Kan het bepaalde van artikel 1:159 lid 3 BW bij overeenkomst worden uitgesloten?
Burgerlijk Wetboek
Art. 1:259 BW
Genoemd in 184 uitspraken · Officiële wettekst
184 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Rechtsmacht Nederlandse rechter; uitleg “gewone verblijfplaats van het kind”; schriftelijke aanwijzing kan niet los worden gezien van een door de Nederlandse kinderrechter getroffen jeugdbeschermingsmaatregel; ontvankelijkheid hoger beroep; bij beslissing op een verzoek tot verva
Verzoek tot vervallenverklaring van de aanwijzing, die is gegeven in het kader van de uitvoering van de ondertoezichtstelling van minderjarige.
De kinderrechter stelt voorop dat een uithuisgeplaatst kind, zeker indien dat kind 3 jaar oud is en er een mogelijkheid bestaat dat hij wordt teruggeplaatst, recht heeft op regelmatig contact met zijn moeder. Gelet op de thans gangbare hechtingstheorieën is dat ook in het belang
De wet geeft de WSJ bij de uitvoering van de ondertoezichtstelling niet de bevoegdheid een omgangsregeling tussen een niet met het ouderlijk gezag belaste ouder en de kinderen vast te stellen en deze omgangsregeling vervolgens ter uitvoering door middel van een aanwijzing op te l
Minderjarigen zijn uithuis geplaatst. De stichting heeft middels een aanwijzing een contactregeling tussen de moeder en de minderjarigen vastgesteld. Na het verstrijken van de bezwaarperiode heeft de moeder een zelfstandig verzoek voor een omgangsregeling ingediend. Zij wordt nie
Wijziging verblijfplaats minderjarige in het kader van een uithuisplaatsing; Toepassing van artikel 1:263 lid 2 sub c BW, wijze waarop en termijnen.
Alvorens inhoudelijk op de zaak in te gaan dient de kinderrechter te beoordelen of de moeder tijdig beroep heeft ingesteld tegen de schriftelijke aanwijzingen van de Stichting. Op grond van artikel 1:259 lid 1 BW kan op verzoek van de met het gezag belaste ouder of de minderjarig