artikel 1:263 BW; besluit beëindiging uithuisplaatsing; mededeling aan de Raad voor de Kinderbescherming; toezichthoudende taak.
Burgerlijk Wetboek
Art. 1:263 BW
Genoemd in 339 uitspraken · Officiële wettekst
339 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 13 · live
Verzoek tot beëindiging uithuisplaatsing. Ontvankelijkheid.
Machtiging uithuisplaatsing. Ontvankelijkheid grootmoeder. Geldigheid indicatiebesluit.
uithuisplaatsing De rechtbank is van oordeel dat op korte termijn duidelijk moet worden of, en zo ja onder welke voorwaarden, thuisplaatsing van de minderjarige nog mogelijk is. Een dergelijke beslissing vergt echter een zeer zorgvuldige voorbereiding van zowel de ouders als de m
Hoger beroep pleegouders aangemerkt als gericht tegen impliciete beslissing van Bureau Jeugdzorg tot terugplaatsing van de minderjarige naar de ouder.
Vader niet (mede) met het gezag belast. Hof acht anders dan de rechtbank vader geen belanghebbende in de procedure tot uithuisplaatsing van de minderjarige.
Verzoek gezaghebbende vader tot vervallenverklaring van aanwijzing als bedoeld in art. 1: 263a BW, kort daarop gevolgd door beslissing tot beëindiging uithuisplaatsing. Toepassing artikelen 6:18 en 6:19 Awb. Verzoek wordt geacht mede te zijn gericht tegen besluit tot beëindiging
Pleegmoeder beroept zich op blokkaderecht op grond van het toekomstige artikel 1:265iBW (wetsontwerp 32 015). Hof wijst beroep op dit toekomstige artikel af omdat de pleegmoeder de rechtsgang van artikel 1:259 BW had kunnen gebruiken, maar dit heeft nagelaten.
Rechtbank heeft het verzoek verlenging van de machtiging toegewezen en daarbij verstaan dat van deze machtiging niet langer gebruik wordt gemaakt zodra het kind in Twente naar een school kan en bij de vader kan gaan wonen; deze "ontbindende voorwaarde" mist wettelijke grondslag (
Honorering van het beroep van een pleegmoeder op het in art. 1:265i BW (wetsontwerp 32015;Wet herziening kinderbeschermingsmaatregelen) neergelegde blokkaderecht van pleegouders; afwijzing van het verzoek van de pleegmoeder om af te zien van een overplaatsing van haar pleegkind n
Minderjarige is middels een beschikking van de kinderrechter geplaatst bij de zuster van moeder. De gezinsvoogd heeft de minderjarige overgeplaatst naar een neutraal pleeggezin. De tante maakt bezwaar tegen deze overplaatsing en verzoekt de minderjarige bij haar terug te plaatsen
Art. 81 RO. Familierecht. Verzoek tot verlenging machtiging uithuisplaatsing, belanghebbende; art. 798 lid 1 Rv., art. 1:261, 263 BW.
Familierecht. Machtiging jeugdige te plaatsen in inrichting voor gesloten jeugdzorg. Belang bij rechtsmiddel tegen tijdelijke maatregel waarvan geldingsduur is verstreken. In EHRM 7 juni 2011, no. 277/05 ziet HR aanleiding terug te komen op eerdere rechtspraak. Aangenomen moet wo
Vader zonder gezag over minderjarige is niet aan te merken als belanghebbenden in de zin van 798 lid 1 Rv in procedure machtiging tot uithuisplaatsing van minderjarige.
Wijziging verblijfplaats minderjarige in het kader van een uithuisplaatsing; Toepassing van artikel 1:263 lid 2 sub c BW, wijze waarop en termijnen.
Intrekking machtiging uithuisplaatsing zonder een daartoe strekkend verzoek
Pleegouders hebben hoger beroep ingesteld tegen de verlenging van machtiging tot uithuisplaatsing, omdat zij willen voorkomen dat het kind wordt overgeplaatst. Dat verzoek wordt afgewezen, omdat zij rechtsberscherming kunnen ontlenen aan art. 1:263 BW.
vernietiging beslissing WSJ tot afwijzing van het verzoek om af te zien van wijziging van de verblijfplaats van minderjarige. Beslissing berust niet op een deugdelijke motivering. (1:263 lid 2 onder c BW)
Verzet pleegouders tegen terugplaatsing kind bij de ouders, hof verklaart pleegouders ontvankelijk.
Horen van minderjarige jonger dan 12 jaar, verblijfplaats in verband met uithuisplaatsing, positie gewezen pleegouders
Beëindiging uithuisplaatsing. Minderjarigen langer dan een jaar bij pleegouders. Pleegouders niet voldoende betrokken bij besluitvorming. Daarnaast brengt de wijze waarop stichting thuisplaatsing wil realiseren risico’s met zich.
Verzoek opheffing/ beëindiging UHP
verzoek beëindiging uithuisplaatsing. De kinderrechter is van oordeel dat geen sprake is van gewijzigde omstandigheden zoals door de pleegvader is gesteld. Zoals reeds uit de beschikking van de kinderrechter van 12 juni 2009 blijkt, is er ook nu nog geen einde gekomen aan de jare
WSG heeft niet gereageerd op het verzoek van de ouders tot het geven van een schriftelijke aanwijzing; er is sprake van een fictieve weigering een besluit te nemen, in de zin van artikel 6:2 Awb, waartegen beroep mogelijk is. De kinderrechter ziet aanleiding om een omgangsregelin
In het licht van artikel 1:263 lid 2 BW is enkel het verzoek tot feitelijke beëindiging van de uithuisplaatsing van belang, welke uithuisplaatsing is gebaseerd op de bij beschikking van de kinderrechter van 8 januari 2009 verleende machtiging tot uithuisplaatsing. Niet gesteld is