Ondertoezichtstelling, machtiging uithuisplaats. Ondertoezichtstelling wordt voor kortere duur verlengd, zodat moeder kan laten zien dat haar opvoedsituatie inderdaad is verbeterd. Machtiging uithuisplaatsing is drie maanden niet ten uitvoer gelegd en is daarmee komen te vervalle
Burgerlijk Wetboek
Art. 1:247 BW
Genoemd in 3.440 uitspraken · Officiële wettekst
3.440 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 4 · live
Artikel 1:266 BW; gezagsbeëindiging; aanvaardbare termijn verstreken; zorgen over psychische stabiliteit ouder niet voldoende weggenomen; afwijzing verzoek tot contra-expertise; nader onderzoek strijdig met belang van de minderjarige, die al zeven jaar in hetzelfde pleeggezin ver
Afwijzing verzoek tot beëindiging ouderlijk gezag
Beëindiging gezag op grond van artikel 1:266 BW.
Gezagsbeëindiging, jong kind. Artikelen: 1:266 lid 1 BW, 1:267 lid 1 BW
Beëindiging van het gezag van de vader. De vader kampt met persoonlijke problematiek. Zijn (dreigende) houding en onverwachte bezoeken leiden tot gevoelens van onveiligheid bij de minderjarige. Dit heeft zich bij de minderjarige geuit in ernstige gedragsproblematiek. Hulpverlenin
Bekrachtiging ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing, afwijzing verzoek contra-expertise 810a Rv.
Gezagsbeëindiging in hoger beroep alsnog afgewezen na afweging aanvaardbare termijn en het belang van het kind om in het gezin van haar biologische moeder op te groeien.
Ambtshalve gezagsbeëindiging op de voet van artikel 1:266 BW na doorgeleiding beoordelingsvraag GI (artikel 1:267 lid 2 BW). GI niet gelijk te stellen aan verzoeker, GI geen belanghebbende. Gbm bekrachtigd.
Afwijzen beëindiging ouderlijk gezag, verlenging ondertoezichtstelling en verlenging machtiging tot uithuisplaatsing
Ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing.
Verlenging ondertoezichtstelling. Bestreden beschikking bekrachtigd.
Verzoek machtiging uithuisplaatsing bij de vader wordt afgewezen alhoewel de thuissituatie bij de vader beter is dan bij de moeder. Nu de GI inzet op een co-ouderschap is de uithuisplaatsing blijkbaar niet noodzakelijk.
Op grond van artikel 362 jo 283 en 130 van het wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering vader ontvankelijk in zijn aanvullende verzoek in hoger beroep. Artikel 1:277 BW, vader onvoldoende onderbouwd dat herstel in het gezag in het belang van de minderjarige is. Onvoldoende concre
Beëindiging gezag. 1:266 BW. Niet voldaan aan gronden voor beëindiging. Subsidiaire verzoek tot ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing toegewezen.
Gezag beëindiging op grond van art. 1:266 lid 2 BW. Baby met ernstig lichamelijk letsel na mishandeling. Misbruik van gezag door beide ouders door nalaten medische hulp in te roepen.
Gezagsbeëindiging. Niet voldaan aan de vereisten artikel 1:266 BW en artikel 8 EVRM. Gezagsbeëindiging is niet per se noodzakelijk om duidelijkheid over het toekomstperspectief van de minderjarige te bewerkstelligen. De ouders werken goed mee met de hulpverlening en belemmeren de
Verlenging ondertoezichtstelling en machtiging uithuisplaatsing met drie maanden zonder partijen te horen. Schending hoor en wederhoor blijft zonder gevolgen gelet op de 'corona-crisis'.
Afwijzing gezagsbeëindiging van de moeder.
Verzoeken van de raad tot gezagsbeëindiging, dan wel ondertoezichtstelling afgewezen.
Inbreuk op 8 EVRM als geen verlengingsverzoek is gevraagd aan de Raad zoals art. 1:265j lid 3 BW voorschrijft als OTS en MUHP al twee jaar duurt. Kan de GI aan haar onwelgevallige afwijzing van het verzoek een MUHP toch te verlengen omzeilen, door na de uitspraak een herhaald ver
beëindiging gezag
Het gezag van de vader over de kinderen wordt beëindigd. Hij is veroordeeld voor poging tot moord op de kinderen door brand te stichten in de woning waarin zij lagen te slapen. De kinderen worden onder toezicht gesteld.
Het hof acht de onbetwist biologische vader die niet-juridisch ouder is nu hij de kinderen niet heeft erkend, op grond van zijn family life niet-ontvankelijk inzake de ondertoezichtstelling maar ontvankelijk inzake de machtiging uithuisplaatsing omdat de uithuisplaatsing een rech
Gezagsbeëindiging en benoeming van de pleegvader tot voogd in plaats van de GI. Artikel 1:266 en 1:299 BW. Nu de pleegvader al sinds oktober 2016 voor de kinderen zorgt en zowel de raad als de GI van mening zijn dat de kinderen daar op hun plek zitten en er geen enkele indicatie