Niet-ontvankelijkheid, deels art. 81 RO. Ontheffing ouderlijk gezag; art. 1:254, 268 BW.
Burgerlijk Wetboek
Art. 1:254 BW
Genoemd in 506 uitspraken · Officiële wettekst
506 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 14 · live
Overlijdens- en letselschade na dubbele moord en poging tot moord; geen gespecificeerd bewijsaanbod in hoger beroep.
Raad voor de Kinderbescherming komt in hoger beroep van een beschikking van de rechtbank waarbij een verzoek tot ontheffing van het gezag over een minderjarige werd afgewezen. Anders dan in eerste aanleg acht het hof duidelijkheid omtrent het toekomstperspectief voor de minderjar
Ontheffing van het gezag
Ontheffing van het gezag. Belang minderjarige geeft de doorslag, hoewel de moeder duurzaam instemt met de uithuisplaatsing.
Ontheffing van het gezag. Aan de moeder zijn in het verleden voldoende kansen geboden.
Gedwongen ontheffing; Art. 1:268 lid 2 sub a BW. Geen verzet tegen uithuisplaatsing. Belang van de kinderen op duidelijkheid en zekerheid prevaleert boven belang ouder.
Ernstige problemen bij ouderschap na echtscheiding: in hoger beroep spreekt het hof de ondertoezichtstelling uit op een partij verzoek van de ouders, welk verzoek wordt ondersteund door de Raad voor de Kinderbescherming (Rv 823).
Onvoldoende gebleken van gronden die een ondertoezichtstelling en een uithuisplaatsing rechtvaardigen; niet gebleken dat hulpverlening in een vrijwillig kader heeft gefaald dan wel zal falen.
Familierecht. Verzoek tot ondertoezichtstelling minderjarige; art. 1:254 BW. (81 RO)
ots / problematiek omgang
Afwijzing verzoek tot ontheffing van het ouderlijk gezag van de ouders. Beide ouders stemmen in het continuering van het verblijf van de minderjarige op de zorgboerderij. De moeder heeft ter zitting aangevoerd dat zij het ouderlijk gezag over de minderjarige wil behouden. De Raad
ontheffing. Biologische vader wil gezag cq voogdij.
Alsnog in hoger beroep verlenging van de ondertoezichtstelling. Situatie in recente verleden is bij herhaling zeer bedreigend voor welzijn minderjarige. Ouders hebben pas onder druk hulp geaccepteerd. Reguliere bezoeken aan consultatiebureau acht het hof in dit geval onvoldoende
Vader niet ontvankelijk in zijn verzoek in hoger beroep voor zover het betreft de ontheffing van de moeder van het gezag, nu hij niet heeft aangetoond wat zijn belang bij dit verzoek is. Vader tevens niet- ontvankelijk in zijn hoger beroep wat betreft het verzoek tot afwijzing va
Ondanks positieve ontwikkelingen beschikken ouders niet over voldoende opvoedingsvaardigheden en is het niet in belang van de minderjarige dat hij op termijn bij ouders gaat wonen. Netwerkplaatsing mislukt en behandeling moeder voortijdig beëindigd zonder succes.
Moeder ontheven van gezag over zoon, die als baby ernstig letsel had opgelopen door mishandelingen. Ouders ontkennen betrokkenheid. Hof bekrachtigt beschikking. Dat moeder inmiddels voor andere zoon zorgt, doet daaraan niet af in het licht van de geschetste omstandigheden.
Familierecht. Gedwongen ontheffing ouder van gezag over kind op de voet van art. 1:268 lid 2 onder a BW. (art. 81 RO)
ots ivm omgangsproblematiek, afwijzing
Familierecht. Verzoek tot ontheffing uit ouderlijk gezag; art. 1:268 lid 2, onder a, jo. art. 1:254 lid 1 BW. (81 RO)
Dochter uit huis geplaatst. Moeder wenst met het door haar daartegen ingestelde hoger beroep te bereiken dat de dochter bij vader wordt geplaatst, hetgeen evenwel niet in deze procedure bewerkstelligd kan worden. Ten overvloede: uithuisplaatsing in pleeggezin is in belang van het
Dochter is uit huis geplaatst en moeder heeft bevestigd niet voor de dochter te kunnen zorgen. In het kader van het hoger beroep van vader tegen de uithuisplaatsing kan niet in deze procedure worden bewerkstelligd dat de dochter bij vader wordt geplaatst.
Het telkens instellen van hoger beroep tegen OTS en UHP is op zichzelf geen reden ouders van het gezag te ontheffen, Die maatregelen zijn echter in beginsel van tijdelijke aard en kunnen in situaties als hier aan de orde niet eindeloos verlengd worden; op de door het hof genoemde
Opheffing ondertoezichtstelling. Wettelijke gronden niet aanwezig.
Ontheffing van het gezag. Ouders ongeschikt en onmachtig om de minderjarige te verzorgen en op te voeden. De ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing van de minderjarige zijn onvoldoende om de bedreiging als bedoeld in artikel 1:254 BW af te wenden (artikelen 1:266 en 1:268 BW).