Prejudiciële vragen (art. 392 Rv). Personen- en familierecht; procesrecht. Begrip belanghebbende in art. 798 lid 1, eerste volzin, Rv en art. 806 lid 1 Rv bij beëindiging van door ouders gezamenlijk uitgeoefend ouderlijk gezag (art. 1:266 BW). Mogelijkheid van principaal en incid
Burgerlijk Wetboek
Art. 1:245 BW
Genoemd in 108 uitspraken · Officiële wettekst
108 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Personen- en familierecht. Ondertoezichtstelling. Heeft minderjarige recht op inzage en afschrift van processtukken in procedure met betrekking tot zijn ondertoezichtstelling? Positie minderjarige als belanghebbende in de zin van art. 798 Rv. Art. 811 lid 1 aanhef en onder d Rv.
Personen- en familierecht. Beëindiging ouderlijk gezag (art. 1:266 BW). Processuele positie van de niet met ouderlijk gezag beklede ouder. Begrip belanghebbende in art. 798 lid 1, eerste volzin, Rv. Begrip ‘ouder’ in art. 798 lid 1, tweede volzin, Rv. Recht op contra-expertise va
Prejudiciële vragen (art. 392 Rv). Moet gerecht op verzoek inzage geven in of afschriften verstrekken van stukken uit dossier van afgesloten civiele familie- en jeugdprocedures? Art. 29, 194 e.v., 290 en 811 Rv; art. 15 AVG. Positieve verplichting (art. 8 EVRM); rechtsvormende ta
Personen- en familierecht. Bevel terugverhuizing; HR 15 oktober 2021, ECLI:NL:HR:2021:1513.
1:265c lid 3 BW; art. 8 EVRM. De machtiging uithuisplaatsing is vervallen doordat zij niet ten uitvoer is gelegd. De moeder heeft geen belang bij haar hoger beroep tegen die machtiging omdat zij geen zodanig bijzondere omstandigheden heeft gesteld die maken dat inbreuk is gemaakt
Vordering tegen de Staat op grond van onrechtmatig handelen door de rechtspraak (eiseres heeft ter gelegenheid van comparitie deze grondslag laten vallen), de Raad voor de Kinderbescherming en het Openbaar Ministerie. Eiseres is gelet op het bepaalde in artikel 1:245 lid 4 BW als
Moeder stelt q.q., als wettelijk vertegenwoordiger van minderjarige zoon, hoger beroep in zonder machtiging van kantonrechter als bedoeld in artikel 1:253k BW in verband met artikel 1:349 lid 1 BW. De zoon wordt tussen het moment van uitbrengen van de appeldagvaarding en het mome
Verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 jaren wegens het meermalen verkrachten van zijn stiefdochter. Daarnaast wordt aan hem een gedragsbeperkende maatregel, inhoudende een contactverbod, opgelegd.
Personen- en familierecht. Relatievermogensrecht. Samenlevers met kinderen. Verschillende (samenlevings)contracten. Bijdrage uit eigen middelen door man bij verkrijging gezamenlijke woning (eenvoudige gemeenschap); vorderingsrecht op de vrouw voor de helft van bijdrage; overeenko
-
Vonnis in kort geding. Misbruik ouderlijk gezag (3:13 BW). Moeder niet-ontvankelijk verklaard. Moeder kan niet namens de minderjarige op deze wijze opkomen tegen beslissingen die de vader over de minderjarige neemt. Op grond van artikel 1:245 lid 4 BW heeft het ouderlijk gezag on
De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich in een periode van ruim vijf jaar schuldig heeft gemaakt aan het plegen van ontuchtige handelingen bij zijn (stief)kleindochter, die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van haar lichaam. Het misbruik beg
Veroordeling van een 53-jarige man voor het plegen van ontuchtige handelingen bij zijn destijds 13-jarige achternichtje tijdens een spooktocht. Verdachte heeft het slachtoffer een zoen op haar mond gegeven, zijn tong in haar mond geduwd en haar borsten en billen (over de kleding
De rechtbank veroordeelt verdachte wegens het plegen van ontuchtige handelingen buiten echt met iemand beneden de zestien jaren tot een onvoorwaardelijke taakstraf voor de duur van 180 uren.
Ex-partner vordert namens haar kinderen de afgifte van de asbus en zegelring van hun overleden vader. Asbus en zegelring zijn door uitvaartonderneming aan zus van overledene afgegeven omdat zij opdrachtgeefster van de uitvaart was. De vordering tot afgifte van de asbus wordt toeg
Gedaagde is de wettelijke vertegenwoordiger van de minderjarige. Hij wordt als wettelijke vertegenwoordiger veroordeeld tot betaling van de vordering.
Naamskeuze door (biologische) vader mogelijk na overlijden moeder en vervangende toestemming tot erkenning? Voogd als belanghebbende. Artikel 1:5 lid 9 BW in combinatie met lid 2. De betekenis van de term ‘ouder’ in lid 9. Hof oordeelt anders dan in ECLI:NL:GHARL:2014:5739 op gro
De rechtbank veroordeelt verdachte voor vier bedreigingen gericht tegen familieleden en hulpverleners en twee brandstichtingen (autobranden) tot een gevangenisstraf van 435 dagen. Daarnaast legt de rechtbank verdachte de (gemaximeerde) tbs-maatregel met voorwaarden op en de gedra
De rechtbank veroordeelt een man tot een gevangenisstraf van 6 maanden voor het plegen van ontuchtige handelingen (die mede bestaan uit het seksueel binnendringen) bij de 12-jarige dochter van zijn toenmalige vriendin. De rechtbank acht het door de verdediging geschetste alternat
Machtiging uithuisplaatsing, plaatsing bij de vader. Nu er een beschikking is waarin het hoofdverblijf van de mj bij de vader is bepaald, wordt de machtiging uithuisplaatsing niet meer ten uitvoer gelegd. Rechtmatigheidstoets verleende machtiging. Verzoek onderzoek op grond van a
Eiseres vordert om gedaagde te veroordelen tot afgifte van een pony. Naar voorshands oordeel van de voorzieningenrechter kwalificeert de overeenkomst die partijen gesloten hebben als een bruikleenovereenkomst (artikel 7A:1777 BW) die voor onbepaalde tijd is gesloten. De overeenko
Art. 1:234 BW, 1:245 lid 4 en 1:250 BW; Art. 6, 8 en 13 EVRM; art. 7, 8 en 47 Handvest; art. 14 BuPo; art. 12 lid 2 VRK; art. 94 Gw; art. 8 en 79 AVG; art. 8:21 lid 2 Awb; Hoger beroep; Kan een 17-jarige een vordering instellen bij de civiele rechter op grond van schending van he
Eiseres is een uitbater van drie espressobars in Den Haag, Leiden en Leidschendam. Gedaagden, waaronder voormalig werknemers van eiseres, hebben publieke uitlatingen gedaan over eiseres. De strekking van die uitlatingen is dat eiseres haar (voormalig) werknemers te weinig betaalt
Veroordeling van een 58-jarige man voor het plegen van ontuchtige handelingen bij de destijds twaalfjarige dochter van zijn vriendin. De ontuchtige handelingen bestonden uit het betasten van haar (blote) billen. De rechtbank rekent het de man aan dat hij geen verantwoordelijkheid