familierecht; verzoek tot wijziging overeenkomst betreffende levensonderhoud op de voet van art. 1:401 leden 1 en 5 BW en tot beëindiging van de alimentatieverplichting op de voet van art. II lid 2 WLA. Beslissing tot alsnog uitvoerbaar bij voorraad verklaren van uitspraak kan wo
Burgerlijk Wetboek
Art. 1:403 BW
Genoemd in 27 uitspraken · Officiële wettekst
27 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
-
Familierecht; verzoek om kinderalimentatie jegens biologische vader; art. 1:394 lid 1 BW; doorbreking stelsel wet? HR 26 april 1996, LJN AD2542, NJ 1997/119; daarin opgenomen opsomming van gevallen waarin doorbreking kan worden aangenomen niet limitatief. Omstandigheid dat wettig
Art. 81 lid 1 RO. Familierecht. Verzoek om wijziging partneralimentatie met terugwerkende kracht en om verlenging alimentatieplicht; art. 1:157, 401 BW.
Wijziging partneralimentatie: ingangsdatum, verdiencapaciteit vrouw, terugbetalingsverplichting.
Terugbetaling teveel ontvangen alimentatie vanaf 1999.
Echtscheiding met nevenvoorzieningen. Het verzoek tot vaststelling hoofdverblijfplaats omvat tevens een verzoek om vervangende toestemming verhuizing. De noodzaak van de verhuizing is voldoende aangetoond. Vervangende toestemming wordt verleend en de hoofdverblijfplaats van de mi
Het gerecht spreekt de echtscheiding uit tussen partijen en heeft de Voogdijraad verzocht onderzoek te doen tav de beslissing over het gezag over de minderjarige.
man toegelaten tot bewijs: heeft de vrouw meer gewerkt?
Verzoek nihilstelling partneralimentatie voor de periode 2007-2016.Is de voorwaarde van het betalen van PAL tot het moment van het betrekken van een huurwoning vervuld als een niet een huur-, maar een koopwoning is betrokken?
Art. 81 lid 1 RO. Personen- en familierecht. Kinder- en partneralimentatie. Wijziging in verband met verminderde draagkracht; terugbetalingsverplichting. Verrekening met toekomstige te betalen partneralimentatie.
Herbeoordeling alimentatie vanaf 1996 wegens gestegen inkomsten alimentatiegerechtigde. Terugbetalingsverplichting.
partneralimentatie
Kinderalimentatie; aanvaardbaarheidstoets; redelijkheid en billijkheid; hogere bijdrage man dan op grond van Trema-normen gezien de hoge draagkracht; bijdrage man gelijk aan totale behoefte minderjarigen.
Het LBIO verzoekt, namens de moeder, die woonachtig is in het Verenigd Koninkrijk, te bepalen dat de vader een onderhoudsbijdrage dient te betalen voor zijn dochter. De vader is woonachtig in woonplaats 1. De rechtbank knoopt hierbij voor de rechtsmacht en de bevoegdheid van de r
Gelet op de bijzondere omstandigheden van het geval wordt de partneralimentatie met terugwerkende kracht tot 1 augustus 2002 op nihil gesteld.
Familierecht; verzoek tot wijziging overeenkomst betreffende levensonderhoud op de voet van art. 1:401 leden 1 en 5 BW en tot beëindiging van de alimentatieverplichting op de voet van art. II lid 2 WLA. Beslissing tot alsnog uitvoerbaar bij voorraad verklaren van uitspraak kan wo
Kinderalimentatie. Verzoek tot betaling achterstand wordt afgewezen in verleend met internationale (Suriname) executie en erkenningsregels die niet zijn nageleefd.
Onderhoudsplicht biologische en/of juridische vader van door seksueel misbruik verwekt kind. Wettelijk stelsel (doorbreking). Family life, 8 EVRM, Redelijkheid en billijkheid.
Limitering oud; partneralimentatie; geldigheid van aanvullende afspraken: wel of niet tot stand gekomen met grove miskenning van wettelijke maatstaven?
Antilliaanse zaak; familierecht. Geschil tussen voormalige levenspartners over de wijziging van kinderalimentatie en kwijtschelding van ontstane betalingsachterstand (81 RO).
Invoeringswet Wwb. Artikel 13 jo 6 EVRM. Ontvankelijkheid verhaalsplichtige bij wijziging verhaalsbeschikking.
Onder omstandigheden kan een bijdrage worden vastgesteld over een tijdvak dat in het verleden ligt, waarbij echter volgens vaste rechtspraak een nadien opgetreden verandering in de draagkracht niet kan leiden tot wijziging of vaststelling van de bijdrage over die periode. Nu onwe
Partijen hebben Nederlandse nationaliteit. Zij hebben een relatie gehad, waaruit op 8 juli 1995 een kind is geboren dat door de man is erkend. De relatie is beëindigd. De rechtbank heeft bij beschikking van 21 november 1997 de man veroordeeld om met een aan de vrouw te betalen be
24 juni 2005 Eerste Kamer Rek.nr. R03/133HR RM/JMH Hoge Raad der Nederlanden Beschikking in de zaak van: [de vrouw], wonende te [woonplaats], VERZOEKSTER tot cassatie, advocaat: mr. P. Garretsen, t e g e n [de man], wonende te [woonplaats], VERWEERDER in cassatie, advocaat: mr. R