Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Burgerlijk Wetboek

Art. 1:253 BW

Genoemd in 21 uitspraken · Officiële wettekst

21 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live

ECLI:NL:PHR:2018:113 31 × geciteerd
Parket bij de Hoge Raad · 02-02-2018 · Civiel recht; Personen- en familierecht

Prejudiciële vragen (art. 392 Rv). Personen- en familierecht; procesrecht. Begrip belanghebbende in art. 798 lid 1, eerste volzin, Rv en art. 806 lid 1 Rv bij beëindiging van door ouders gezamenlijk uitgeoefend ouderlijk gezag (art. 1:266 BW). Mogelijkheid van principaal en incid

ECLI:NL:GHSHE:2021:2985 1 × geciteerd
Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 30-09-2021 · Civiel recht; Personen- en familierecht

artikel 1:253a BW. De verzoeken betreffen kwesties die de verzorging en opvoeding van de kinderen weliswaar raken, maar het betreffen praktische, concrete aangelegenheden. Het systeem van de wet biedt geen wettelijke grondslag om op de verzoeken te beslissen.

Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 07-07-2022 · Civiel recht; Personen- en familierecht

Hoofdverblijf Zorgregeling Raadsonderzoek

Rechtbank Maastricht · 11-04-2011 · Civiel recht; Personen- en familierecht

Wettelijke criteria voor ambtshalve toewijzing van gezag aan inmiddels gezagsbevoegd geworden moeder na overlijden van de voogd.

Gerechtshof 's-Gravenhage · 15-11-2006 · Civiel recht; Personen- en familierecht

Gezagskwestie. Gezamenlijk gezag door huwelijk. Eenhoofdig gezag aan moeder. Recht op omgang voor onbepaalde tijd ontzegd. Verdere verdeling van gemeenschap van goederen.

Gerechtshof Arnhem · 17-01-2006 · Civiel recht; Personen- en familierecht

Verzoek om gezamenlijk gezag als bedoeld in art 1: 253c lid 3 BW moet volgens appellant worden ingediend bij de kantonrechter en niet bij de rechtbank. Hof oordeelt dat dit een kwestie is van sectorcompetentie die niet afdoet aan absolute competentie van de rechtbank.

Gerechtshof 's-Gravenhage · 06-10-2004 · Civiel recht; Personen- en familierecht

Nu het kind diens gewone verblijfplaats in Nederland heeft en het hof derhalve bevoegdheid toekomt inzake van dit geschil, dient het uit te gaan van de gezagsverhouding die van rechtswege voortvloeit uit het Turkse recht. Voorts zal het hof bij de beoordeling van de vraag wie het