Internationale kinderontvoering - bezwaarschrift tegen een besluit van de Centrale Autoriteit om de behandeling van een verzoek te staken - artikel 6 lid 2 Uitvoeringswet.
Burgerlijk Wetboek
Art. 1:252 BW
Genoemd in 98 uitspraken · Officiële wettekst
98 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 2 · live
Beslissing na verwijzing Hoge Raad (LJN AV0656). Gezamenlijk gezag na niet huwelijkse samenleving. Artikel 6 EVRM en artikel 1:253c BW.
Voor het antwoord op de vraag of een minderjarige onder toezicht moet worden gesteld, dient te worden beoordeeld of deze minderjarige zodanig opgroeit, dat haar zedelijke of geestelijke belangen of haar gezondheid ernstig worden bedreigd, en andere middelen ter afwending van deze
Kantonrechter beslist dat het in artikel 1.252 BW verwoorde vereiste, dat een verzoek om aantekening van de gezamenlijke ouderlijke macht over een buiten huwelijk geboren kind, alleen door beide ouders gezamenlijk kan worden gedaan, niet in strijd is met het bepaalde in artikel 8
kantonzaak; verzoek wijziging gezagsvoorziening na adoptie door kantonrechter opgevat als verzoek tot gezamenlijk gezag; griffier gelast van dit gemeenschappelijk verzoek aantekening te maken in gezagsregister.
De in art. 1:252 BW getroffen regeling tot vestiging van gezamenlijk ouderlijk gezag van ouders die niet met elkaar zijn gehuwd verdraagt niet dat daarin, met een beroep op art. 8 EVRM, wordt geintroduceerd de mogelijkheid van vervangende toestemming door de rechter in het geval
Het in art. 8 EVRM besloten recht op eerbiediging van family life brengt met zich mee dat ook een niet gezagdragende ouder die niet gehuwd is of is geweest met de wel gezagdragende ouder, zich steeds zelfstandig tot de (kanton)rechter moet kunnen wenden indien hij gezamenlijk gez
Hof Den Bosch, 13 januari 2004, R200300705 Art. 1:252 BW, verzoek door een van de ongehuwde ouders tot gezamenlijk gezag Uit de inmiddels verbroken relatie van partijen is een kind geboren. De vader heeft in eerste aanleg verzocht om partijen met het gezamenlijk gezag over dit ki
Bij voormelde tussenbeschikking is aan de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad) verzocht een onderzoek in te stellen naar de vraag of het verzoek van [verzoeker] tot gezagswijziging in het belang van [A.] wenselijk is. Tevens is een omgangsregeling tussen [verzoeker] e
-