Bevoegdheid Nederlandse rechter in gezagskwestie; art. 10 Brussel II bis; er is sprake van ongeoorloofde overbrenging van de kinderen naar Duitsland door de moeder. Geen reden om art. 15 Brussel II bis toe te passen. Beëindiging gezamenlijk gezag en toekenning eenhoofdig gezag aa
Burgerlijk Wetboek
Art. 1:251 BW
Genoemd in 281 uitspraken · Officiële wettekst
281 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 11 · live
Gezagskwestie. Gezamenlijk gezag door huwelijk. Eenhoofdig gezag aan moeder. Recht op omgang voor onbepaalde tijd ontzegd. Verdere verdeling van gemeenschap van goederen.
Familierecht. Geschil tussen voormalige echtelieden over wijziging van een bij kinderconvenant naast co-ouderschap (nader) bepaalde omgangsregeling tussen de vader en zijn kinderen (81 RO).
Voortzetting gezamenlijk gezag na echtscheidin in dit geval niet in het belang van de minderjarige. Omgang voor de duur van 1 jaar ontzegd: de spanningen zijn te hoog opgelopen.
Kort voor het indienen van het verzoek tot eenhoofdig gezag heeft de man het finale scheidingsconvenant ondertekend waarin onder meer is bepaald dat de man en de vrouw gezamenlijk het gezag over hun kinderen zullen uitoefenen. De opstelling van de man in deze procedure om alleen
Door het huwelijk ontstaat gezamenlijk gezag, terwijl het gezag voor dat huwelijk alleen bij de moeder berustte. Geen informatieplicht opgelegd wegens in het verleden gepleegd excessief geweld.
Artikel 35 Wet IB64; aftrekbare kosten; aanslag vermogensbelasting voldaan door ouder van minderjarig kind. Artikel 7:15 Awb; kosten bezwaarfase.
Geschil tussen voormalig echtelieden over de wijziging van het gezamenlijk ouderlijk gezag over hun minderjarige kinderen in ouderlijk gezag van de moeder en over de stopzetting van de eerder vastgestelde omgangsregeling tussen de vader en de kinderen; geen definitieve ontzegging
Geschil tussen voormalig echtelieden over de wijziging van het gezamenlijk ouderlijk gezag over hun minderjarige kinderen in ouderlijk gezag van de moeder en over de stopzetting van de eerder vastgestelde omgangsregeling tussen de vader en de kinderen; geen definitieve ontzegging
Tussen de man en de vrouw wordt echtscheiding uitgesproken. Vóór het huwelijk van partijen zijn 3 kinderen geboren. Vast staat dat de man niet de biologische vader is van de twee oudste kinderen, maar wel van het jongste kind. De man heeft het oudste kind erkend op 10 april 1997
Van rechtswege gezamenlijk gezag over ekend voorkind door huwelijk.
[...] 2.1. Het verzoek van de man zoals dat thans luidt strekt tot echtscheiding met nevenvoorzieningen tot: a. voor recht te verklaren dat, ook al woont [minderjarige] thans in Schotland, partijen gezamenlijk het gezag blijven uitoefenen; b. bepaling dat de minderjarige [minderj
Omgangsregeling bij gezamenlijk gezag. Belang van kind kan tot beëindiging van omgangsregeling leiden.
De man heeft gesteld dat de vrouw onrechtmatig heeft gehandeld: a) door zich welbewust te onttrekken aan door de rechter vastgestelde omgangsregelingen, b) doordat zij eenzijdig, zonder overleg met hem, met de therapeute een overeenkomst tot onderzoek en behandeling van de dochte
1. Redelijke termijn en betekening verstekmededeling. 2. Verjaring: ambtshalve geconstateerd. Ad 1. Van overschrijding van de redelijke termijn kan sprake zijn indien ex art. 366 Sv een verstekmededeling dient te worden betekend en het OM bij die betekening niet de nodige voortva
Gezag De enkele omstandigheid dat de vrouw geen contact meer wenst met de man is onvoldoende om aan te nemen dat bij voortduring van het gezamenlijk gezag een onaanvaardbaar risico bestaat dat het kind klem of verloren zal raken tussen de man en de vrouw. Omgang In haar hoger ber
18 maart 2005 Eerste Kamer Rek.nr. R04/047HR JMH Hoge Raad der Nederlanden Beschikking in de zaak van: [De moeder], wonende te [woonplaats], VERZOEKSTER tot cassatie, advocaat: mr. J. Groen, t e g e n [De vader], wonende te [woonplaats], VERWEERDER in cassatie, niet verschenen. 1
Gezamenlijk gezag, gewone verblijfplaats bij de vader. Het is de vader niet toegestaan om zonder instemming van de moeder met de minderjarige Nederland te verlaten en zich elders te vestigen.
Sterke juridische positie van biologische ouders ten opzichte van derden. Bevel aan wensouders tot afgifte van minderjarige (thans 14 maanden oud) aan biologische ouders.
Verzoek een ouder tot herstel van gezamenlijk gezag in afwijking van art 253o lid 1 BW en anticiperend op wetswijziging wel ontvankelijk geacht.
Onvoldoende zwaarwegende redenen om af te wijken van het in artikel 1:251 lid 2 BW geformuleerde uitgangspunt van gezamenlijk gezag. Ontoereikend is de bij de ouders levende opvatting dat het belang van de kinderen het best wordt gediend door eenhoofdig gezag uit te oefenen door
3.4 De vrouw stelt dat krachtens artikel 7 van het verdrag maatregelen, genomen door de autoriteiten die krachtens de voorgaande artikelen van het verdrag bevoegd zijn, in alle staten dienen te worden erkend en dat als gevolg daarvan de Turkse voogdijuitspraken in Nederland diene
Verzoek om alsnog gezamenlijk met het gezag te worden belast kan slechts van beide ouders afkomstig zijn ( artikel 253 o, eerste lid, tweede volzin Boek 1 BW). Deze regeling is naar het het oordeel van het hof een ontoelaatbare inmenging in het famile- en gezinsleven en levert mi
de rechtbank is van oordeel dat artikel 1:251a BW een informeel karakter heeft en dat, ten aanzien van de ontvankelijkheid van de minderjarige in zijn verzoek, een formele opstelling van de rechtbank niet strookt met de informele weg die de wet de minderjarige biedt om de rechter
-