1e OTS 12 mnd en MUHP vader 3 mnd, restant aangehouden. GIA betrokken bij moeder. GI verzocht MASIC af te nemen.
Burgerlijk Wetboek
Art. 1:247 BW
Genoemd in 3.440 uitspraken · Officiële wettekst
3.440 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 34 · live
Gezagsbeeïndiging. Minderjarige is sinds de geboorte uithuisgeplaatst. Thuisplaatsing bij de ouders is niet mogelijk gebleken. Ondanks inzet hulpverlening naar aanleiding van eerder deskundigenonderzoek op last van de rechtbank worden cruciale vragen naar opvoedcapaciteiten, vold
gezagsbeëindiging
beschikking van de meervoudige kamer over gezagsbeëindiging. De moeder is vanwege haar eigen problematiek niet in staat is beslissingen te nemen in het belang van de minderjarigen en kan niet inschatten wat passend is bij hun huidige belevingswereld en behoeftes.
Beëindiging ouderlijk gezag.
Tijdens de mondelinge behandeling in kort geding spreekt de voorzieningenrechter mondeling het ter zitting gedane verzoek van de Raad voor de Kinderbescherming voor een ondertoezichtstelling uit.” Alle vorderingen van partijen in kort geding over de zorgregeling en een gevorderd
Verlenging ondertoezichtstelling. De GI probeert met man en macht om de minderjarigen hulp te bieden, maar loopt tegen weerstand van de ouders, in het bijzonder van de vader, aan op de invulling hiervan. De focus van de ondertoezichtstelling ligt nog steeds op de conflicten tusse
Ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing van de minderjarige vanwege mogelijk risico op eergerelateerd geweld.
Verlenging ondertoezichtstelling
Verzoek tot ondertoezichtstelling
Ondertoezichtstelling
Ambtshalve beëindiging van het gezag van de moeder op grond van artikel 1:267, tweede lid, BW. De rechtbank is na toetsing aan artikel 1:266, eerste lid, BW en artikel 8 EVRM van oordeel dat de beëindiging van het ouderlijk gezag noodzakelijk is.
Verlenging ondertoezichtstelling. Hulpverlening in het dwingende kader is noodzakelijk ter afwending van de ontwikkelingsbedreiging. Het hof ziet geen aanleiding om de verlenging van de ondertoezichtstelling in duur te beperken.
Beschikking betreffende een verzoek tot een voorlopige ondertoezichtstelling en een (spoed)machtiging tot uithuisplaatsing. Spoedbeslissing wordt niet herroepen. De Nederlandse rechter komt rechtsmacht toe en Nederlands recht moet worden toegepast (IPR). Resterende deel van het
Het perspectief van de minderjarige ligt niet meer bij een van de ouders. Het gezag van de moeder is eerder door de rechtbank beëindigd. De kinderrechter stelt vast dat de vader geen uitvoering wil geven aan het gezag over de minderjarige en niet in staat is het gezag over de min
Gezagsbeëindigende maatregel toegewezen. Meervoudige kamer.
Het hof is, anders dan de rechtbank, van oordeel dat er wel sprake is van een (ernstige) ontwikkelingsbedreiging. Het hof ziet echter niet in wat er, anders dan alle hulp die in de afgelopen jaren is ingezet in het kader van de achtereenvolgende ondertoezichtstellingen, nog kan w
Ondertoezichtstelling
Ondertoezichtstelling
Restant 1e OTS, OTS verlengd voor resterende duur.
Verzoek om een ondertoezichtstelling door ouder afgewezen - niet is komen vast te staan dat er sprake is van een ontwikkelingsbedreiging - de Raad ziet geen aanleiding voor een verzoek om een (voorlopige) ondertoezichtstelling en ook hulpverleningsinstanties hebben zich niet met
Eerste ondertoezichtstelling
Verzoek GI ex art. 1:267 lid 2 BW jo art. 1:266 lid 1 BW. GI en de Raad verschillen van mening over de vraag of een gezagsbeëindigende maatregel voor beide ouders op zijn plaats is. De rechtbank beëindigt het gezag van de ouders. De aanvaardbare termijn is verstreken. Minderjarig
Beschikking betreffende het verzoek tot een ondertoezichtstelling van een ongeboren baby. Het ongeboren kind wordt als reeds geboren aangemerkt, nu zijn/haar belang dit vordert. Verzoek is toegewezen.
Verl. OTS en 1e MUHP (na PGJ).