Laagtechnologisch draagmoederschap, ontkenning vaderschap, vaststelling vaderschap, wijziging geslachtsnaam, ontheffing gezag, belasten met gezag.
Burgerlijk Wetboek
Art. 1:200 BW
Genoemd in 225 uitspraken · Officiële wettekst
225 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 8 · live
ontkenning vaderschap, IPR artikelen 10:92 en 10:93 BW
verzoek ontkenning vaderschap, ipr, toepassing artikel 10:17 BW
Gegrondverklaring verzoek ontkenning vaderschap van een in 1993 overleden man.
Ontvanger vordert verdeling van de nalatenschap van de vader van de schuldenaar, die bij de rechtbank gegrondverklaring heeft verzocht van de ontkenning van het vaderschap.
Familierecht. Onderbewindstelling. Verzoek bewindvoerder machtiging tot opheffing huwelijkse voorwaarden. Art. 1:441 lid 2 BW. Kring van belanghebbenden en recht van hoger beroep zoons van de rechthebbende. ‘Eigen rechten’ rechtstreeks in het geding? Art. 798 lid 1 Rv. Machtiging
Afstamming: Ontkenning vaderschap. Vraag welk recht op het geschil van toepassing is. Aanknopingspunten leiden tot toepassing van Nederlands recht.
Uit de wetsgeschiedenis volgt dat de termijn van een jaar, waarbinnen het verzoek tot ontkenning van het vaderschap moet worden ingediend, strikt dient te worden gehanteerd.
Verzoek kind tot gegrondverklaring van de ontkenning van het vaderschap. Toepasselijk is het Marokkaanse recht, nu de man en de moeder ten tijde van de geboorte van het kind beiden de Marokkaanse nationaliteit bezaten. Naar Marokkaans recht is slechts de man, met uitsluiting van
Bevelen van een DNA-onderzoek door de rechtbank maakt in het onderhavige geval geen einde maakt aan het materiële geschil. Doorslaggevend is niet de indeling of de bewoording van het verzoek van de bijzonder curator, maar de grondslag van dit verzoek. In het onderhavige geval is
Door de moeder buiten de wettelijke termijn ingediend verzoek tot gegrondverklaring ontkenning vaderschap wordt, namens nog jong kind, overgenomen door de bijzondere curator; in het verzoek van de moeder tot gegrondverklaring ontkenning vaderschap (en gerechtelijke vaststelling v
Rijkswet op het Nederlanderschap. Erkenning in Costa Rica van een kind van een gehuwde vrouw door een andere man dan haar echtgenoot.. Costaricaanse rechter heeft toestemming verleend voor erkenning. Costaricaanse uitspraak en erkenning niet kennelijk onverenigbaar met de openbar
Ontkenning vaderschap; overschrijding van de één jaartermijn van artikel 1:200 lid 5 BW.
Betwisting en inroeping van staat. Art 1:209 en 211 BW. Artikel 1:209 BW biedt aan een kind geen mogelijkheid om zijn persoonlijke staat volgens de wet aan te tasten, gelet op de wetssystematiek en de bedoeling van de wetgever.
Ontkenning vaderschap, vervaltermijn, zijn appellanten aan te merken als belanghebbenden in deze procedure?
Man niet-ontvankelijk in verzoek tot ontkenning vaderschap omdat hij het heeft ingediend buiten de termijn van een jaar nadat hij bekend is geworden met het feit dat hij vermoedelijk niet de biologische vader is van het kind.
Gegrondverklaring ontkenning vaderschap [B]; verzoek tot gerechtelijke vaststelling van het vaderschap van [C]. Halfbroer [D] , zoon van [C] geen belanghebbende, voor zover het verzoek betreft de gegrondverklaring van de ontkenning van het vaderschap van [B]. Aannemelijk is dat v
Ontkenning vaderschap.
Gegrondverklaring ontkenning vaderschap. Het vasthouden aan de termijn genoemd in artikel 1:200 lid 6 BW in dezen in strijd met artikel 8 lid 2 EVRM.
Rechtbank wijst het verzoek, gedaan door de bijzondere curator van de minderjarige, tot gegrondverklaring van de ontkenning van het vaderschap ex art. 1:200 lid 6 BW, gelet op de bijzondere omstandigheden van het geval, af.
Verzoek tot ontkenning vaderschap tevens nihilstelling kinderalimentatie. De man heeft de rechtbank verzocht zijn verzoek tot ontkenning van het vaderschap gegrond te verklaren en te bepalen dat de door hem te betalen kinderalimentatie op nihil wordt gesteld. De man stelt dat hij
Familierecht; ontkenning vaderschap; overschrijding termijnstelling; artikel 1:200 BW; belang kind ivm artikel 8 EVRM
Het hof laat om proceseconomische redenen in het midden welk recht van toepassing is op het verzoek tot ontkenning van het vaderschap en wijst het verzoek af, nu het niet met voldoende zekerheid tot de conclusie kan komen dat de man niet de biologische vader is.
Betreft gegrondverklaring van het verzoek tot ontkenning van het vaderschap, ingediend binnen drie jaar nadat verzoekster meerderjarig is geworden. Uit DNA-onderzoek blijkt dat met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid dat xxx de biologische vader is van verzoekster ipv. ver
Laagtechnologisch draagmoederschap Verzoek tot ontkenning van het vaderschap van de draagvader en verzoek tot vaststelling van het vaderschap van de wensvader. Draagmoeder en wensmoeder zijn zussen en zijn beiden gehuwd. De minderjarige is verwekt door middel van zelfinseminatie