Wet griffierechten burgerlijke zaken. Dat eerst na ommekomst van de termijn van vier weken griffierecht is bijgeschreven op de rekening van de Hoge Raad staat aan de ontvankelijkheid van het beroep niet in de weg, nu dit betrekking heeft op de ondertoezichtstelling van een minder
Burgerlijk Wetboek
Art. 1:254 BW
Genoemd in 506 uitspraken · Officiële wettekst
506 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing. Ontvankelijkheid verzoekster in hoger beroep.
Verzoek ouders tot vervangen van stichting. Ontvankelijkheid.
Verzoek tot vervanging van de gezinsvoogdij-instelling. Het verzoek van de ouders om de William Schrikker Stichting Jeugdbescherming te vervangen door Bureau Jeugdzorg is door de kinderrechter afgewezen. Geconstateerd moet worden dat er geen wettelijke grondslag of toetsingskader
Ondertoezichtstelling. Klachten en bezwaren vader in verschillende procedures tegen rapport raad deels gegrond. Voldoende gronden voor ondertoezichtstelling.
Ambtshalve wordt onderzocht of het kind als minderjarige kan worden ontvangen in het hoger beroep. Vraag of de gronden voor verlenging van de ondertoezichtstelling van het kind en die voor verlenging van de machtiging tot haar uithuisplaatsing aanwezig zijn. Subsidiaire verzoek v
Kinderrechter benoemt ambtshalve bijzondere curator, naar aanleiding van een verzoekschriftprocedure tot wijziging van gezinsvoogdijinstelling
Tegen afwijzing van het verzoek tot vervanging van Bureau Jeugdzorg bij ondertoezichtstelling is alleen cassatie in het belang der wet mogelijk.
Ondertoezichtstelling; verzoek tot vervanging gezinsvoogdijinstelling; ontvankelijkheid hoger beroep. 1:254 lid 5 BW, 807 Rv.
Het hof acht een gesloten uithuisplaatsing met het oog op het waarborgen van de veiligheid van de minderjarige in de thuissituatie een te ingrijpend middel.
Verzoek tot vervanging gezinsvoogdij-instelling. Verstoorde verstandhouding. Belang van de kinderen. Afwijzing.
Het betreft een verzoek om het mandaat van Bureau Jeugdzorg aan het Leger des Heils in te trekken, waarbij dit wordt gebaseerd op artikel 1:254 lid 5 BW. De vraag is of dit wetsartikel hier wel op van toepassing is.
Verzoek tot vervanging van de stichting Bureau Jeugdzorg wegens verhuizing ouders naar een andere provincie. De stichting is niet ontvankelijk in haar verzoek. Artikel 1:254 vijfde lid BW niet van toepassing bij verhuizing van een gezin naar een andere provincie.
Artikel 1:254, lid 5, BW. Vervanging Bureau Jeugdzorg.
Bodemprocedure door ouderschapsonderzoek vertraagd na een kort geding waarbij de minderjarige bij de vader is geplaatst met een machtiging uitplaatsing, aangezien zij daarvoor de gewone verblijfplaats bij de moeder heeft gekregen. Hier speelt ook de vraag wat het bereik is van he
Hoger beroep ingesteld door de stichting BJZ samen met de pleegouders tegen de ouders van de minderjarige (principaal appel) Het principaal appel gericht tegen de beschikking van de rechtbank waarin onder meer is bepaald: - dat bij het eerst volgende contact tussen de ouders en d
Beëindiging uithuisplaatsing.
de noodzaak van een machtiging tot gesloten plaatsing Een machtiging tot plaatsing in een voorziening (accommodatie) voor gesloten jeugdzorg kan op grond van artikel 29b Wjz onder meer worden verleend indien tweede lid onder a- de jeugdige onder toezicht is gesteld, en -derde li
Een in Nederland gegeven machtiging tot uithuisplaatsing komt in beginsel ingevolge de Verordening (EG) nr. 2201/2003 van de Raad van de Europese Unie van 27 november 2003 (hierna: Vo Brussel IIbis) in een andere lidstaat - zoals Bulgarije - in aanmerking voor erkenning. Artikel
toewijzing verzoek beëindiging uithuisplaatsing
Familierecht; ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing (verslavingsproblematiek bij de moeder); verlenging, maatstaf. Niet-ontvankelijk cassatieberoep wegens gebrek aan belang in cassatie na verstrijken termijn machtiging; obiter dictum.
Gebleken is dat de moeder, ondanks de professionele hulpverlening die in het gezin veelvuldig aanwezig is, niet in staat is de kinderen structuur en veiligheid te bieden. Dit mede vanwege problematiek die de moeder heeft ten gevolge van de onzekerheid waarin zij lange tijd heeft
Het hof is van oordeel dat [appellant] niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in zijn hoger beroep, nu artikel 807 aanhef en sub a. Rv. zo gelezen moet worden, dat tegen de aangevallen beschikking ingevolge artikel 1: 254, vijfde lid BW slechts cassatie in het belang der wet