Kinderalimentatie; Verdeling draagkracht over vier kinderen uit twee verschillende relaties.
Burgerlijk Wetboek
Art. 1:207 BW
Genoemd in 360 uitspraken · Officiële wettekst
360 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 14 · live
Veroordeling van partijen in de kosten van het DNA-onderzoek dat door de rechtbank is gelast in het kader van gerechtelijke vaststelling van het vaderschap. Afwijzing van het verzoek tot vaststelling van de geslachtsnaam van de minderjarige.
Familierecht. Betwisting van afstamming; staat (niet) overeenkomstig de geboorteakte (art. 1:209 BW); afwijzing verzoek tot gegrondverklaring van de betwisting van afstamming in strijd met art. 8 EVRM?
Inroeping van staat (art. 1:211 BW) + gerechtelijke vaststelling vaderschap / toegewezen
Onwettig kind vordert na gerechtelijke vaststelling van het vaderschap in 2005 haar deel in de nalatenschap van haar in 1982 overleden vader. In dit vonnis wordt het volgende beslist: 1. Het beroep op de legitieme is tijdig gedaan, hoewel de gerechtelijke vaststelling van het vad
Verzoek tot gerechtelijke vaststelling van het vaderschap door de moeder van het kind. De kosten van het DNA-onderzoek in het kader van dit verzoek komen voor rekening van de man, indien komt vast te staan dat hij de verwekker van het kind is, nu hij het verwekkerschap onvoldoend
Voorop wordt gesteld dat het in deze zaak niet gaat om de gerechtelijke vaststelling van het vaderschap in de zin van art. 1:207 BW, maar om de vraag of appellant onrechtmatig jegens geïntimeerde heeft gehandeld door te weigeren om vrijwillig mee te werken aan een DNA-onderzoek t
Verzoeker verzoekt vaststelling van het vaderschap met benoeming van een bijzonder curator. Nu de bijzonder curator namens de minderjarige geen verzoek tot gegrondverklaring van de ontkenning van het vaderschap zal indienen en de rechtbank hem ook niet een dergelijke opdracht zal
Gerechtelijke vaststelling vaderschap door vader die kind na de geboorte heeft erkend. Het hof wacht de aangekondigde wetswijziging van de Rijkswet op het Nederlanderschap niet af.
Vaststelling vaderschap terwijl het kind reeds door dezelfde vader eerder is erkend. Belang van het kind. DNA-onderzoek in dit bijzondere geval niet nodig.
Vordering in kort geding tot medewerking door gedaagde/moeder aan bloedonderzoek dan wel een DNA-test op kind om vast te stellen of eiser biologische vader is. Eiser dient de weg van artikel 1:204 BW te volgen. Vordering afgewezen.
Het hof is van oordeel dat artikel 1:207 lid 2 sub a BW ook in de weg staat aan de gerechtelijke vaststelling van het vaderschap, indien het kind al door de vader van wiens vaderschap ook de gerechtelijke vaststelling is verzocht, is erkend. Daaraan doet niet af dat door die gere
Gerechtelijke vaststelling vaderschap van man die kind reeds heeft erkend: kan wel. Artikel 6 Rijkswet op Nederlanderschap is discriminatoir.
Vaststelling van het vaderschap is bedoeld voor weigerachtige vaders en niet om een reeds erkend kind het Nederlanderschap te verschaffen. De vraag of de wijziging art. 4 van de rijkswet op het Nederlanderschap van 1 april 2003, bedoeld om schijnerkenningen tegen te gaan in strij
[...] Niet gebleken is dat de echtgenoten vóór het huwelijk het op hun huwelijksvermogensregime toepasselijke recht hebben aangewezen. Krachtens artikel 4, eerste lid, van het Haags Huwelijksvermogensverdrag van 14 maart 1978, Trb. 1988, 130, wordt het huwelijksvermogensregime be
Vaderschapsactie, bevel tot medewerking aan een DNA-onderzoek, vereisten (art. 1:207 BW); rechtskracht beschikking betreffende persoonlijke staat, werking ‘erga omnes’; bewijskracht in deze procedure van in een buiten de beweerde verwekker om gehouden voorlopig getuigenverhoor af
"Artikel 1:207 BW. Gedaagden zijn gehouden mee te werken aan een DNA-onderzoek, waarvoor zij hun eigen DNA-materiaal dienen af te staan."
Voor ontvankelijkheid en eventuele toewijzing van een verzoek tot gerechtelijke vaststelling vaderschap is alleen relevant of betrokkene de verwekker van verzoekster is. Noch de veronderstelde (afwezigheid van de) wil tot erkenningvan de verwekker tijdens zijn leven, noch de vero
Buiten toepassing laten van de in artikel 1:200 lid 6 BW gestelde termijn, redelijkheid en billijkheid, ongerechtvaardigde inmenging in het gezinsleven
Hof ’s-Hertogenbosch, 27 oktober 2005, gerechtelijke vaststelling vaderschap en erkenning Uit de relatie van de man en de vrouw is op [geboortejaar] een kind geboren. De man heeft dit kind op 21 oktober 2003 erkend. Bij beschikking van 19 november 2003 is op verzoek van de man en
Recht op halfwezenuitkering. Vaderschap. Kan de gepretendeerde biologische vader van de kinderen van betrokkene als vader worden aangemerkt, zodat de kinderen in aanmerking komen voor een halfwezenuitkering? Verboden ongelijke behandeling?
In deze kort geding procedure staat de vraag centraal of de vrouw onrechtmatig jegens de man handelt door niet mee te werken aan het door de man verzochte DNA-onderzoek teneinde vast te stellen of hij al dan niet de biologische vader van [K.] is. Voor zover de man in hoger beroep
Verzoek tot vaststelling vaderschap van uit relatie van Nederlandse man en buitenlandse vrouw geboren en door de man erkende minderjarige, die niet de Nederlandse nationaliteit bezit; beletsel ex 1:207 lid 2 sub a BW staat niet in de weg, omdat de man van wiens vaderschap de vast
Erkenning en vaststelling van in Marokko vastgestelde erkenning, subsidiair vervangende toestemming tot erkenning.
Gerechtelijke vaststelling vaderschap Art. I:207 lid 2 BW doelt volgens de rechtbank Leeuwarden niet op de situatie waarin de man al de juridische vader van het kind is.