Ouders hadden gezamenlijk gezag over hun kind dat onder toezicht is gesteld en uit huis is geplaatst. Ten aanzien van één ouder is niet voldaan aan de voorwaarden voor gedwongen ontheffing ex artikel 1:266 jo 1:268 lid 2 sub a BW. De ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing word
Burgerlijk Wetboek
Art. 1:268 BW
Genoemd in 300 uitspraken · Officiële wettekst
300 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 10 · live
Ontheffing van het gezag.
Ontheffing van gezag over minderjarige.
Ontheffing van het gezag over minderjarige.
ontheffing van het gezag van moeder van een van de beide kinderen, ondanks dat moeder veel in zichzelf heeft geinvesteerd en het momenteel goed met haar gaat; bestendigheid van de situatie is onduidelijk; moeder is niet in staat om het ene kind de vereiste pedanogische aansturing
ontheffing van moeder, ondanks dat deze veel in zichzelf heeft geinvesteerd en het nu ook goed met haar gaat; twijfels over bestendigheid van deze situatie; het kind is vroeger bij moeder thuis zwaar belast door ernstige (gewelds-) ervaringen; er is parentificatie, hechtingsprobl
ontzetting/ontheffing. De rechtbank is van oordeel dat thans aan de in de wet genoemde gronden die kunnen leiden tot ontzetting niet is voldaan. De vader ontkent de in de strafprocedure door de rechtbank en het hof vastgestelde feiten en heeft tegen het arrest van het gerechtshof
Cyanoseaanvallen van baby. Moeder ontheven van het gezag.
ontheffing; ; het andere kind is een keer bij de moeder teruggeplaatst, maar ondanks de geboden hulp zowel in vrijwillig kader als in het kader van de OTS bleek moeder niet in staat dit kind de noodzakelijke verzorging te bieden; zij hield zich niet aan adviezen, kwam afspraken n
Uitgebreide motivering ontheffing van het gezag.
De ouders zijn ontheven van het gezag. Het hof acht een nader onderzoek naar de pedagogische capaciteiten van de ouders niet aangewezen, omdat reeds in 2008 zodanig onderzoek is verricht. Daarnaast is door de ouders op 18 mei 2011 nog een rapport psychologisch onderzoek overgeleg
Ontheffing van het gezag.
Niet-ontvankelijkheid, deels art. 81 RO. Ontheffing ouderlijk gezag; art. 1:254, 268 BW.
Raad voor de Kinderbescherming komt in hoger beroep van een beschikking van de rechtbank waarbij een verzoek tot ontheffing van het gezag over een minderjarige werd afgewezen. Anders dan in eerste aanleg acht het hof duidelijkheid omtrent het toekomstperspectief voor de minderjar
Ontheffing van het gezag
Ontheffing van het gezag. Belang minderjarige geeft de doorslag, hoewel de moeder duurzaam instemt met de uithuisplaatsing.
Ontheffing van het gezag. Aan de moeder zijn in het verleden voldoende kansen geboden.
Gedwongen ontheffing; Art. 1:268 lid 2 sub a BW. Geen verzet tegen uithuisplaatsing. Belang van de kinderen op duidelijkheid en zekerheid prevaleert boven belang ouder.
ontheffing. Biologische vader wil gezag cq voogdij.
Art. 1:302 lid 1 BW Art. 1 onder a WJZ Ontheffing; Stichting William Schrikker voldoet niet aan wettelijk criterium om tot voogdes over de minderjarige te worden benoemd.
Vader niet ontvankelijk in zijn verzoek in hoger beroep voor zover het betreft de ontheffing van de moeder van het gezag, nu hij niet heeft aangetoond wat zijn belang bij dit verzoek is. Vader tevens niet- ontvankelijk in zijn hoger beroep wat betreft het verzoek tot afwijzing va
Ondanks positieve ontwikkelingen beschikken ouders niet over voldoende opvoedingsvaardigheden en is het niet in belang van de minderjarige dat hij op termijn bij ouders gaat wonen. Netwerkplaatsing mislukt en behandeling moeder voortijdig beëindigd zonder succes.
Moeder ontheven van gezag over zoon, die als baby ernstig letsel had opgelopen door mishandelingen. Ouders ontkennen betrokkenheid. Hof bekrachtigt beschikking. Dat moeder inmiddels voor andere zoon zorgt, doet daaraan niet af in het licht van de geschetste omstandigheden.
Gedwongen ontheffing van het ouderlijk gezag van beide ouders.
Het telkens instellen van hoger beroep tegen OTS en UHP is op zichzelf geen reden ouders van het gezag te ontheffen, Die maatregelen zijn echter in beginsel van tijdelijke aard en kunnen in situaties als hier aan de orde niet eindeloos verlengd worden; op de door het hof genoemde