De wijziging van omstandigheden in artikel 1:253n BW: de scheiding en het gegeven dat nadien is gebleken dat overleg niet mogelijk, dan wel uiterst lastig is, vormen een wijziging van omstandigheden als hier bedoeld.
Burgerlijk Wetboek
Art. 1:251 BW
Genoemd in 281 uitspraken · Officiële wettekst
281 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 4 · live
Ontvankelijkheid van verzoek tot echtscheiding en ouderschapsplan. Het hof stelt in hoger beroep vast dat de ouders hun verantwoordelijkheid van de kinderen gezamenlijk nemen en spreekt alsnog de echtscheiding uit.
Personen- en familierecht. Omgangsrecht; niet-nakoming omgangsregeling vormt in het onderhavige geval grond voor een gezagswijziging op de voet van art. 1:251a BW; voor een dergelijke gezagswijziging is echter slechts plaats indien hetzij (het onaanvaardbare risico bestaat dat) h
Familierecht. Geschil tussen voormalige echtelieden over wijziging van gezamenlijk ouderlijk gezag in eenhoofdig gezag over minderjarige kinderen (81 RO).
Gezag en kinderbijdrage.
Gezamenlijk gezag bij erkenning kind gedurende het huwelijk.
Familierecht; geschil tussen voormalige levenspartners over een omgangsregeling en gezamenlijk gezag over door vader erkend minderjarig kind; wenselijkheid gezamenlijke gezagsuitoefening als bedoeld art. 1:253c lid 2 BW, maatstaf; ten onrechte gepasseerde bezwaren; motiveringseis
Familierecht; geschil tussen voormalige levenspartners over gezamenlijk gezag over door vader erkend minderjarig kind (81 RO).
Art 1:253o BW, wijziging eenouder gezag in gezamenlijk gezag; in casu oordeelt het hof dat er sprake is van onjuiste/onvolledige gegevens in de beschikking waarvan wijziging wordt verzocht omdat de rechter bij het toekennen van eenhoofdig gezag bij de echtscheiding niet heeft ond
Familierecht. Gezamenlijk ouderlijk gezag na echtscheiding; toekenning van eenhoofdig gezag; belang van het kind, (communicatie)problemen tussen ouders, onbegrijpelijk oordeel. Cassatie; Borgersbrief, terzijdestelling wegens termijnoverschrijding van art. 44 lid 3 Rv.
Uithuisplaatsing van minderjarige bij andere ouder met gezag; Jeugdzorg ontvankelijk in verzoek om machtiging daartoe.
Vereist is dat de ouders feitelijk in staat zijn tot een behoorlijke gezagsuitoefening, het kind niet klem of verloren raakt tussen de ouders. i.c. geen sprake omdat de vrouw, na eenzijdig in de omgang tussen de man en kind te hebben beëindigd, in weerwil van een rechterlijke uit
Familierecht. Voortduring gezamenlijk gezag; voorwaarden (HR 19 april 2002, nr. R01/079, NJ 2002, 458); toekenning gezag aan een ouder; belang van het kind; Wijziging gezag van één ouder; vereisten art. 1:253o BW.
Antillenzaak. Afwijzing verzoek vader tot gezamenlijk gezag na echtscheiding op grond van art. 1:251 BWNA, dat eensluidend verzoek vereist, in strijd met art. 6 en 8 EVRM?; bescherming recht op gezinsleven en toegang tot de rechter; vgl. HR 27 mei 2005, nr. R04/088, NJ 2005, 485
Familierecht. Verzoek man na door echtscheiding ontbonden huwelijk tot (herstel van) gezamenlijk ouderlijk gezag; toegang tot de rechter, in art. 1:253o lid 1 BW gestelde eis van gezamenlijk verzoek in strijd met art. 6 lid 1 en art. 8 lid 1 EVRM; belang van het kind; maatstaven.
Familierecht. Verzoek tot wijziging kinderalimentatie; enkele feit dat onderhoudsplichtige zich door te gaan samenleven met een nieuwe partner in een nieuwe gezinssituatie heeft begeven onvoldoende reden voor verlaging kinderalimentatie
gezag, hoofdverblijfplaats, omgangsregeling via webcam-contact. De enkele omstandigheid dat de ouders ver van elkaar vandaan wonen en zij niet goed met elkaar kunnen communiceren ten gevolge van de nog steeds tussen hen bestaande spanningen, is – in lijn met vaste rechtspraak op
Eigen rechtsingang van minderjarige legt het hof ruim uit en geldt niet alleen in het kader van een echtscheidingsprocedure van de ouders.
Verzoek van de vrouw, als zodanig door de man weersproken, strekkende tot wijziging van het door hen in maart 2005 gesloten convenant, in die zin dat zij alleen wordt belast met het eenhoofdig gezag over de mj kinderen en dat de man ieder recht op omgang met de mj kinderen wordt
Bevoegdheid Nederlandse rechter in gezagskwestie; art. 10 Brussel II bis; er is sprake van ongeoorloofde overbrenging van de kinderen naar Duitsland door de moeder. Geen reden om art. 15 Brussel II bis toe te passen. Beëindiging gezamenlijk gezag en toekenning eenhoofdig gezag aa
Familierecht. Geschil tussen voormalige echtelieden over wijziging van een bij kinderconvenant naast co-ouderschap (nader) bepaalde omgangsregeling tussen de vader en zijn kinderen (81 RO).
Voortzetting gezamenlijk gezag na echtscheidin in dit geval niet in het belang van de minderjarige. Omgang voor de duur van 1 jaar ontzegd: de spanningen zijn te hoog opgelopen.
Kort voor het indienen van het verzoek tot eenhoofdig gezag heeft de man het finale scheidingsconvenant ondertekend waarin onder meer is bepaald dat de man en de vrouw gezamenlijk het gezag over hun kinderen zullen uitoefenen. De opstelling van de man in deze procedure om alleen
Geschil tussen voormalig echtelieden over de wijziging van het gezamenlijk ouderlijk gezag over hun minderjarige kinderen in ouderlijk gezag van de moeder en over de stopzetting van de eerder vastgestelde omgangsregeling tussen de vader en de kinderen; geen definitieve ontzegging
Geschil tussen voormalig echtelieden over de wijziging van het gezamenlijk ouderlijk gezag over hun minderjarige kinderen in ouderlijk gezag van de moeder en over de stopzetting van de eerder vastgestelde omgangsregeling tussen de vader en de kinderen; geen definitieve ontzegging