Provo- schorsing gezag afgewezen, geen wettelijke grondslag. Zorgregeling + informatieregeling + raadsonderzoek
Burgerlijk Wetboek
Art. 1:267 BW
Genoemd in 104 uitspraken · Officiële wettekst
104 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 2 · live
Kort geding. Verstekvonnis. Vrouw niet-ontvankelijk in haar vordering tot schorsing man in het gezag, artikel 1:267 en 1:268 BW.. Bevoegdheid is voorbehouden aan de raad en het OM.
Vader vindt dat de Raad voor de kinderbescherming, Veilig Thuis, en Jeugdbescherming Brabant onrechtmatig jegens hem en zijn zoon hebben gehandeld, doordat zij voor zijn zoon niet tijdig/niet de juiste maatregelen hebben genomen en fouten hebben gemaakt. Hij stelt dat hij en zijn
De rechtbank acht de beëindiging van het gezag op grond van artikel 1:266 lid 1 sub a BW en artikel 8 EVRM niet noodzakelijk en zal deze maatregel dan ook niet uitspreken.
Beëindiging gezag en benoeming voogdij. De tante is ontvankelijk in haar verzoek, ondanks dat zij niet eerst de Raad heeft verzocht tot het doen van een verzoek tot gezagsbeëindiging. De Raad ziet nu geen aanleiding voor een raadsonderzoek en ondersteunt het verzoek van de tante.
De rechtbank onderschrijft de beslissing van de Raad dat geen gezagsbeëindigende maatregel moet volgen. In het belang van een veilige ontwikkeling van de minderjarigen zijn nog belangrijke stappen te zetten, met name in de samenwerking tussen de ouders en de GI maar ook tussen ou
Ambtshalve gezagsbeëindiging kind van bijna 18.
Hoogtechnologisch draagmoederschap. De familierechtelijke betrekkingen tussen het kind en de wensouders zoals die naar het toepasselijke Oekraïense recht zijn vastgesteld en neergelegd in de geboorteakte worden in Nederland niet erkend wegens onverenigbaarheid met de openbare ord
Beschikking meervoudige kamer: gezagsbeëindiging voor beide ouders - vader is niet betrokken - de situatie van de moeder is lange tijd niet stabiel: haar persoonlijke problematiek staat op de voorgrond, zij heeft geen vaste woon- of verblijfplaats, is met regelmaat slecht bereikb
Vanwege visieverschil tussen de GI en de Raad, doet de rechtbank uitspraak over de noodzaak tot een gezagsbeëindiging en gaat ambtshalve daartoe over (art. 1:267 en 1:266 BW). Ondanks dat de ouders zich erin lijken te berusten dat het perspectief van de minderjarigen bij de pleeg
Beschikking van de meervoudige kamer over een verlenging machtiging tot uithuisplaatsing en over de noodzaak van gezagsbeëindiging.
Gezagsbeëindiging en benoeming voogd. Art. 1:266 lid 1 sub a, 1:267 en 1:275 BW. Gezagsvacuüm ontstaan door afwezigheid en niet bereikbaar zijn van moeder. Daardoor stagneert o.a. hulpverlening. Kind groeit al jaren op bij pleegmoeder. Pleegmoeder benoemd tot voogd.
Gezagsbeëindigende maatregel. Besluit voorgelegd aan de rechtbank. Artikel 1:267 lid 2 BW. Ouderlijk gezag beëindigd. GI benoemd tot voogd.
Loskoppelingsverzoek studiefinanciering. Appellante voldoet niet aan de eisen gesteld in art 6, lid 1 van de Bsf 2000. Haar vader is onder curatele gesteld en er is geen sprake van beëindiging van het gezag. Geen reden voor toepassing hardheidsclausule.
Ambtshalve beëindiging van het gezag van de moeder op grond van artikel 1:267, tweede lid, BW. De rechtbank is na toetsing aan artikel 1:266, eerste lid, BW en artikel 8 EVRM van oordeel dat de beëindiging van het ouderlijk gezag noodzakelijk is.
Verzoek GI ex art. 1:267 lid 2 BW jo art. 1:266 lid 1 BW. GI en de Raad verschillen van mening over de vraag of een gezagsbeëindigende maatregel voor beide ouders op zijn plaats is. De rechtbank beëindigt het gezag van de ouders. De aanvaardbare termijn is verstreken. Minderjarig
Toewijzing gezamenlijk gezag. Geen wettelijke voorziening voor het uitoefenen van gezag door meer dan twee personen
De Raad verzoekt de rechtbank op grond van artikel 1:267, tweede lid, van het Burgerlijk Wetboek (BW) om te beoordelen of beëindiging van het gezag van de moeder over de minderjarige noodzakelijk is. Anders dan de Raad is de rechtbank van oordeel dat het gezag van de moeder beëin
Beëindiging ouderlijk gezag en benoeming voogdij
beschikking na verwijzing door de Hoge Raad. Artikel 1:266 lid 1 sub a BW, gezagsbeëindiging is noodzakelijk en in het belang van de minderjarige.
Ambtshalve beëindiging van het gezag (artikel 1:267 lid 2 BW). Beëindiging van het gezag vormt een gerechtvaardigde inbreuk op artikel 8 EVRM.
Ontvankelijkheid hoger beroep van nevenvoorzieningen in echtscheidingsprocedure. Gezag van de vader terecht beëindigd vanwege misbruik van gezag.
Beëindiging ouderlijk gezag en benoeming voogdij De Raad verzoekt op grond van artikel 1:267, tweede lid, BW het oordeel van de rechtbank of een beëindiging van het ouderlijk gezag ten aanzien van de minderjarige noodzakelijk is. Aan dit verzoek ligt ten grondslag dat de Raad na
Schorsing in het gezag vanwege (psychische) onmogelijkheid om het gezag uit te oefenen (1:253q en 1:253r BW)
bekrachtiging bestreden beschikking waarin het gezag van de ouders is beëindigd. Wetsartikelen: 1:266 lid 1 onder a BW, artikel 1:267 lid 1 BW en artikel 810a lid 2 Rv.