Gezag.
Burgerlijk Wetboek
Art. 1:266 BW
Genoemd in 639 uitspraken · Officiële wettekst
639 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 19 · live
gezag
Beëindiging van het gezag.
EJ. Voorlopige toevertrouwing.
Beëindiging van het gezag.
Beëindiging van het gezag.
EJ. Gedetineerde moeder geschorst uit gezag wegens onmacht.
personen- en familierecht, bekrachtiging van de voorlopige toevertrouwing, teruggave van de minderjarigen aan de moeder
Voortduren curatele tot het moment van in kracht van gewijsde gaan beslissing houdende instelling bewind/mentorschap, resulterend in onbevoegdheid tot gezag over kind. Herkrijgen gezag van rechtswege (artikel 1:253b lid 2 BW), tenzij een derde reeds met het gezag belast was op he
Stiefouderadoptie toegewezen ondanks dat niet voldaan is aan de samenlevingstermijn en de verzorgingstermijn. Belang van de minderjarige.
Beëindiging van het gezag.
Het ontbreken van eenduidig en doortastend beleid bij een langdurige uithuisplaatsing heeft geleid tot verslechterde verhoudingen en een loyaliteitsconflict.
Voldoen aan tweejaarstermijn onvoldoende om gezag te beëindigen.
Beëindiging gezag.
Beëindiging gezag. Perspectief ligt blijvend bij de pleegouders.
Beëindiging gezag. Beroepschrift advocaat bevat vele omissies en evident onjuiste weergaven van feiten en omstandigheden. Zelfs de naam van de minderjarige is niet juist.
Beëindiging gezag.
Beëindiging gezag. Voortdurende onmacht bij ouders. Strijd tussen hen beiden.
Beëindiging gezag vader over 17 jarige dochter na overlijden moeder: vast staat dat de dochter gedurende haar minderjarigheid niet meer zal ingroeien in het gezin van de vader. Verhouding tussen beiden zodanig verstoord dat er sprake is van een ontwikkelingsbedreiging. Artikel 26
Art. 81 lid 1 RO. Familierecht. Ontheffing uit ouderlijk gezag na periode van uithuisplaatsing; art. 1:266 en 268 (oud) BW. Ongeschiktheid of onmacht tot verzorging en opvoeding. Passeren van verzoek om contra-expertise (art. 810a Rv).
Beëindiging gezag. Hoger beroep van de raad tegen afwijzende beschikking slaagt. Hof is van oordeel dat de aanvaardbare termijn in de zin van art. 1:266, lid 1, letter a, BW is verstreken. Hof heeft daarbij tevens acht geslagen op de jonge leeftijd, drie jaar, van de minderjarige
Gezagsbeëindigende maatregel.
- gezagsbeëindigende maatregel - artikel 1:267, tweede lid, BW: oordeel rechtbank of beëindiging van het gezag noodzakelijk is - aanvaardbare termijn
Ontheffing van het gezag. De niet met het gezag belaste vader als informant aangemerkt.
Verzoek gezamenlijk gezag toegewezen. Er is weliswaar niet naar de letter, maar wel naar de geest voldaan aan de voorwaarden van artikel 1:253t, lid 2 onder a BW.