De Marokkaanse genoegdoeningscompensatie, de Mout’aa’, die de man bij beëindiging van het huwelijk aan de vrouw moet betalen, is niet als een onderhoudsverplichting in de zin van artikel 1:157 BW te kwalificeren, gelet op het verschil in grondslag en doelstelling van deze financi
Burgerlijk Wetboek
Art. 1:402 BW
Genoemd in 613 uitspraken · Officiële wettekst
613 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Art. 81 lid 1 RO. Familierecht. IPR. Verzoek van vrouw tot wijziging alimentatie, nadat Marokkaanse rechter “schadeloosstelling” voor de vrouw heeft bepaald. Verzoek afgewezen. Klachten vrouw over onjuiste toepassing Alimentatieverordening 4/2009/EG.
Partijen zijn in een convenant een levenslange onderhoudsverplichting van de man jegens de vrouw overeengekomen. Inmiddels is gebleken dat de vrouw in haar huwelijksgerelateerde behoefte kan voorzien, zodat de onderhoudsverplichting met terugwerkende kracht op nihil wordt gesteld
Familierecht. Nabetaling door alimentatieplichtige van alimentatie als gevolg van een wijziging van de alimentatieverplichting met terugwerkende kracht; omvang motiveringsplicht rechter.
Artikel 1:401 lid 1 BW. Wijziging partneralimentatie. Ingangsdatum. Fictief inkomen uit dienstverband bij bepaling resterende behoefte. Onderhoudsplichtige maakt gebruik van Generatiepact.
kinder- en partneralimentatie, inkomensverlies niet voor herstel vatbaar, bruidsgave dient als financieel vangnet voor de vrouw, huwelijksvermogensrechtelijke afwikkeling naar Iraans recht.
Wijziging partneralimentatie na beëindiging dienstverband alimentatieplichtige. Ontslagvergoeding.
Art. 81 lid 1 RO. Personen- en familierecht. Partneralimentatie gelimiteerd; art. 1:157 lid 3 BW. Verzoek vrouw om verlenging alimentatietermijn. Is niet-uitgekomen toekomstverwachting “ingrijpende wijziging van omstandigheden” als bedoeld in art. 1:401 lid 2 BW?
Vrouw verzoekt verlenging van overeengekomen termijn van partneralimentatie van 6 jaar. Verzoek afgewezen o.g.v. artikel 1:402, lid 2 BW. Geen sprake van zodanig ingrijpende wijzigingen dat handhaving van de termijn naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid niet van haar ka
30 januari 2004 Eerste Kamer Rek.nr. R03/038HR RM/AT Hoge Raad der Nederlanden Beschikking in de zaak van: [de vrouw], wonende te [woonplaats], VERZOEKSTER tot cassatie, advocaat: mr. M.H. van der Woude, t e g e n [de man], wonende te [woonplaats], VERWEERDER in cassatie, niet ve