Opheffing ots; voldoende gronden voor verlenging, maar maatregel praktisch onuitvoerbaar en mogelijk schadelijk voor minderjarigen.
Burgerlijk Wetboek
Art. 1:254 BW
Genoemd in 506 uitspraken · Officiële wettekst
506 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 4 · live
Verlenging ondertoezichtstelling; IPR; bevoegdheid Nederlandse rechter.
Ondertoezichtstelling brengt geen wijziging in het recht van de gezagsdragende ouders om de woon- dan wel verblijfplaats van de minderjarige te bepalen, ook al is deze in het buitenland gelegen (zie brief van de Minister voor Jeugd en Gezin van 19 maart 2009 aan de Tweede Kamer n
In het niet adequaat (met resultaat) aanpakken van het overgewicht van de drie kinderen, ziet het hof een bedreiging voor hun gezondheid; ouders doen weliswaar zeer hun besten zijn zeer betrokken bij hun kinderen, maar dat is onvoldoende voor afwending van de ernstige bedreiging
Ontheffing van het gezag over de minderjarige; verdragsrecht
Wijziging omgangsregeling vastgesteld bij rechterlijke beslissing.
Art. 81 RO. Verlenging ondertoezichtstelling; art. 1:254, 256 BW.
Gezag, omgang, vernietiging erkenning en ondertoezichtstelling
Gewone verblijfplaats kind bij kinderontvoering en OTS
Hoger beroep van de afwijzing van het verzoek tot ondertoezichtstelling van de minderjarigen. Verzoek raad in eerste aanleg afgewezen. Hof bekrachtigt de bestreden beschikking. Geen wettelijke grondslag aanwezig.
Ontheffing van het gezag.
Ontheffing van gezag over minderjarige.
Moeder op verschillende gronden niet-ontvankelijk verklaard met haar verzoek om de verklaring voor recht dat de uithuisplaatsing van de minderjarige in strijd met de wet is.
Onvoldoende gebleken van gronden die een ondertoezichtstelling en een uithuisplaatsing rechtvaardigen; niet gebleken dat hulpverlening in een vrijwillig kader heeft gefaald dan wel zal falen.
ots / problematiek omgang
Familierecht. Gedwongen ontheffing ouder van gezag over kind op de voet van art. 1:268 lid 2 onder a BW. (art. 81 RO)
Familierecht. Verzoek tot ontheffing uit ouderlijk gezag; art. 1:268 lid 2, onder a, jo. art. 1:254 lid 1 BW. (81 RO)
Dochter is uit huis geplaatst en moeder heeft bevestigd niet voor de dochter te kunnen zorgen. In het kader van het hoger beroep van vader tegen de uithuisplaatsing kan niet in deze procedure worden bewerkstelligd dat de dochter bij vader wordt geplaatst.
Dochter uit huis geplaatst. Moeder wenst met het door haar daartegen ingestelde hoger beroep te bereiken dat de dochter bij vader wordt geplaatst, hetgeen evenwel niet in deze procedure bewerkstelligd kan worden. Ten overvloede: uithuisplaatsing in pleeggezin is in belang van het
Ondertoezichtstelling: Hof maakt onderscheid in de omstandigheden waarin de kinderen verkeren. Het gaat om vijf kinderen. Slechts ten aanzien van één kind blijkt de ondertoezichtstelling gerechtvaardigd.
Ontheffing van de moeder van het ouderlijk gezag over de minderjarigen.
Ontheffing van het ouderlijk gezag van de moeder over de minderjarigen/ horen van minderjarigen en processuele onbekwaamheid van minderjarigen en de procespositie van hun advocaat.
Uithuisplaatsing. Gelijktijdige terugplaatsing van de twee minderjarigen in dit geval te risicovol.
Ontheffing van de moeder en de vader van het ouderlijk gezag over de minderjarige.
Opheffing ondertoezichtstelling en intrekking machtiging uithuisplaatsing, omdat er voldoende waarborgen zijn dat de hulpverlening in het vrijwillig kader kans van slagen heeft.