Verlenging machtiging uithuisplaatsing zonder verzoekschrift
Burgerlijk Wetboek
Art. 1:261 BW
Genoemd in 483 uitspraken · Officiële wettekst
483 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 5 · live
Cassatie in het belang der wet. Wet op de Jeugdzorg (Wjz). Art. 1:262 lid 3 BW (verval machtiging tot uithuisplaatsing bij gebreke van tenuitvoerlegging binnen drie maanden) ook van toepassing op machtiging tot opneming en verblijf in gesloten inrichting op de voet van art. 29b W
Het betreft een uitspraak van de meervoudige kamer waarbij de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad) heeft verzocht om de moeder te ontzetten van het gezag (1:269 BW). T.a.v. een van beide kinderen wordt het verzoek afgewezen, omdat zij inmiddels meerderjarig is. T.a.v.
Ontzetting van gezag bij vermoedens van Munchhausen by Proxy en de vraag van de verwijtbaarheid.
UIthuisplaatsing. Jeugdzorg komt in hoger beroep tegen een afwijzing van een verzoek tot uithuisplaatsing. Anders dan de rechtbank acht het hof voldoende gronden aanwezig tot het verlenen van de machtiging aan Jeugdzorg.
Door overlegging van het indicatiebesluit heeft de stichting het aanvankelijke indicatiebesluit, waarin de geldigheidsduur van de aanspraak op zorg ontbrak, verbeterd. Aldus bij het wijzen van de onderhavige beschikking sprake van een indicatiebesluit dat naar het oordeel van het
Vader niet (mede) met het gezag belast. Hof acht anders dan de rechtbank vader geen belanghebbende in de procedure tot uithuisplaatsing van de minderjarige.
Uithuisplaatsing minderjarigen teneinde contact met vader op gang te brengen?
Indicatiebesluit voldoet niet aan wettelijke vereisten doordat termijn ontbreekt. Zie ook LJN: BW6742 en BW8290
Verlenging machtiging uithuisplaatsing. Geen geldig indicatiebesluit.
Moeder heeft, gelet op het door artikel 8 EVRM gewaarborgde recht op eerbiediging van haar gezinsleven, rechtens relevant belang om de rechtmatigheid van de uithuisplaatsing te laten toetsen, en haar behoort mitsdien niet haar procesbelang te worden ontzegd op de enkele grond dat
Verlenging machtiging uithuisplaatsing. Geen geldig indicatiebesluit.
De vier kinderen hebben hun hoofdverblijf bij moeder. Voor contact met vader bestaan volgens de Raad geen contra-indicaties. Tussen de kinderen en hun vader is al drie jaar op geen enkele wijze contact mogelijk gebleken, ook niet door tussenkomst van de rechtbank. Zo hebben foren
Uithuisplaatsing van vier kinderen; situatie in het verleden bij de moeder was niet veilig; situatie nu nog niet door Jeugdzorg onderzocht; noodzaak regeling nog aanwezig.
Ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing. Nu onvoorwaardelijke medewerking van de moeder aan een forensisch onderzoek uitblijft, is noodzaak tot het in stand houden van de beschermingsmaatregelen vooralsnog aanwezig.
Afwijzing machtiging uithuisplaatsing. Het hof is er in deze fase van de hulpverlening nog niet van overtuigd dat de hulp en begeleiding in het kader van de ondertoezichtstelling niet toereikend zullen zijn.
Art. 1: 261 lid 1 juncto 258 lid 3 BW; spoedmachtiging tot uithuisplaatsing bij andere gezagsdragende ouder. Het uitgangspunt dat een uithuisplaatsing niet zou mogen plaatsvinden bij de gezagsdragende ouder bij wie de minderjarige daarvoor niet zijn hoofdverblijf had, is onjuist.
1:261 BW; onderzoek naar lichamelijke of geestelijke gesteldheid niet mogelijk vanuit de thuissituatie, waardoor uithuisplaatsing noodzakelijk is; onvoldoende rechtens relevant belang bij: a. beroep tegen crisismachtiging nu de periode waarvoor deze is verleend is verstreken; en
Art. 81 RO. Familierecht. Verzoek tot verlenging machtiging uithuisplaatsing, belanghebbende; art. 798 lid 1 Rv., art. 1:261, 263 BW.
Machtiging tot uithuisplaatsing. Rechtbank is buiten de rechtsstrijd getreden. Het hof vernietigt de beschikking en verleent een machtiging binnen de rechtsstrijd.
Uithuisplaatsing in AWBZ instelling volgens het indicatiebesluit
Ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing van 7-jarig meisje dat vanaf de geboorte vrijwillig in een pleeggezin woonde en door ouders naar het buitenland is overgebracht naar andere familie, toen de Raad voor de Kinderbescherming onderzoek wilde doen.
Ouders hadden gezamenlijk gezag over hun kind dat onder toezicht is gesteld en uit huis is geplaatst. Ten aanzien van één ouder is niet voldaan aan de voorwaarden voor gedwongen ontheffing ex artikel 1:266 jo 1:268 lid 2 sub a BW. De ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing word
Art. 1:261 BW Kindermishandeling; Ouders als verdachten aangemerkt van mishandeling; Ouders stellen onwetend te zijn over de herkomst van de vele fracturen; Geen terugplaatsing i.v.m. veiligheid kind.
Verlenging ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing van minderjarige. In persoon van minderjarige factoren en aan de zijde van de vader spelende omstandigheden noodzaken tot instandhouding van de beschermingsmaatregelen.