Is de moeder belanghebbende bij het verzoek het gezag van de vader te beëindigen? Toepassing HR 30 maart 2018, ECLI:NL:HR:2018:463 leidt in dit geval tot de slotsom dat dat niet het geval is.
Burgerlijk Wetboek
Art. 1:266 BW
Genoemd in 639 uitspraken · Officiële wettekst
639 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 17 · live
Gezagsbeëindigende maatregel. Aanvaardbare termijn. Artikel 1:266 BW.
Beëindiging gezag.
Beëindiging gezag moeder. Het hof is van oordeel dat aan het belang van de kinderen bij duidelijkheid en stabiliteit doorslaggevend belang moet worden toegekend en de zoektocht naar effectieve manieren tot het betrekken van de moeder in het besluitvormingsproces dient te worden g
Gezag; gezagsbeëindiging (artikel 1:266 Burgerlijk Wetboek)
Beëindiging gezag. Aanvaardbare termijn. 1:266 BW.
Beëindiging gezag vader. De minderjarige heeft niet onder toezicht gestaan en verblijft met toestemming/goedkeuring van de vader sinds zijn 6e jaar in een pleeggezin. De minderjarige functioneert op het niveau van een 2 jarige. Omdat de vader niet bereikbaar en niet beschikbaar i
Gezag Vernietiging van de door de rechtbank uitgesproken gezagsbeëindigende maatregel, nu onvoldoende is komen vast te staan dat (één van) de ouders niet in staat is of zijn de verantwoordelijkheid voor de verzorging en opvoeding van de minderjarige, bedoeld in artikel 1:247 lid
Gezag, omgang en informatieplicht. Strafrechtelijk contactverbod in verband met ontvoering van de minderjarigen. In het belang van de nog zeer jonge kinderen dat de moeder niet overvraagd wordt.
Personen- en familierecht. Jeugdrecht. Verzoek Raad voor de Kinderbescherming tot beëindiging gezag van moeder over minderjarige. Moeder verzoekt een deskundige te benoemen; art. 810a lid 2 Rv. Klacht dat hof daarop niet heeft beslist.
Beëindiging van het gezag van de vader. Kwetsbare kinderen verblijven sinds 2014 onafgebroken bij de pleegmoeder. De vader is onvoldoende in staat om de verantwoordelijkheid voor de verzorging en opvoeding van de kinderen binnen een voor de kinderen aanvaardbaar te achten termijn
Gezag. Gezagsbeëindigende maatregel van moeder wordt bekrachtigd in hoger beroep. Moeder heeft te kampen met complexe persoonlijke problematiek. Kind verblijft sinds geboorte bij haar oma/pleegmoeder. Thuisplaatsing niet langer aan de orde.
Verzoek vader eenhoofdig gezag afgewezen. Geen belemmering om gezag uit te oefenen. Artikel 1:266 BW is niet analogisch toepasbaar op de beëindiging van gezamenlijk gezag.
Beëindiging van het gezag. Opvoedingsperspectief van de minderjarige, die al ruim acht jaar elders woont, ligt niet meer bij de moeder.
Gezag. Gezagsbeëindiging bekrachtigd, geen nader onderzoek ex 810a Rv, geen gezamenlijk gezag met pleegmoeder.
Gezag. Bekrachtiging gezagsbeëindiging; ernstige problematiek van kinderen en pedagogisch tekortschieten van ouders maakt terugkeer naar ouders onmogelijk; GI tot voogd benoemd.
De rechtbank beëindigt het gezag van de draagmoeder. De rechtbank wijst het verzoek tot adoptie van de minderjarige door de wensouders toe en bepaalt dat de wensouders gezamenlijk met de uitoefening van het gezag worden belast vanaf de dag dat de beschikking in kracht van gewijsd
Gezagsbeëindigende maatregel voor moeder van drie dochters. Eén van de dochters is uit huis geplaatst, andere beide dochters wonen bij de vader met gezag. Voldaan aan gronden voor gezagsbeëindiging.
Beëindiging van het gezag. Moeder is niet een voor de kinderen geschikte opvoeder. Uitleg van het hof aan de kinderen.
Beëindiging gezag van de moeder. Minderjarige woont al vier jaar bij zijn vader op grond van een machtiging uithuisplaatsing. Niet vader, maar de GI tot voogd benoemd.
Beëindiging van het gezag. Het is in het belang van de minderjarige de pleegouder tot voogd te benoemen.
gezagsbeëindiging, art. 1:266 lid 1 sub a BW
Verzoek gezamenlijk gezag moeder en oma; gezagsbeëindiging moeder. Onvoldoende om te spreken van gezamenlijke zorg op grond van artikel 1:253t BW.
Beëindiging van het gezag. Alcoholverslaving leidt tot een onrustige verzorgings- en opvoedingssituatie. Moeder heeft verschillende malen de kans gekregen om te werken aan een (blijvende) terugkeer van de minderjarige.
Gezagsbeëindiging moeder. De raad is op grond van artikel 1:267, lid 1 BW bevoegd een dergelijk verzoek in te dienen.