Machtiging uithuisplaatsing; geldigheid van alsnog overgelegd indicatiebesluit.
Burgerlijk Wetboek
Art. 1:262 BW
Genoemd in 126 uitspraken · Officiële wettekst
126 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 2 · live
Cassatie in het belang der wet. Wet op de Jeugdzorg (Wjz). Art. 1:262 lid 3 BW (verval machtiging tot uithuisplaatsing bij gebreke van tenuitvoerlegging binnen drie maanden) ook van toepassing op machtiging tot opneming en verblijf in gesloten inrichting op de voet van art. 29b W
Artikel 1:262 lid 3 BW Geen belang bij het ingestelde hoger beroep bij het vervallen van de machtiging tot uithuisplaatsing.
Artikel 1:262 BW van toepassing op machtiging gesloten jeugdzorg. De op 2 november 2011 verleende machtiging gesloten jeugdzorg werd door het Bureau Jeugdzorg pas na drie maanden, te weten op 14 februari 2012, ten uitvoer gelegd. Gelet op 1:262 lid 3 BW was voornoemde machtiging
1:261 BW; onderzoek naar lichamelijke of geestelijke gesteldheid niet mogelijk vanuit de thuissituatie, waardoor uithuisplaatsing noodzakelijk is; onvoldoende rechtens relevant belang bij: a. beroep tegen crisismachtiging nu de periode waarvoor deze is verleend is verstreken; en
Machtiging gesloten jeugdzorg vervalt als deze niet binnen drie maanden ten uitvoer is gelegd.
"Geen sprake van detournement de pouvoir; afwijzing verzoek om verlening van een machtiging tot uithuisplaatsing. Er zijn reeds diverse procedures over de minderjarige gevoerd in België, Nederland en Duitsland, onder andere over de teruggeleiding van de minderjarige en jeugdbesch
Machtiging uithuisplaatsing van een minderjarige, zwangere, moeder. Bijzondere omstandigheden van het geval.
Uithuisplaatsing gerechtvaardigd om op die manier de symbiotische relatie van de zoon met de moeder te doorbreken.
Familierecht. Duur machtiging tot uithuisplaatsing kinderen door rechter verlengd. Door obstructie ouders heeft uithuisplaatsing niet kunnen plaatsvinden. Ingevolge art. 1:262 lid 3 BW vervalt de machtiging tot uithuisplaatsing indien die niet binnen drie maanden is ten uitvoer g
Procesbekwaamheid minderjarige, art 1:245 lid 4 BW, art 29a lid 2 Wet op de Jeugdzorg en art 1:263 lid 2 en 4 BW
Een machtiging gesloten jeugdzorg vervalt indien deze niet binnen 3 maanden tenuitvoer is gelegd, art 29 b WJZ en art 1:262 lid 3 BW. Zie ook de beschikking 200.007.518 van 2-9-2008 van hof Arnhem, LJN BG2667
Vervallen van een machtiging tot uithuisplaatsing nu daar gedurende drie maanden geen gebruik van kon worden gemaakt omdat de ouders de minderjarige(n) buiten Nederland hebben geplaatst.
Geen vervaltermijn in Wet Gesloten Jeugdzorg, artikel 1:262 BW niet van (overeenkomstige) toepassing
Plaatsing minderjarige in een justitiële jeugdinrichting. Niet-ontvankelijkheid wegens verstrijken geldigheidsduur machtiging.
Ten tijde van de (eerste) mondelinge behandeling van het hoger beroep (7maart 2007) is de recente tweede machtiging uithuisplaatsing van 13 februari 2007 nog niet ten uitvoer gelegd en verblijft de minderjarige nog in een gezinshuis in België krachtens eerdere machtiging. De advo
-