Prejudiciële vragen (art. 392 Rv). Personen- en familierecht; procesrecht. Begrip belanghebbende in art. 798 lid 1, eerste volzin, Rv en art. 806 lid 1 Rv bij beëindiging van door ouders gezamenlijk uitgeoefend ouderlijk gezag (art. 1:266 BW). Mogelijkheid van principaal en incid
Burgerlijk Wetboek
Art. 1:245 BW
Genoemd in 108 uitspraken · Officiële wettekst
108 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Personen- en familierecht. Beëindiging ouderlijk gezag (art. 1:266 BW). Processuele positie van de niet met ouderlijk gezag beklede ouder. Begrip belanghebbende in art. 798 lid 1, eerste volzin, Rv. Begrip ‘ouder’ in art. 798 lid 1, tweede volzin, Rv. Recht op contra-expertise va
Artikelen 1:253t van het Burgerlijk Wetboek (BW) juncto 1:245, vijfde lid BW; Analoge toepassing van het bepaalde in artikel 1:253t BW bij het toekennen van gezamenlijk ouderlijk gezag aan de oma (met gezag) en de stiefopa.
Art. 81 lid 1 RO. Personen- en familierecht. Gezag en omgangsregeling. Procedure na verwijzing HR 8 juli 2016, ECLI:NL:HR:2016:1510. Had hof verzoek om deskundigenonderzoek moeten inwilligen? Art. 810a lid 2 Rv. Motiveringsklachten. Samenhang met zaak 18/01168.
“Meemoeder” geen juridische ouder van de minderjarigen. Artikel 815, lid 2, sub a, Rv derhalve niet van toepassing. Het bepaalde sub b wel. Het gezamenlijk gezag van een ouder en een ander die niet de ouder is, houdt na echtscheiding niet van rechtswege op te bestaan.
Uithuisplaatsing kinderen i.v.m. onrustige en onveilige opvoedingssituatie als gevolg van onder meer huiselijk geweld. Onderzoek naar schade in de (sociaal-emotionele) ontwikkeling van de kinderen is inmiddels aangevangen.
ontbinding geregistreerd partnerschap, nevenvoorzieningen, minderjarige kinderen