Art. 24 Successiewet (tekst 2003); gelijkheidsbeginsel. Indeling van kleinkinderen van de partner met wie erflater niet was gehuwd in tariefgroep III in plaats van in tariefgroep I. Geen schending van het discriminatieverbod.
Burgerlijk Wetboek
Art. 1:3 BW
Genoemd in 21 uitspraken · Officiële wettekst
21 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Successiewet; het begrip ‘kind’ in art. 32(1)4°(c) SW en het begrip ‘afstammeling’ in art. 24(1) SW; uitleg van art. 2(3)i AWR; is het kind dat family life heeft met de biologische vader, maar met wie geen familierechtelijke rechtsbetrekking in juridische zin bestaat, een kind en
Biologische vader die zijn kind niet heeft erkend is niet-ontvankelijk in zijn verzoek tot beëindiging van de voogdij van een gecertificeerde instelling, omdat hij geen bloedverwant van het kind is.
CONCLUSIE: Op woensdag 15 april 2015 neemt staatsraad advocaat-generaal Keus een conclusie over het recht op toeslagen bij meerderjarige, inwonende stiefkinderen. De Afdeling bestuursrechtspraak heeft de staatsraad advocaat-generaal gevraagd om in een conclusie in te gaan op de g
Successiewet; het begrip ‘kind’ in art. 32(1)4°(c) SW en het begrip ‘afstammeling’ in art. 24(1) SW; uitleg van art. 2(3)i AWR; is het kind dat family life heeft met de biologische vader, maar met wie geen familierechtelijke rechtsbetrekking in juridische zin bestaat, een kind en
Erfbelasting. Kindvrijstelling en tarief 1 voor biologisch, maar niet-juridisch kind.
Vordering dwangsom. Besluit van BsGW tot verminderen aanslag betreft een ambtshalve beslissing. Wet Dwangsom is niet van toepassing op ambtshalve genomen besluit. Niet zondermeer sprake van onrechtmatige daad bij overschrijding termijn voor het nemen van een besluit door een best
Kind erft van biologische vader, terwijl hij een andere juridische vader heeft. Geen recht op kindvrijstelling en tariefgroep 1 van de Successiewet. Artikel 2, derde lid, letter i van de AWR knoopt voor het begrip kind weliswaar aan bij bloedverwantschap, maar de rechtbank is van
Mvv-aanvragen in het kader van toegang en verblijf als familiepleegkinderen afgewezen - niet gebleken dat sprake is van een onaanvaardbare toekomst in Sierra Leone - artikel 8 van het EVRM
Verzoek tot opheffing van en/of ontzetting uit de tijdelijke voogdij van pleegmoeder van betrokken kind. Verzoek tot benoeming van verzoeker tot voogd. Verzoek tot treffen van omgangsregeling. Rechtbank oordeelt verzoek tot treffen omgangsregeling niet-onvankelijk. De rechtbank o
Burgerlijk procesrecht. Verschijnplicht van getuigen. Cassatieberoep tegen beslissing dat getuigen moeten verschijnen ontvankelijk? Moet de rechter-commissaris voorafgaand aan de terechtzitting van een voorlopig getuigenverhoor een beslissing nemen over een beroep op het familiaa
Mvv, pleegkind, kafala, ongegrond
Mvv - pleegkind - geen onaanvaardbare toekomst - ex tunc - medische verklaring - beroep ongegrond
Mvv aanvraag / verblijf bij tante / niet is gebleken van een onaanvaardbare toekomst in land van herkomst / geen strijd met artikel 8 van het EVRM
Ontslag mentor. Bloedverwant (neef in derde graad) is belanghebbende en kan hoger beroep instellen, ook al is hij in eerste aanleg niet verschenen. Taak van de mentor. De in de beschikking beschreven kring van personen zorgt voor en bewaakt het welzijn van de rechthebbende. Mento
Eiseres is een 9-jarig meisje uit Somalië, die een mvv heeft aangevraagd voor verblijf als pleegkind bij haar pleegmoeder, de zus van haar grootvader. De rechtbank is van oordeel dat de IND onvoldoende heeft gemotiveerd dat voor eiseres geen sprake is van een onaanvaardbare toeko
Bewind. Kring van personen als bedoeld in artike 798 Rv: niet limitatief. Stiefdochter in casu ontvankelijk in haar beroep, gelet op de bijzondere omstandigheden.
Familierecht. Benoeming halfbroer tot bewindvoerder en mentor. Met broers en zusters zijn in de art. 1:435 lid 4 en art. 1:452 lid 4 BW bedoeld zij die in de zijlijn in de tweede graad bloedverwanten van de rechthebbende dan wel betrokkene zijn. Daartoe behoren ook halfboers- of
Conclusie PG: Successierecht. Heeft een in Canada wonende verkrijger van een fictief aanmerkelijk belang geen recht op de invorderingsfaciliteiten ter zake van bedrijfsopvolging? Gelijkheidsbeginsel. Vrij verkeer van kapitaal. Aan belanghebbende, die woont in Canada, is een aansl
- Invorderingswet; artikelen 25 en 26 - Successierecht - Inkomstenbelasting - Wet IB 2001; artikelen 4.10, 4.11 en 4.17 - artikel 56 EG - niet-inwoner van Nederland erft van AB-houder een pakket van minder dan 5 percent aandelen: bedrijfsopvolgingsfaciliteiten van toepassing?
-