Art. 81 lid 1 RO. Personen- en familierecht. Uithuisplaatsing. Schriftelijke aanwijzing gecertificeerde instelling met betrekking tot omgangsregeling. Verzoek ouder tot vervallenverklaring schriftelijke aanwijzing. Art. 1:265f BW.
Burgerlijk Wetboek
Art. 1:263 BW
Genoemd in 339 uitspraken · Officiële wettekst
339 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 2 · live
Kinderrechter bekrachtigt schriftelijke aanwijzing overeenkomstig artikel 1:263, derde lid, Burgerlijk Wetboek. Het opleggen van een dwangsom, zoals door de GI verzocht, acht de kinderrechter gelet op de huidige omstandigheden niet op zijn plaats. De vader wordt door de GI niet v
Machtiging uithuisplaatsing. Ontvankelijkheid grootouders. Netwerkplaatsing in plaats van voorziening voor verblijf pleegouder 24-uurs
Uithuisplaatsing. Pleegouders (grootmoeder en tante) komen in hoger beroep tegen verlengde machtiging uithuisplaatsing. Hof verklaart appellanten niet-ontvankelijk op grond van artikel 798 lid 1 Rv juncto artikel 1:263 lid 2 BW.
Uithuisplaatsing Ondertoezichtstelling De vader zonder gezag is in een procedure tot verlenging van de ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing van een minderjarige geen belanghebbende in de zin van artikel 798 lid 1 Rv. De vader is niet-ontvankelijk in zijn hoger beroep.
Machtiging uithuisplaatsing. Geen sprake van vrijwilligheid.
Personen- en familierecht. Ondertoezichtstelling. Heeft minderjarige recht op inzage en afschrift van processtukken in procedure met betrekking tot zijn ondertoezichtstelling? Positie minderjarige als belanghebbende in de zin van art. 798 Rv. Art. 811 lid 1 aanhef en onder d Rv.
Verzoek tot machtiging gesloten jeugdzorg ten behoeve van minderjarige van 7 jaar. Minderjarige verschijnt niet ter zitting, waarna kinderrechter minderjarige in gesloten instelling bezoek. Trajectmachtiging voor gesloten jeugdzorg wordt verleend.
Uithuisplaatsing. Ontvankelijkheid.
Prejudiciële vraag (art. 392 Rv). Familierecht. Ondertoezichtstelling. Recht van hoger beroep voor belanghebbende (art. 806 lid 1 en 798 lid 1 Rv). Is de ouder zonder gezag in een procedure tot (verlenging van) ondertoezichtstelling belanghebbende indien het verzoek niet van hem/
Machtiging uithuisplaatsing. Ontvankelijkheid grootmoeder. Geldigheid indicatiebesluit.
Hoger beroep pleegouders aangemerkt als gericht tegen impliciete beslissing van Bureau Jeugdzorg tot terugplaatsing van de minderjarige naar de ouder.
Vader niet (mede) met het gezag belast. Hof acht anders dan de rechtbank vader geen belanghebbende in de procedure tot uithuisplaatsing van de minderjarige.
Verzoek gezaghebbende vader tot vervallenverklaring van aanwijzing als bedoeld in art. 1: 263a BW, kort daarop gevolgd door beslissing tot beëindiging uithuisplaatsing. Toepassing artikelen 6:18 en 6:19 Awb. Verzoek wordt geacht mede te zijn gericht tegen besluit tot beëindiging
Rechtbank heeft het verzoek verlenging van de machtiging toegewezen en daarbij verstaan dat van deze machtiging niet langer gebruik wordt gemaakt zodra het kind in Twente naar een school kan en bij de vader kan gaan wonen; deze "ontbindende voorwaarde" mist wettelijke grondslag (
Art. 81 RO. Familierecht. Verzoek tot verlenging machtiging uithuisplaatsing, belanghebbende; art. 798 lid 1 Rv., art. 1:261, 263 BW.
Vader zonder gezag over minderjarige is niet aan te merken als belanghebbenden in de zin van 798 lid 1 Rv in procedure machtiging tot uithuisplaatsing van minderjarige.
Verzet pleegouders tegen terugplaatsing kind bij de ouders, hof verklaart pleegouders ontvankelijk.
verzoek beëindiging uithuisplaatsing. De kinderrechter is van oordeel dat geen sprake is van gewijzigde omstandigheden zoals door de pleegvader is gesteld. Zoals reeds uit de beschikking van de kinderrechter van 12 juni 2009 blijkt, is er ook nu nog geen einde gekomen aan de jare
WSG heeft niet gereageerd op het verzoek van de ouders tot het geven van een schriftelijke aanwijzing; er is sprake van een fictieve weigering een besluit te nemen, in de zin van artikel 6:2 Awb, waartegen beroep mogelijk is. De kinderrechter ziet aanleiding om een omgangsregelin
In het licht van artikel 1:263 lid 2 BW is enkel het verzoek tot feitelijke beëindiging van de uithuisplaatsing van belang, welke uithuisplaatsing is gebaseerd op de bij beschikking van de kinderrechter van 8 januari 2009 verleende machtiging tot uithuisplaatsing. Niet gesteld is
Uithuisplaatsing. Duur rechterlijke machtiging verstreken; cassatieberoep niet-ontvankelijk; maatstaf dat de ouder(s) niet ongeschikt of onmachtig is (zijn) het kind te verzorgen en op te voeden en terugplaatsing geen bedreiging vormt voor de zedelijke of geestelijke belangen van
29 oktober 2004 Eerste Kamer Rek.nr. R03/140HR JMH/AT Hoge Raad der Nederlanden Beschikking in de zaak van: [De moeder], wonende te [woonplaats], VERZOEKSTER tot cassatie, advocaat: mr. K.G.W. van Oven, t e g e n 1. DE RAAD VOOR DE KINDERBESCHERMING, gevestigd te Utrecht, VERWEER