Prejudiciële vraag (art. 392 Rv). Familierecht. Ondertoezichtstelling. Recht van hoger beroep voor belanghebbende (art. 806 lid 1 en 798 lid 1 Rv). Is de ouder zonder gezag in een procedure tot (verlenging van) ondertoezichtstelling belanghebbende indien het verzoek niet van hem/
Burgerlijk Wetboek
Art. 1:259 BW
Genoemd in 184 uitspraken · Officiële wettekst
184 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Prejudiciële vragen (art. 392 Rv). Personen- en familierecht; procesrecht. Begrip belanghebbende in art. 798 lid 1, eerste volzin, Rv en art. 806 lid 1 Rv bij beëindiging van door ouders gezamenlijk uitgeoefend ouderlijk gezag (art. 1:266 BW). Mogelijkheid van principaal en incid
Jeugdrecht. Omvat aanwijzingsbevoegdheid ex art. 1:258 lid 1 BW ook de bevoegdheid om ouder bij wie het kind niet verblijft te beperken in contact met het kind? Art. 807 Rv. In verband met ruimere rechtsbescherming exclusieve toepasselijkheid art. 1:263a BW (ondanks formulering v
Bekrachtiging bestreden beschikking. De gronden voor verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van de minderjarige waren ten tijde van de bestreden beschikking aanwezig en zijn dat ook nu nog. Moeder niet-ontvankelijk in haar verzoek tot vervanging van de GI.
Personen- en familierecht. Beëindiging ouderlijk gezag (art. 1:266 BW). Processuele positie van de niet met ouderlijk gezag beklede ouder. Begrip belanghebbende in art. 798 lid 1, eerste volzin, Rv. Begrip ‘ouder’ in art. 798 lid 1, tweede volzin, Rv. Recht op contra-expertise va
Prejudiciële procedure (art. 392 Rv). Personen- en familierecht. Ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing van minderjarige bij pleegouders. Dienen de pleegouders toestemming te verkrijgen van de ouders met gezag dan wel de gecertificeerde instelling voor een uitstapje of vakanti
Personen- en familierecht. Jeugdzaak. Wijziging hoofdverblijfplaats kinderen die bij moeder verblijven door voogd. Vervangende toestemming op voet van art. 1:336a lid 2 BW? Is rechtsmiddelenverbod van art. 807 Rv van toepassing? Kan rechter toestemming verlenen op voet van art. 8
-
Voogdijzaak. Vervangende toestemming voor het wijzigen van de verblijfplaats van de minderjarigen (art. 1:336a lid 2 BW). Uitleg van het rechtsmiddelenverbod van art. 807, aanhef en onder c Rv.
Personen- en familierecht. Verlenging OTS. Voorbehoud aanvulling PI. Overnemen gronden rechtbank. Motivering. Art. 3.3. Jeugdwet.
Vordering tot cassatie in het belang der wet. Is de Gecertificeerde Instelling in een procedure tussen ouders over gezag en/of omgang belanghebbende?
Prejudiciële vragen. Aanwijzing gecertificeerde instelling inhoudende schorsing van door rechter vastgestelde zorgregeling.de Reikwijdte van en verhouding tussen artikelen 1:265f en 1:265g BW. Toepasselijkheid HR 25 april 2014, ECLI:NL:HR:2014:1019 op art. 1:265f BW. Schorsing v
Jeugdrecht. Omvat aanwijzingsbevoegdheid ex art. 1:258 lid 1 BW ook de bevoegdheid om ouder bij wie het kind niet verblijft te beperken in contact met het kind? Art. 807 Rv. In verband met ruimere rechtsbescherming exclusieve toepasselijkheid art. 1:263a BW (ondanks formulering v
Familierecht. Gezamenlijk ouderlijk gezag na echtscheiding; verzoek van (bijzonder curator van) minderjarig kind op voet van art. 1:251a BW tot toekenning eenhoofdig gezag, ontvankelijkheid.
Wijziging van de GI zonder bereidverklaring na verhuizing van minderjarige naar ander arrondissement
Moeder is niet-ontvankelijk in haar primaire en haar subsidiaire verzoek in de zin van artikel 1:262b BW, omdat de rechtbank van oordeel is dat de geschillen die de moeder wil voorleggen vallen onder gedragingen van de GI jegens de moeder in de zin van artikel 4.2.1. van de Jeugd
De rechtbank heeft de verzoeken van verzoekers in relatie tot de door de gecertificeerde instelling aldaar weggehaalde kinderen op formele gronden afgewezen. De rechtbank is daardoor aan een nader inhoudelijk onderzoek met betrekking tot de vraag of er daadwerkelijk sprake was en
Verzoek verlenging ondertoezichtstelling en vervanging gecertificeerde instelling
Voogdij. Verzoek tot wijziging voogdijinstelling. Geen (analoge) toepassing artikel 1:259 BW, niet voldaan aan in artikel 1:328 BW genoemde criteria.
Verzoek tot vervallenverklaring mondelinge en schriftelijke aanwijzing stichting. Met de term ‘aanwijzing’ in artikel 1:263a lid 2 BW wordt een schriftelijke aanwijzing in de zin van artikel 1:258 BW bedoeld. Ontvankelijkheid.
ontvankelijkheid, vervallenverklaring schriftelijke aanwijzing, gronden machtiging uithuisplaatsing aanwezig.
Tegen een in het kader van de OTS door BJZ gegeven aanwijzing waarbij het contract tussen de minderjarige en de met het gezag belaste ouders wordt beperkt, moet door de rechter in beroep getoets kunnen worden, ook al staat ingevolge wet daartegen slechts cassatie in het belang de
Omgangsregeling van vader met kind dat onder toezicht staat. Samenloop aanwijzing gezinsvoogdij instelling over de omgangsregeling, art 258 BW, en wijziging van een door de rechter vastgestelde omgangsregeling, art 263b BW. Is hoger beroep mogelijk?
Kan aanwijzing gezinsvoogd ook betrekking hebben op beperking omgang kind en ouder die gezag heeft over dat kind?
26 september 2003 Eerste Kamer Rek.nr. R02/061HR JMH/HJH Hoge Raad der Nederlanden Beschikking in de zaak van: 1. [de moeder], en 2. [de vader], beiden wonende te [woonplaats], VERZOEKERS tot cassatie, advocaat: mr. J. Groen, t e g e n [de pleegmoeder], wonende te [woonplaats], V