Prejudiciële vraag (art. 392 Rv). Familierecht. Ondertoezichtstelling. Recht van hoger beroep voor belanghebbende (art. 806 lid 1 en 798 lid 1 Rv). Is de ouder zonder gezag in een procedure tot (verlenging van) ondertoezichtstelling belanghebbende indien het verzoek niet van hem/
Burgerlijk Wetboek
Art. 1:254 BW
Genoemd in 506 uitspraken · Officiële wettekst
506 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Prejudiciële vragen (art. 392 Rv). Personen- en familierecht; procesrecht. Begrip belanghebbende in art. 798 lid 1, eerste volzin, Rv en art. 806 lid 1 Rv bij beëindiging van door ouders gezamenlijk uitgeoefend ouderlijk gezag (art. 1:266 BW). Mogelijkheid van principaal en incid
Personen- en familierecht. Beëindiging ouderlijk gezag (art. 1:266 BW). Processuele positie van de niet met ouderlijk gezag beklede ouder. Begrip belanghebbende in art. 798 lid 1, eerste volzin, Rv. Begrip ‘ouder’ in art. 798 lid 1, tweede volzin, Rv. Recht op contra-expertise va
Ondertoezichtstelling. Hof merkt vader zonder gezag aan als belanghebbende mede op grond van internationale wetgeving. Sprake van 'family life' als bedoeld in artikel 8 EVRM.
Familierecht. Belang van het kind en het recht op omgang. Met gezag belaste ouder weigert stelselmatig en zonder goede gronden mee te werken aan omgangsregeling tussen kind en andere ouder. Taak rechter om te bevorderen dat omgangsregeling tot stand komt. Art. 8 EVRM, art. 9 lid
Ondertoezichtstelling. Ontvankelijkheid ouder zonder juridisch gezag die kind (mede) verzorgt en opvoedt.
Gezag, hoofdverblijfplaats, zorg- en omgangsregeling. Geen ambtshalve (omgangs)ondertoezichtstelling. Beschikking na verwijzing Hoge Raad.
Prejudiciële vraag belanghebbende
Ontzegging recht op omgang. Vader heeft het traject bij het omgangscentrum voortijdig beëindigd.
Hof oordeelt ambtshalve dat sprake is van een aanvulling op grond van artikel 32 Rv en niet een verbetering op grond van artikel 31 Rv. Ondertoezichtstelling kan niet met terugwerkende kracht verlengd worden.
de man is ontvankelijk, ook in zijn verzoek tot OTS van het kind, mede gelet op de; artikelen 7 en 8 IVRK, art., 8 EVRM alsmede de heersende jurisprudentie; ondanks family life tussen de man en het kind heeft de vrouw het kind door haar huidige partner laten erkennen; deze erkenn
Overheidsaansprakelijkheid. Raad vd Kinderbescherming aansprakelijk voor onzorgvuldige rapportage. Causaal verband met gevorderde schade in dit geval niet doorbroken doordat rechter vervolgens heeft beslist om minderjarige onder toezicht te stellen en uit huis te plaatsen, nu rec
ondertoezichtstelling ontvankelijkheid
Ondertoezichtstelling De vader zonder gezag is in een procedure tot verlenging van de ondertoezichtstelling van een minderjarige geen belanghebbende in de zin van artikel 798 lid 1 Rv. De vader is niet-ontvankelijk in zijn hoger beroep.
Uithuisplaatsing Ondertoezichtstelling De vader zonder gezag is in een procedure tot verlenging van de ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing van een minderjarige geen belanghebbende in de zin van artikel 798 lid 1 Rv. De vader is niet-ontvankelijk in zijn hoger beroep.
Prejudiciële vraag (art. 392 Rv). Familierecht. Ondertoezichtstelling. Recht van hoger beroep voor belanghebbende (art. 806 lid 1 en 798 lid 1 Rv). Is de ouder zonder gezag in een procedure tot (verlenging van) ondertoezichtstelling belanghebbende indien het verzoek niet van hem/
Verzoek biologische vader tot beëindiging (voorlopige) ondertoezichtstelling; rechtsmacht Nederlandse rechter.
Ondertoezichtstelling in geval van dreigende uitzetting, minderjarigen niet-ontvankelijk in hoger beroep tegen ondertoezichtstelling, ondertoezichtstelling geen rechtsgevolg dat ter vrije bepaling van partijen staat.
Raad voor de Kinderbescherming en Bureau Jeugdzorg verschillen van mening over de noodzaak van een ondertoezichtstelling. Moeder door vader neergestoken, waarvan kinderen getuige zijn geweest.
Overlijdens- en letselschade na dubbele moord en poging tot moord; geen gespecificeerd bewijsaanbod in hoger beroep.
Verzoek van BJZ om moeder te belasten met het ouderlijk gezag over een minderjarig kind toegewezen, met afwijzing van het verzoek van BJZ tot ondertoezichtstelling van de minderjarige ter ondersteuning van de opvoedingsverantwoordelijkheid van moeder en het kunnen blijven volgen
Dat de Stichting tekort zou zijn geschoten in haar taak om aan de minderjarige en/of de ouders hulp en steun te verlenen, is in het kader van dit kort geding onvoldoende gebleken. Van belang in dit verband is hetgeen het hof hieromtrent heeft overwogen in de rechtsoverwegingen 4.
-
-
-