Prejudiciële vragen (art. 392 Rv). Personen- en familierecht; procesrecht. Begrip belanghebbende in art. 798 lid 1, eerste volzin, Rv en art. 806 lid 1 Rv bij beëindiging van door ouders gezamenlijk uitgeoefend ouderlijk gezag (art. 1:266 BW). Mogelijkheid van principaal en incid
Burgerlijk Wetboek
Art. 1:274 BW
Genoemd in 33 uitspraken · Officiële wettekst
33 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Personen- en familierecht. Beëindiging ouderlijk gezag (art. 1:266 BW). Processuele positie van de niet met ouderlijk gezag beklede ouder. Begrip belanghebbende in art. 798 lid 1, eerste volzin, Rv. Begrip ‘ouder’ in art. 798 lid 1, tweede volzin, Rv. Recht op contra-expertise va
Vader verzoekt eenhoofdig gezag nadat het gezag van de moeder over de minderjarige is beëindigd. Hof is van oordeel dat artikel 1:274 lid 2 BW zo moet worden uitgelegd dat het daar bedoelde verzoek van de ouder zonder gezag slechts wordt afgewezen, indien de rechtbank dit in het
Gezagsgeschil tussen vader en de GI als voogd. GI kan zich op grond van art. 1:283 BW voor zaken in verband met de uitoefening van de voogdij zonder advocaat tot de rechter wenden. Daaronder valt ook het zelf indienen van een verweerschrift in het hoger beroep. Daarvoor is de tus
Beschikking in klare taal. De vader verzoekt (op grond van artikel 1:274 lid 2 BW) eenhoofdig gezag nadat het gezag van de moeder over de minderjarige onlangs is beëindigd. Het verzoek van de vader wordt afgewezen. De vader heeft tot nu toe maar een beperkte rol gespeeld in het l
Personen- en familierecht. Gezag. Procesrecht. Verzoek ouder tot belasting met gezag (art. 1:274 lid 2 BW) over minderjarige die onder voogdij gecertificeerde instelling (GI) staat. Geldt vrijstelling verplichte procesvertegenwoordiging voor GI in art. 1:283 BW ook voor verweersc
Familierecht. Gezag over minderjarige. Verplichte procesvertegenwoordiging voor gecertificeerde instelling? (art. 1:283 BW) Maatstaf voor beoordeling verzoek ex art. 1:274 lid 2 BW.
De rechtbank stelt allereerst vast dat de vader en de moeder volgens het Hongaars recht gezamenlijk gezag hebben over minderjarige 1. Op grond van artikel 16 lid 3 HKBV 1996 hebben de ouders daarom het gezamenlijk gezag behouden toen zijn naar Nederland kwamen. Verder stelt de re
“Het hof bekrachtigt de bestreden beschikking waarin het eenhoofdig gezag van de moeder over de minderjarigen is beëindigd (artikel 1:266 lid 1 BW), het hof acht het niet in het belang van de minderjarige noodzakelijk om het gezag aan de vader toe te wijzen (artikel 1:274 lid 2 B
Meervoudige kamer over beeindiging gezag van de moeder op verzoek van de Raad voor de Kinderbescherming (1:266 BW en 8 EVRM). De vader zonder gezag wordt aangemerkt als belanghebbende (798 Rv). De vader verzoekt om hem met het gezag over een van de kinderen te belasten (1:274 lid
Beëindiging gezag
Beëindiging gezag artikel 1:266 BW
“Beëindiging ouderlijk gezag vader, afwijzing verzoek Raad voor de Kinderbescherming om de Gecertificeerde Instelling tot voogdes te benoemen en herstel ouderlijk gezag moeder. Ten aanzien van artikel 1:274 lid 2 BW, verwijzing naar ECLI:NL:GHAMS:2020:621.”
Ontheffing van de moeder van het ouderlijk gezag. De vader en de stiefmoeder worden met het gezamenlijk gezag belast. Afweging specifieke omstandigheden in het licht van artikel 1:253t en 1:282 BW.
ontheffing. Biologische vader wil gezag cq voogdij.
Geen verzet tegen OTS en UHP. Toch gedwongen ontheffing van moeder. Verzoek vader om met het gezag te worden belast wordt afgewezen.
Betreft verzoek van de rvdk om moeder van het gezag over de minderjarige te ontheffen en om BJZ met de voogdij te belasten (zaaknr. 84543/FA RK 08-151). Daarnaast betreft het verzoek van de man, die bij beschikking van deze rb van 12 maart 2008 vervangende toestemming heeft gekre
Na ontheffing van de moeder van het gezag over een onder toezicht gesteld en uit huis geplaatst kind (sinds de geboorte oefende de moeder van rechtswege alleen het ouderlijk gezag uit), krijgt de vader het gezag, terwijl het kind toch niet bij hem moet komen wonen. Het hof acht a